Leerdoelen zijn oorspronkelijk door Mager (1962) als concept bedacht om onderwijsontwerpers te helpen om goed onderwijs te maken. Leerdoelen zorgen ervoor dat je geen onderwerpen over het hoofd ziet en dat er een logische samenhang is in een vak of een curriculum.
Maar zoals bij veel concepten is dit begrip te veel gegeneraliseerd (Thalheimer, 2015). Zo ontstond het idee dat ook de student zelf de leerdoelen moet kennen of leren en dat dat het leerproces zou helpen. Maar daar is eigenlijk weinig tot geen bewijs voor te vinden, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek (Rothkopf & Billington, 1979; Rothkopf & Kaplan, 1972). Dit komt vooral omdat leerdoelen vaak te abstract en algemeen zijn.
Bij kennisgerichte vakken laten leerdoelen bijvoorbeeld niet zien hoe de studenten de stof moeten benaderen of waar ze op moeten letten. Ze missen de concrete aanwijzingen die studenten juist nodig hebben om de leerstof te internaliseren en de diepere betekenis ervan te begrijpen. Het is dus eigenlijk niet eens per se nodig om leerdoelen te benoemen, behalve om eventueel overkoepelende ideeën van je onderwijs duidelijk te maken.
Thalheimer (1996) stelt daarom voor om in plaats van leerdoelen focusdoelen te gebruiken. Deze doelen zijn specifiek en concreet en geven direct aan waar de student op kan focussen. Een voorbeeld van een abstract leerdoel is: "De student begrijpt het belang van ethiek in onderzoek." Een concreter focusdoel zou zijn: "De student kan de vier kernprincipes van ethisch onderzoek (respect, weldadigheid, rechtvaardigheid en integriteit) benoemen en toepassen in een voorbeeldcase." De focusdoelen formuleer je ook met hetzelfde taalgebruik als het lesmateriaal en je kunt ze op elk moment gebruiken tijdens de les of in het materiaal.
Tip 1: van abstract naar concreet
Formuleer de focusdoelen met specifieke woorden die studenten ook in de leerstof tegenkomen. Dergelijke concrete formuleringen voorkomen dat studenten zelf moeten inschatten wat belangrijk is of welke vragen ze zouden moeten stellen. Als docent neem je de rol van gids aan, waardoor studenten met vertrouwen kunnen beginnen.
In plaats van: "De student kent de concepten van marketing," zeg je: "De student kan de 4 P's van marketing (product, prijs, plaats, promotie) uitleggen en toepassen op een gegeven casus." De focus ligt op de concrete kennis en vaardigheden die studenten moeten verwerven. Gebruik geen actiewerkwoorden zoals ‘beschrijf’ of ‘leg uit’, maar woorden die de aandacht trekken en relevant zijn. Maar bijvoorbeeld: ‘de student kan met een betoog van 1000 woorden groepsgenoten overtuigen van het nut van onderzoek doen.’
Tip 2: strategische timing, herhaling en visuele cues
Presenteer focusdoelen niet alleen aan het begin van de cursus, maar ook voor elk afzonderlijk onderwerp of college. Dit helpt studenten om hun aandacht telkens opnieuw op het belangrijkste te richten. Herhaal wat je belangrijk vindt. Je kunt dit verder versterken door ook visuele elementen te gebruiken. Bijvoorbeeld teksten vet afdrukken of aandachtsiconen gebruiken. Zorg er wel voor dat je regelmatig terugkoppelt naar de focusdoelen om te checken of de studenten ze in het oog hebben.
Tip 3: pre-testen
Een goed middel om focus te creëren bij studenten is het aanbieden van een voortoets bij aanvang van een werkgroep of college. Een voortoets activeert voorkennis en legt direct vast waar de aandacht naartoe moet, zonder dat studenten zelf al een leervraag hoeven te bedenken. Dit is een effectievere manier om studenten mentaal te richten dan het vragen naar verwachtingen of persoonlijke leerdoelen.
Het gaat om vragen over de stof die nog moet worden behandeld of die de interesse wekken. Hiervoor kun je prima meerkeuzevragen gebruiken die de aandacht van de student op de leerstof richten. Belangrijk is om daarbij de correcte antwoorden niet direct te geven om diepere verwerking te stimuleren. De antwoorden kun je bijvoorbeeld in de loop van de les prijsgeven.