Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Begroting Prinsjesdag 2022 kritisch bekeken door VU-economen

22 september 2022
Om koopkrachtverlies en problemen met de energierekening te voorkomen, heeft het kabinet Rutte-IV een gigantisch pakket aan maatregelen aangekondigd om de bestaanszekerheid van mensen te stutten en tegelijkertijd de inflatie te bestrijden. Verstandig? Economen Eric Bartelsman, Pieter Gautier en Cees Withagen houden de nieuwe kabinetsplannen kritisch tegen het licht.

Afgelopen dinsdag maakte het kabinet op Prinsjesdag 2022 bekend dat zij een ‘ongekend groot miljardenpakket' zal uittrekken om de klap van de koopkrachtval te dempen. Het zal om bedragen gaan rondom de 16 à 17 miljard euro, ruim het dubbele van wat dit jaar al besteed werd. Daarnaast verhoogt het kabinet het minimumloon volgend jaar met 10 procent. Maar is dat alles genoeg? We vragen het, los van elkaar, aan onze hoogleraren (macro)economie Eric Bartelsman, Pieter Gautier en klimaateconoom Cees Withagen. 

Kan het kabinet met dit historische steunpakket van 17 miljard euro een recessie en koopkrachtverlies voorkomen? 

Eric: “De beleidsdoelstellingen zijn niet erg helder gedefinieerd. Maar goed, haast was geboden. Dit plan is beter dan geen plan. Covid en de oorlog in Oekraïne zijn negatieve aanbodschokken, we zijn gezamenlijk armer. Koopkrachtverlies zal er sowieso zijn. Maar de ongelijkheid is tegelijkertijd ook fors toegenomen en de lasten drukken nu het zwaarst op de lagere inkomens. Zelfs met de komende stijgingen in minimumloon en uitkeringen blijven ze reëel in de min. En de recessie? Zolang een recessie niet noodzakelijk wordt om inflatieverwachtingen uit het systeem te persen, moeten we de negatieve aanbodschokken met fiscale stimulans accommoderen. Dus wat mij betreft mag de kraan tijdelijk openstaan, maar met een waakzaam oog op de toekomst.”

Cees. “Er wordt nog geen recessie voorzien, want de economie als geheel loopt goed. Wat de koopkracht betreft, hogere internationale energieprijzen tasten uiteraard de gemiddelde koopkracht aan. Maar daar kan economische groei tegenover staan. In elk geval verzacht het pakket wel de gevolgen.”

Pieter: “Op dit moment hebben we nog geen recessie, maar een afname van de groei is zeker te verwachten. Op dit moment hebben we vooral aanbodproblemen. We hebben (om goede redenen) geen Russisch gas en moeten zo snel mogelijk alternatieven vinden. Ook ligt het voor de hand dat we minder energie-intensieve producten produceren (aluminium, glastuinbouw) en vanwege stikstof minder landbouw (het afbouwen van subsidies zou een goed begin zijn). Daarnaast is er veel mismatch. Door Covid-steun zijn veel bedrijven overeind gehouden en was het aantal faillissementen fors lager dan in normale jaren. Hierdoor zitten productiefactoren niet op de plekken waar ze meest nodig zijn. Er is dus veel herallocatie nodig. Omdat veel mensen een vast energiecontract hebben en prijsverhogingen nog niet hebben betaald, valt het daadwerkelijke koopkrachtverlies voor de meesten mee. Zodoende heeft koopkrachtreparatie minder haast dan we dachten. Uitdaging is te zorgen dat de meest kwetsbaren in de eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Als je dat wilt, is herverdeling van rijk naar arm nodig.”  

Vooralsnog ziet het er naar uit dat de rekening van de inflatiecorrectie voor een groot deel op het bord van de ondernemingen zal vallen. Is dat terecht? 

Eric: “Na je eerste vak micro-economie weet je dat waar de belasting initieel wordt geheven niet noodzakelijkerwijs de plek is waar de rekening uiteindelijk wordt betaald. Voor de politieke discussie kun je wel met je standpunt scoren. Feit is dat ondanks de grote krapte op de arbeidsmarkt de reële lonen niet stijgen. Lonen en prijzen moeten beter in balans, ook om de grote verschuivingen die we in bestedingspatronen hebben gezien, te kunnen verwerken. Let wel, er is ook toenemende ongelijkheid in bedrijfswinsten; bij veel goede, vooral kleinere, bedrijven staat het water aan de lippen.”

Cees: “Of dat terecht is, valt te bezien. Economen gaan niet over dergelijke vragen. Maar het lijkt wijs om niet alleen naar de korte termijn te kijken en een tegemoetkoming te eisen voor de gestegen kosten van levensonderhoud, maar ook oog te hebben voor de langere termijn. Indien veel bedrijven al problemen hebben met de energierekening (waar ze zelf niets aan kunnen doen) en een eventueel hogere belastingdruk, kan een grote loonstijging hen tot het beëindigen van de bedrijfsvoering brengen, met werkloosheid als gevolg.”

Pieter: “Lonen stijgen minder dan inflatie dus werknemers betalen ook. Logisch dat vakbonden naar reële lonen kijken en niet naar nominale lonen (dat betekent niet dat reële lonen altijd moeten stijgen).”

Schoppen deze miljardenuitgaven de eerdere toezeggingen van het kabinet rondom de klimaatdoelen en investeringen in de energietransitie niet in de war? 

