Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Draag bij aan de toekomst van jongeren

Leraar VHO in de Mens- en Maatschappijwetenschappen

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek.

De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Bij een full-time studie plan je in overleg met je stageschool 4 à 5 dagdelen praktijk op dinsdag t/m vrijdag. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Meer informatie vind je in de studiegids

Schoolvakken

De lerarenopleiding aan de VU leidt docenten op voor de volgende schoolvakken:

Samenvatting

De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en management en organisatie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

In de bovenbouw havo/vwo is het examenprogramma algemene economie er op gericht leerlingen met een economische bril naar de maatschappij te laten kijken. Maatschappelijk economische verschijnselen leren begrijpen, vereist echter kennis, inzicht en vaardigheden die de leerling eerst aangeleerd zal moeten krijgen. In de les worden daarom veelal concrete maatschappelijke vraagstukken behandeld en leren leerlingen hun nieuw verworven kennis en vaardigheden hierop toe te passen.

Vakdidactische bijzonderheden
De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel

Verdieping
De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 


Samenvatting

De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en bedrijfseconomie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

Vakdidactische bijzonderheden
De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel

Verdieping
De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

Samenvatting

In de onderbouw is het vak geschiedenis een verplicht vak. In de bovenbouw havo/vwo is het vak in het profiel ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’ verplicht. In de andere profielen kan het als keuzevak worden opgenomen. Het schoolvak geschiedenis is volop in discussie en beweging. Zo wordt er in binnen het geschiedenisonderwijs, in zowel onder- als bovenbouw,  gewerkt met de tien tijdvakken van de commissie De Rooy. Ook is er met ingang van 2015  een nieuw examenprogramma en speelt de canon van Van Oostrom, met de vijftig vensters een rol  in de onderbouw. Belangrijke doelen zijn het  bijbrengen van historisch besef en historisch redeneren. Daarbij spelen oriëntatiekennis, chronologie en de vakspecifieke vaardigheden een belangrijke rol.

Vakdidactische bijzonderheden
Tijdens de lerarenopleiding leer je hoe je vanuit je eigen (wetenschappelijke) historische kennis en vaardigheden een didactische vertaalslag kunt maken naar leerlingen in de leeftijd van 12-18 jaar. Je leert hen hoe zij kritisch kunnen omgaan met tekst- en beeldbronnen, historische interpretatie en historisch redeneren. Ook besteden we in de opleiding aandacht aan het fenomeen ‘verhalen vertellen’ en het werken met  verschillende werkvormen vanuit “Actief Historisch denken”.

Verdieping
Verdieping in vakdidactiek of Burgerschapskunde.

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

Samenvatting

Aardrijkskunde is een populair keuzevak in de bovenbouw havo/vwo. Vooral bij de profielen ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’.

Vakdidactische bijzonderheden
Als docent aardrijkskunde leer je leerlingen kritisch te kijken naar hun eigen leefomgeving  en ze meer te laten zien dan hen in eerste instantie opvalt. Je leert ze de ‘geografische bril’ opzetten: ‘Wat zie ik eigenlijk allemaal? Waar zie ik het? Waarom ziet ik dit hier? Is dit elders ook zo? Wat vind ik ervan?’. Leerlingen bouwen aan zicht op en begrip van de sociaal geografische wereld en de fysisch geografische aarde. De raakvlakken hiertussen, de wederzijdse invloed tussen mens en aarde, komt hierbij uitgebreid aan bod. Een belangrijk onderdeel van leren van aardrijkskunde is het leren omgaan met bronnen als kaarten, foto’s en artikelen. 

Verdieping
Een bijzonder onderdeel is het 3-daags veldwerk in Orvelte in het voorjaar.  Je leert hier wat veldwerk inhoudt en hoe je dit kunt organiseren voor leerlingen. Dit onderdeel voer je uit in samenwerking met eerstegraads docenten-in-opleiding aardrijkskunde van andere universiteiten in Nederland.

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

Beroepsperspectief
Als docent aardrijkskunde zijn je vooruitzichten op een baan goed.

NB.: als afgestudeerde van de Leraar VHO Aardrijkskunde ben je ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.

Samenvatting

Het schoolvak maatschappijwetenschappen is een keuzeprofielvak in het profiel Cultuur en Maatschappij (C&M) en Economie en Maatschappij (E&M) en een keuzevak in het vrije deel. Het vak maatschappijwetenschappen wordt aangeboden op ongeveer 35% van de scholen voor voortgezet onderwijs, waarbij elk jaar een lichte groei van dat percentage te zien is.

