Geïnspireerd door Winstone’s ‘Designing effective feedback processes in higher education’ verleggen we de focus van cognitivisme (we vertellen studenten wat beter kan) naar sociaal constructivisme (we creëren samen betekenis en handelingsperspectief). Dat betekent: meerdere feedbackmomenten, ingebed in het onderwijsontwerp, waarbij niet alleen de docent maar ook medestudenten een rol spelen. Feedback wordt zo geen bijproduct van toetsing, maar juist een cruciale motor voor leren. Hieronder vind je drie tips om deze nieuwe feedbackpraktijk vorm te geven.
Tip 1: vergroot de waarde van het feedbackproces
e waarde van het feedbackproces kun je vergroten door te beginnen met een gedeelde taal. Studenten en docenten moeten dezelfde begrippen gebruiken en dezelfde verwachtingen hebben. Helder geformuleerde leerdoelen zijn hierbij belangrijk: ze bieden richting, houvast en een gezamenlijk referentiekader. Zie ook de didactische tip over 'focusdoelen'.
Daarnaast is het belangrijk dat de verantwoordelijkheid voor het feedbackproces gedeeld wordt. Studenten zijn geen passieve ontvangers; laat ze actief vragen stellen, reflecteren en prioriteren. Zo kun je studenten bijvoorbeeld vragen ontvangen feedback met elkaar te delen en over te discussiëren met hulpvragen zoals: wat bedoelt de docent hier precies? Welke prioriteit moet ik geven aan de feedback? Hoe zou ik de gevraagde verbetering kunnen doorvoeren? Leg studenten uit wat je doet, waarom en wat ze zelf kunnen bijdragen.
Tot slot: feedback heeft alleen waarde als er actie op volgt. Maak daarom expliciet welke vervolgstappen studenten kunnen zetten en help ze om die planmatig te organiseren.
Tip 2: erken de emotionele impact van feedback
Feedback raakt niet alleen het werk, maar ook vaak de persoon die het werk gedaan heeft. Negatieve feedback kan hevige teleurstelling oproepen, reacties van onbegrip of zelfs wanhoop. Maar ook positieve feedback kan negatief worden gelabeld (bijvoorbeeld: "Dit is wel goed, maar hierdoor wordt het beter"). Dat vraagt om aandacht voor de emotionele dimensie. Het helpt studenten om te leren feedback te aanvaarden, ook wanneer deze schuurt met hun zelfbeeld als student of professional in wording.
Een goedlopend feedbackproces vereist daarom ook aandacht voor emotieregulatie. Creëer een klimaat waarin open communicatie normaal is, waarin defensieve reacties worden herkend en omgebogen en waarin studenten leren onderscheid te maken tussen een emotionele en een rationele reactie op feedback. Dit helpt ze om feedback niet te zien als kritiek op henzelf, maar als een waardevolle bouwsteen voor groei.
Het volgende voorbeeld laat zien hoe je emotieregulatie kan toepassen als docent:
Tijdens het Onderzoekspracticum geven studenten hun eerste grote presentatie. Als docent geef je de volgende feedback op de presentatievaardigheden van Lisa: "Inhoudelijk heb je alles goed onderbouwd. Maar we kunnen je beter volgen als je iets langzamer praat en je kunt meer verbinding met het publiek krijgen door meer oogcontact te maken." Lisa reageert defensief: "Ik was gewoon zenuwachtig, dat is toch normaal? En ik had wel degelijk oogcontact!" De docent zet de volgende stappen om haar emoties te reguleren:
- De emotie erkennen. De docent zegt: "Ik snap dat dit moeilijk is om te horen. Presenteren is ook spannend en het kost moed om dat te doen. Neem even een moment."
- De defensieve reactie ombuigen. In plaats van in discussie te gaan, vraagt de docent: "Wat ging er door je heen toen je deze feedback ontving?" Lisa: "Het voelt alsof al mijn voorbereiding voor niets was." De docent: "Dat begrijp ik. Maar klopt dat echt? Je inhoud was sterk – dat was niet voor niets."
- Onderscheid maken tussen emotie en ratio. De docent introduceert een simpele techniek: "Laten we even splitsen: wat is je gevoel bij deze feedback, en wat kun je er feitelijk mee?" Lisa reflecteert: "Mijn gevoel zegt: ik heb gefaald. Maar rationeel... ik kan oefenen met langzamer praten."
- Feedback als bouwsteen framen. De docent antwoordt op Lisa: "Precies. Dit is geen oordeel over jou als persoon. Het is feedback waardoor je werk alleen maar beter wordt. Wat kun je oefenen om de volgende keer langzamer te spreken en meer oogcontact te maken?"
Tip 3: stimuleer actie
Feedback heeft pas impact wanneer studenten er daadwerkelijk iets mee doen. Dat vraagt om motivatie, ruimte en flexibiliteit in het onderwijsontwerp. Zorg dat studenten de mogelijkheid krijgen om vaardigheden opnieuw te oefenen, producten te verbeteren en leerstrategieën aan te passen. Dit betekent soms dat er meer flexibiliteit nodig is in contactmomenten of deadlines om revisie mogelijk te maken.
Daarnaast hebben studenten ondersteuning nodig bij het begrijpen van de feedback: wat wordt er precies bedoeld? Waarom is dit belangrijk? En: hoe vertaal je dit naar concrete verbeteracties? Als docent kun je dit proces begeleiden door hardop denkend voor te doen en door vragen te stellen die richting geven. Lees hoe je dit doet in de didactische tip ’Constructieve feedback? Tien tips!’