Eric: “De klimaatdoelen staan nog overeind en de energietransitie moet worden doorgezet. Er zijn nu wel tijdelijke maatregelen die je in andere tijden niet had genomen. Denk aan de waddengas en kolencentrales. Ik had echter veel liever gezien dat de compensatie voor energiekosten van huishoudens op een andere manier zou worden gegeven, bijvoorbeeld door middel van hoge subsidies op OV-abonnementen en versnelde investeringen in energiebesparende middelen in (sociale huur)woningen.”

Cees:  “Men zou naar voren kunnen brengen dat de prijsstijging van fossiele brandstoffen ons meer bewust maakt van het klimaatprobleem en van de noodzaak om het gebruik van fossiel terug te dringen. In dit opzicht is het ondersteunen van mensen die worstelen met de hoge energieprijs niet echt zinvol. Er wordt immers minder bespaard en dat kan leiden tot grotere inkomsten van de agressor Rusland. Hier kan tegenin gebracht worden dat juist diegenen de dupe zijn die zich moeilijk minder energieverbruik kunnen veroorloven. In dat perspectief is het voornemen van de overheid om juist voor deze mensen een energieprijsplafond in te stellen, goed te begrijpen.”

Pieter: “Deels wel. Het verbaast mij dat GroenLinks om maximum gasprijzen roept terwijl er echte schaarste is. We moeten zo snel mogelijk minder energie verbruiken en zoveel mogelijk duurzame energie vanwege klimaat en geopolitieke redenen.”  

Wie zullen op kort termijn het meest van deze plannen profiteren en wie zijn de grootste verliezers? 

Pieter: “Mensen met goed geïsoleerde huizen en mensen die lange termijn energiecontracten hebben, hebben het minste last van de hoge energieprijzen. Energiebedrijven die geen gas gebruiken maar kolen, zon of wind en die weinig lange termijn contracten hadden, hebben voordeel van de hoge gasprijs. Voor een deel is dat prima (behalve kolen) omdat we sowieso naar meer duurzame energie moeten. De maximumprijs die de regering introduceert doet dat voordeel ten dele teniet. Door deze prijs moet de overheid (heel) duur inkopen en daarom is het een subsidie van laagverbruikers en toekomstige generaties aan mensen die veel verbruiken (mensen die heel veel verbruiken, betalen voor het bovengemiddelde deel de marktprijs).”

Eric: “Daar ga ik niet op in. Zoals Keynes nooit zei: “Op korte termijn maken we elkaar helemaal dood”.  We moeten met z’n allen deze zware tijd overbruggen, met het oog op een goede toekomst.”

Cees: “Er lijkt een plan op komst voor een energieprijsplafond voor de consumenten. Op dit moment is onduidelijk wat het plafond gaat worden. De hoogte zal bepalen wie de winnaars en de verliezers zijn. Natuurlijk is het met een plafond maar behelpen. Waar het uiteindelijk om gaat is een drastische beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Woningisolatie is een voorbeeld van een weg daarheen, maar van een prijsplafond gaat daar geen prikkel voor uit.”

Welk advies zou u dit kabinet geven om de inflatie verder naar beneden te drukken en hoe zal dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in een duurzame economie doen versterken?  

Eric: “Inflatie en inflatieverwachtingen zijn fenomenen van het gehele eurogebied, en wellicht zelfs de wereldeconomie. De beslissingen van het kabinet zullen weinig tot geen effect hebben op de inflatie. Wel is het belangrijk om te blijven uitleggen waarom indexering van lonen en prijzen niet verstandig is. Uitleg waarom de vooruitzichten voor energiekosten bijzonder gunstig zijn, zou ook niet verkeerd zijn. Zonne- en windenergie zijn immers al sinds 2019 de goedkoopste bronnen van elektriciteitsopwekking en de kosten zullen met verdere penetratie gestaag blijven dalen.”

Cees: “Van omlaag brengen van de inflatie is nog niet echt sprake, afgezien van de verlaging van energieaccijnzen.  Ook moet beseft worden dat een groot deel van de inflatie voortkomt uit internationale prijsstijgingen van energie, en voor een ander groot deel door de krapte op de arbeidsmarkt. Hier valt weinig aan te doen. Ook valt op te merken dat het traditionele instrument, namelijk renteverhoging, niet in handen is  van de Nederlandse overheid. Indien het rente-instrument wordt ingezet, kan dat remmend werken op de investeringen die nodig zijn om de transitie naar duurzame ontwikkeling te maken. Anderzijds wordt het vanwege de hoge prijzen van fossiele brandstoffen vanzelf interessant om in duurzame energie te investeren, nog los van de rentestand. Maar de opmerking in het voorgaande blijven van toepassing."

Pieter: “De Europese Centrale Bank (ECB) is verantwoordelijk voor inflatie. Probleem is dat inflatie in sommige landen (waaronder Nederland) hoger is dan in andere landen. De ECB heeft al forse rentestappen aangekondigd. Aangezien inflatieverwachtingen kunnen leiden tot inflatie (aankopen worden naar voren gehaald), lijkt het verstandig om deze verwachtingen te beheersen. Verder is het logisch dat vakbonden looneisen stellen, maar het zou onverstandig zijn als ze volledig gecompenseerd willen worden omdat we nu eenmaal iets armer zijn geworden.”