Vakdidactische bijzonderheden
Beide vakken, maatschappijwetenschappen en maatschappijleer, bestrijken de volle breedte van de sociale wetenschappen; met als kern politicologie, sociologie, beleidswetenschap en bestuurskunde. Verder bevatten de vakken elementen uit de culturele antropologie, de sociale psychologie en rechtsgeleerdheid. In de didactiek van deze schoolvakken staat de selectie en structurering van de leerstof uit deze verschillende wetenschappen centraal. Ook wordt aandacht besteed aan het ontwerpen van de juiste methodieken die aansluiten bij de gewenste leerprocessen. Hiervoor zal een analyse gemaakt moeten worden van de kennis die leerlingen van het vakgebied hebben: een onderzoek naar de politieke socialisatie. Theorie én methodiek moeten immers aansluiten bij de doelgroep: doorgaans 15-, 16- en 17-jarige havo- en vwo-leerlingen. Uiteindelijk zal dit resulteren in de vaststelling  en uitvoering van eindtermen, curricula en lessen.

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

Stageplaatsen
Stages voor de lerarenopleiding worden geregeld door de VU. Als er teveel aanmeldingen binnenkomen voor het reguliere traject (stage-variant), ontvangen de betreffende studenten zo snel mogelijk na aanmelding bericht over de sollicitatieprocedure voor de beschikbare stageplaatsen.



Samenvatting

Binnen het vak kan een accent worden gelegd op het bestuderen van godsdienstige en levensbeschouwelijke vragen en antwoorden. Als docent krijg je te maken met afgenomen institutionele godsdienstigheid en wat dat voor de kennis en interesse van de leerlingen betekent. Het accent kan ook juist liggen op het ruime terrein van alles wat als levensbeschouwelijke vorming kan gelden. Het is dan belangrijk de grenzen van het vak te leren kennen. Voor beide benaderingen geldt dat leerlingen het vak zeer kunnen waarderen. Bij de colleges maken de studenten daarom kennis met een grote verscheidenheid aan werkvormen.

Vakdidactische bijzonderheden
Tijdens de lerarenopleiding gaan we onder andere in op het fenomeen ‘leven in een beeldcultuur’ met aandacht voor de verschillende heilige boeken. Ook gaan we in op de vraag hoe je de ‘grond van het bestaan’ ter sprake brengt onder leerlingen van 12-18 jaar en besteden we  aandacht aan het onderdeel toetsen. Maar ook het voorbereiden van een excursie is een programmaonderdeel.

Verdieping
Er zijn geen speciaal voor studenten godsdienst/levensbeschouwing verplichte activiteiten. Maar wie een accent legt op dialoog en interculturaliteit binnen het vak kan in de keuzemodule multiculturaliteit een zinnige verdieping vinden.

Toelatingseisen
Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

Beroepsperspectief
Godsdienst/levensbeschouwing wordt vaak slechts één uur per week gegeven. Per school zijn er maar weinig docenten godsdienst/levensbeschouwing nodig. Tegelijkertijd zijn schoolleiders gevoelig voor de noodzaak om het vak professioneler te kunnen bieden. Identiteitsgevoelige thema’s, een aandachtspunt voor schoolleiders, kunnen binnen een capabele godsdienst/levensbeschouwingsectie aandacht krijgen. Zelfs wanneer er minder vacatures zijn, is er voor docenten godsdienst/levensbeschouwing wel werk. De scholen die in de vernieuwde onderbouw meer vakoverstijgende verbanden aangaan hebben vaak een bijzondere rol voor de docent godsdienst/levensbeschouwing.

  • Algemene economie

    Samenvatting

    De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en management en organisatie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

    In de bovenbouw havo/vwo is het examenprogramma algemene economie er op gericht leerlingen met een economische bril naar de maatschappij te laten kijken. Maatschappelijk economische verschijnselen leren begrijpen, vereist echter kennis, inzicht en vaardigheden die de leerling eerst aangeleerd zal moeten krijgen. In de les worden daarom veelal concrete maatschappelijke vraagstukken behandeld en leren leerlingen hun nieuw verworven kennis en vaardigheden hierop toe te passen.

    Vakdidactische bijzonderheden
    De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

    NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel

    Verdieping
    De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 


  • Bedrijfseconomie

    Samenvatting

    De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en bedrijfseconomie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

    Vakdidactische bijzonderheden
    De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

    NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel

    Verdieping
    De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

  • Geschiedenis

    Samenvatting

    In de onderbouw is het vak geschiedenis een verplicht vak. In de bovenbouw havo/vwo is het vak in het profiel ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’ verplicht. In de andere profielen kan het als keuzevak worden opgenomen. Het schoolvak geschiedenis is volop in discussie en beweging. Zo wordt er in binnen het geschiedenisonderwijs, in zowel onder- als bovenbouw,  gewerkt met de tien tijdvakken van de commissie De Rooy. Ook is er met ingang van 2015  een nieuw examenprogramma en speelt de canon van Van Oostrom, met de vijftig vensters een rol  in de onderbouw. Belangrijke doelen zijn het  bijbrengen van historisch besef en historisch redeneren. Daarbij spelen oriëntatiekennis, chronologie en de vakspecifieke vaardigheden een belangrijke rol.

    Vakdidactische bijzonderheden
    Tijdens de lerarenopleiding leer je hoe je vanuit je eigen (wetenschappelijke) historische kennis en vaardigheden een didactische vertaalslag kunt maken naar leerlingen in de leeftijd van 12-18 jaar. Je leert hen hoe zij kritisch kunnen omgaan met tekst- en beeldbronnen, historische interpretatie en historisch redeneren. Ook besteden we in de opleiding aandacht aan het fenomeen ‘verhalen vertellen’ en het werken met  verschillende werkvormen vanuit “Actief Historisch denken”.

    Verdieping
    Verdieping in vakdidactiek of Burgerschapskunde.

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

  • Aardrijkskunde

    Samenvatting

    Aardrijkskunde is een populair keuzevak in de bovenbouw havo/vwo. Vooral bij de profielen ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’.

    Vakdidactische bijzonderheden
    Als docent aardrijkskunde leer je leerlingen kritisch te kijken naar hun eigen leefomgeving  en ze meer te laten zien dan hen in eerste instantie opvalt. Je leert ze de ‘geografische bril’ opzetten: ‘Wat zie ik eigenlijk allemaal? Waar zie ik het? Waarom ziet ik dit hier? Is dit elders ook zo? Wat vind ik ervan?’. Leerlingen bouwen aan zicht op en begrip van de sociaal geografische wereld en de fysisch geografische aarde. De raakvlakken hiertussen, de wederzijdse invloed tussen mens en aarde, komt hierbij uitgebreid aan bod. Een belangrijk onderdeel van leren van aardrijkskunde is het leren omgaan met bronnen als kaarten, foto’s en artikelen. 

    Verdieping
    Een bijzonder onderdeel is het 3-daags veldwerk in Orvelte in het voorjaar.  Je leert hier wat veldwerk inhoudt en hoe je dit kunt organiseren voor leerlingen. Dit onderdeel voer je uit in samenwerking met eerstegraads docenten-in-opleiding aardrijkskunde van andere universiteiten in Nederland.

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

    Beroepsperspectief
    Als docent aardrijkskunde zijn je vooruitzichten op een baan goed.

    NB.: als afgestudeerde van de Leraar VHO Aardrijkskunde ben je ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.

  • Maatschappijleer

    Samenvatting

    Het schoolvak maatschappijwetenschappen is een keuzeprofielvak in het profiel Cultuur en Maatschappij (C&M) en Economie en Maatschappij (E&M) en een keuzevak in het vrije deel. Het vak maatschappijwetenschappen wordt aangeboden op ongeveer 35% van de scholen voor voortgezet onderwijs, waarbij elk jaar een lichte groei van dat percentage te zien is.

    Vakdidactische bijzonderheden
    Beide vakken, maatschappijwetenschappen en maatschappijleer, bestrijken de volle breedte van de sociale wetenschappen; met als kern politicologie, sociologie, beleidswetenschap en bestuurskunde. Verder bevatten de vakken elementen uit de culturele antropologie, de sociale psychologie en rechtsgeleerdheid. In de didactiek van deze schoolvakken staat de selectie en structurering van de leerstof uit deze verschillende wetenschappen centraal. Ook wordt aandacht besteed aan het ontwerpen van de juiste methodieken die aansluiten bij de gewenste leerprocessen. Hiervoor zal een analyse gemaakt moeten worden van de kennis die leerlingen van het vakgebied hebben: een onderzoek naar de politieke socialisatie. Theorie én methodiek moeten immers aansluiten bij de doelgroep: doorgaans 15-, 16- en 17-jarige havo- en vwo-leerlingen. Uiteindelijk zal dit resulteren in de vaststelling  en uitvoering van eindtermen, curricula en lessen.

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

    Stageplaatsen
    Stages voor de lerarenopleiding worden geregeld door de VU. Als er teveel aanmeldingen binnenkomen voor het reguliere traject (stage-variant), ontvangen de betreffende studenten zo snel mogelijk na aanmelding bericht over de sollicitatieprocedure voor de beschikbare stageplaatsen.



  • Godsdienst/levensbeschouwing

    Samenvatting

    Binnen het vak kan een accent worden gelegd op het bestuderen van godsdienstige en levensbeschouwelijke vragen en antwoorden. Als docent krijg je te maken met afgenomen institutionele godsdienstigheid en wat dat voor de kennis en interesse van de leerlingen betekent. Het accent kan ook juist liggen op het ruime terrein van alles wat als levensbeschouwelijke vorming kan gelden. Het is dan belangrijk de grenzen van het vak te leren kennen. Voor beide benaderingen geldt dat leerlingen het vak zeer kunnen waarderen. Bij de colleges maken de studenten daarom kennis met een grote verscheidenheid aan werkvormen.

    Vakdidactische bijzonderheden
    Tijdens de lerarenopleiding gaan we onder andere in op het fenomeen ‘leven in een beeldcultuur’ met aandacht voor de verschillende heilige boeken. Ook gaan we in op de vraag hoe je de ‘grond van het bestaan’ ter sprake brengt onder leerlingen van 12-18 jaar en besteden we  aandacht aan het onderdeel toetsen. Maar ook het voorbereiden van een excursie is een programmaonderdeel.

    Verdieping
    Er zijn geen speciaal voor studenten godsdienst/levensbeschouwing verplichte activiteiten. Maar wie een accent legt op dialoog en interculturaliteit binnen het vak kan in de keuzemodule multiculturaliteit een zinnige verdieping vinden.

    Toelatingseisen
    Dit schoolvak heeft specifieke toelatingseisen. Kijk onder 'Toelating' welke specifieke toelatingseisen van toepassing zijn. 

    Beroepsperspectief
    Godsdienst/levensbeschouwing wordt vaak slechts één uur per week gegeven. Per school zijn er maar weinig docenten godsdienst/levensbeschouwing nodig. Tegelijkertijd zijn schoolleiders gevoelig voor de noodzaak om het vak professioneler te kunnen bieden. Identiteitsgevoelige thema’s, een aandachtspunt voor schoolleiders, kunnen binnen een capabele godsdienst/levensbeschouwingsectie aandacht krijgen. Zelfs wanneer er minder vacatures zijn, is er voor docenten godsdienst/levensbeschouwing wel werk. De scholen die in de vernieuwde onderbouw meer vakoverstijgende verbanden aangaan hebben vaak een bijzondere rol voor de docent godsdienst/levensbeschouwing.

Inhoud van de studie

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek. De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen; algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak wordt er aandacht besteed aan het functioneren als docent in de bredere zin. Studenten worden voorbereid op het leraarschap in het eigen vakgebied,  maar  ook worden er theorieën verworven over leren en onderwijzen, klassenmanagement en communicatie en kennismaking met relevante inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie. In de peergroup wisselen studenten ervaringen uit de praktijkstage uit. De lessen didactiek worden in verschillende thema’s (kernpraktijken) gegeven. Elke week staat er een nieuwe kernpraktijk centraal. Omdat didactiek samenloopt met de praktijkstage, wordt de theoretische kernpraktijk gelijk in praktijk gebracht aan de hand van verwerkingsopdrachten. 

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werken studenten aan het verder ontwikkelen van de kernpraktijken die in het instituutsdeel van Didactiek  aan de orde zijn gekomen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen de theorie en praktijk. Op de werkplek wordt de aandacht op dezelfde kernpraktijken gericht als tijdens de instituutsopleiding. Dit betekent dat studenten, samen met hun werkplekbegeleider, gericht werken aan de verschillende thema’s besproken in de colleges van Didactiek.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek wordt er een verdere verdieping van het onderwijs geboden. De docent in opleiding verdiept zich samen met collega’s en de werkplekbegeleider in een probleem in de praktijk. Dit probleem wordt op een empirische manier onderzocht en geanalyseerd. Hierbij krijgt de docent in opleiding handvatten aangereikt om bronnen te zoeken en te beoordelen en een onderzoeksverslag op te stellen en te presenteren.

Rollen en competenties

Inspireren om het maximale uit de klas te halen
Als beginnend docent is praktijkervaring cruciaal. In de masteropleiding Leraar voorbereidend hoger onderwijs aan de VU leer je hoe je stevig in je schoenen komt te staan. Leraar word je namelijk niet zomaar. Boeiend en inspirerend onderwijs geven voor verschillende leerlingen moet je leren. Daarom zijn er in deze masteropleiding vier rollen ontwikkeld.

Professional
In je werk met leerlingen maak je voortdurend keuzes. Moet je reageren of juist niet? Geef je dit voorbeeld of een ander? Een deel van die keuzes kun je voorbereiden, maar vaak reageer je in een split second. Is dat ook de meest effectieve reactie? Wat maakt eigenlijk dat ik op die manier reageer? Zijn er andere mogelijkheden, andere perspectieven? Door regelmatig, samen met anderen, bij dit soort vragen leer je aan de hand van je praktijkervaringen. Daarnaast heb je, zeker als universitair opgeleide leraar een rol in het verder ontwikkelen van het onderwijs. Dat betekent zoeken naar nieuwe inzichten en nieuwe handelingsmogelijkheden, je voeden met wetenschappelijke inzichten en deze toetsen aan je eigen praktijk. Zoeken, onderzoeken en delen vormen de kern van deze rol.

Ontwerper
Het ontwerpen van onderwijs is een dagelijkse bezigheid voor een docent . Het repertoire dat je tot je beschikking hebt om lessen te ontwerpen en weloverwogen keuzes te maken, breid je steeds verder uit, door reflectie op je ervaringen in de praktijk, door kennismaking met theorie en door uitwisseling met collega’s en medestudenten. Terugkerende vragen daarbij zijn: Wat moeten leerlingen weten of kunnen aan het eind van mijn les(sen)? Waar kan ik bij aansluiten? Welke activiteiten kies ik? Hoe weet ik of de doelen uiteindelijk bereikt zijn?

Uitvoerder
Uiteindelijk moet het thuis ontworpen lesplan in de praktijk tot leven komen. Aan de docent de taak de voorwaarden te scheppen waaronder leerlingen kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: contact maken , leiding geven  en het organiseren en begeleiden van het leerproces.  Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je communicatie en (h)erkent het effect hiervan op de leerlingen.

Pedagoog
In je rol als pedagoog stimuleer je leerlingen in hun verdere ontwikkeling als persoon, in het werken aan hun identiteit.. In deze rol ben je een voorbeeld voor je leerlingen. Je bent iemand met een eigen identiteit die in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders keuzes maakt. Keuzes die gestuurd worden door jouw normen en waarden, jouw opvattingen over wat goed is, wat hoort, wat jij belangrijk vindt. Kennis van jezelf en kennis van de leerling in deze specifieke leeftijdsfase zijn cruciaal om deze rol naar behoren te kunnen vervullen.

Bij elke rol gaat het om het gedrag dat van jou als docent verwacht wordt in een bepaalde situatie. In de rol als ontwerper van onderwijs doe je andere dingen, denk je over andere zaken na dan wanneer je met leerlingen aan het werk bent. Natuurlijk kun je de rollen niet strikt scheiden. Maar het helpt wel om ze te onderscheiden, om zicht te krijgen op de verschillende dingen die een leraar doet en waarover hij na moet denken.

Om een rol goed te kunnen vervullen moet een docent over competenties beschikken. Voor het beroep van leraar zijn landelijk competenties afgesproken. Competenties zijn opgedeeld in kennis, vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken. Startbekwaam zijn als docent, het doel van de lerarenopleiding, betekent dat je aantoonbaar over de competenties beschikt en hiermee de vier rollen in voldoende mate beheerst.

Waarom aan de VU?

Een stevige vakdidactische basis
In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen.

Praktijkgericht
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen. 

Waarom een lerarenopleiding volgen aan de VU? Bekijk de 10 pluspunten!

Verander je toekomst met de studie Leraar VHO in de Mens- en Maatschappijwetenschappen

Verander je toekomst met de studie Leraar VHO in de Mens- en Maatschappijwetenschappen

Ontdek je toekomstperspectief

Heb je vragen?

Neem contact met ons op. Telefonisch spreekuur: maandag & woensdag van 10.00 - 12.00 uur. We houden regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten. Kijk voor een overzicht op vu.nl/lerarenopleiding.

020-5989210