Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Verbeter het onderwijs: word expert in onderwijsinnovatie!

Pedagogische Wetenschappen: Onderwijs en Innovatie

Wil jij bijdragen aan de toekomst van het onderwijs? Denk aan gelijke kansen, het gebruik van nieuwe technologieën, het bevorderen van burgerschap en omgaan met diversiteit.

Dan is de mastertrack Onderwijs en Innovatie van de masteropleiding Pedagogische Wetenschappen echt iets voor jou!

VU Online Masterevent

Donderdag 26 november 2026

Veelgestelde vragen over de mastertrack Onderwijs en Innovatie

  • Wat wordt er precies verstaan onder de term 'onderwijsinnovatie'? 

    Vanzelfsprekend wordt in de master – in het bijzonder in het vak Innovatie en Goed Onderwijs: Theorie – aandacht besteed aan de betekenis van de term ‘onderwijsinnovatie’. We spreken van een onderwijsinnovatie spreken wanneer er in het onderwijs op enig niveau (micro, meso, macro) sprake is van een verandering (door de introductie van iets nieuws) die als een verbetering wordt beschouwd, en waarbij sprake is van een min of meer systemische implementatie – ook als het om een verandering op microniveau gaat. Dat laatste criterium geeft aan dat het niet om een kleine, marginale of eenmalige verandering gaat, maar om een consequent doorgevoerde aanpassing die de onderwijspraktijk ook echt en min of meer duurzaam verandert. Tegelijkertijd kunnen innovaties zowel grootschalig (gehele onderwijssysteem) als kleinschalig zijn (bv. verbeteren van de kwaliteit van gesprekken in een klas).


    In de master willen we vooral denkgereedschappen en kennis aandragen, die studenten in staat stellen geïnformeerd en kritisch te reflecteren op het innovatiediscours en op voorbeelden van (veronderstelde) onderwijsinnovaties.


    Er kunnen bijvoorbeeld vraagtekens worden geplaatst bij verschillende aspecten van de hierboven gegeven definitie van het concept – of, preciezer gezegd, bij het daadwerkelijke gebruik (of misbruik) van de term. Het begrip impliceert weliswaar dat er sprake is van een vernieuwing, bijvoorbeeld, maar vanuit een historisch perspectief kunnen we zien dat het bij ‘onderwijsinnovaties’ heel vaak om een herontdekking van iets ‘ouds’ gaat. Ook is evident dat veel dingen die als ‘onderwijsinnovatie’ worden aangeprezen in de praktijk helemaal niet zo veel om het lijf hoeven te hebben en niet zo duurzaam blijken te zijn, en dat vernieuwingen niet altijd verbeteringen zijn (bijvoorbeeld leerpleinen in het onderwijs).

  • Hoe komt 'onderwijsinnovatie' aan bod in deze master? 

    Onderwijs en Innovatie heeft niet tot doel studenten de kneepjes van het innoveren bij te brengen en onderscheidt zich in dat opzicht van HBO-masters, die wel meer op de praktijk van het innoveren gericht zijn, of een WO-master richting educational design. Wat we in de master Onderwijs en Innovatie in de eerste plaats willen doen, is denkgereedschappen aanreiken (vanzelfsprekend naast kennis), en de dispositie om deze gereedschappen te gebruiken stimuleren. De manier waarop het thema ‘onderwijsinnovatie’ in het huidige masterprogramma aan bod komt, hebben we geïnventariseerd aan de hand van een model dat bestaat uit de volgende componenten: (1) Kritische academische positie (2) Conceptuele gereedschappen, (3) Comparatieve gereedschappen en (4) Evaluatiegereedschappen.

    De kritische academische dispositie wordt in dit geval beschouwd als de geneigdheid om over veronderstelde onderwijsinnovaties vragen te stellen als: wat wordt er precies voor deze innovatie geclaimd? Wie stelt de innovatie voor (met welk belang en met welk doel)? Waarom wordt er van ‘innovatie’ gesproken en is dat terecht? Welke visie op goed onderwijs ligt er ten grondslag aan de innovatie? En dezelfde kritische houding dienen de studenten natuurlijk ook ten opzichte van hun eigen ideeën te ontwikkelen. Deze dispositie proberen we in alle vakken te bevorderen, en dit wordt (op een algemeen niveau, nog los van innovaties) meteen in de Masterclass al ingezet, bijvoorbeeld door het gebruik van Perusall, Comproved en andere innovatieve onderwijsmethoden. 
    Bij de conceptuele gereedschappen gaat het om conceptuele analyse (van bijvoorbeeld het begrip ‘innovatie’) en conceptuele onderscheidingen als micro/meso/macro, theorie versus praktijk/implementatie, en allerlei nieuwe begrippen(kaders), gekoppeld aan visies op goed onderwijs die besproken worden (zoals kwalificatie, socialisatie, subjectificatie van Gert Biesta, of de cultuur-historische activiteits theorie. Deze komen in alle vakken aan bod. Verder kunnen onder dit kopje de verschillende theoretische en methodologische benaderingen genoemd worden waarmee studenten in de Masterclass kennismaken.

    Als comparatieve gereedschappen duiden we de inhoud aan die studenten in staat stelt historische, nationale of internationale vergelijkingen te maken tussen (veronderstelde) onderwijsinnovaties. Hierbij gaat het eigenlijk om kennis van onderwijsinnovaties uit het verleden of elders, gecombineerd met conceptuele en evaluatiegereedschappen. De historische bijdragen in IGO en Diversiteit en Goed Onderwijs (DGO) zijn een goed voorbeeld, nationale voorbeelden komen in alle vakken ter sprake (bijvoorbeeld Ontwikkelingsgericht Onderwijs, professionalisering van leerkrachten, professionele leergemeenschappen, digitalisering), en in sommige gevallen gaat het hierbij om internationale ontwikkelingen (bijvoorbeeld formatieve assessment).

    Evaluatiegereedschappen zijn de middelen die studenten in staat stellen innovaties te beoordelen. Deze functie wordt vervuld door de verschillende visies op goed onderwijs waar studenten in de master mee te maken krijgen, waaraan criteria voor goed onderwijs – en dus voor wat als een verbetering geldt – kunnen worden ontleend. We vinden het belangrijk dat studenten zien dat aan verschillende visies verschillende criteria kunnen worden ontleend, die soms haaks op elkaar staan. Studenten maken hiermee kennis in alle vakken. De Masterclass bereidt dit voor door verschillende theoretische en methodologische benaderingen de revue te laten passeren, in IGO wordt de vraag ‘Wat is goed onderwijs?’ aan de orde gesteld, en ook in DGO en Beleid en Praktijk van Onderwijsinnovatie (BPO) komen verschillende visies op onderwijskwaliteit en –verbetering aan bod – in DGO natuurlijk specifiek in relatie tot diversiteitsvraagstukken, in BPO gekoppeld aan het micro-, meso- en macroniveau, en in reflectie op de (impliciete) visies achter onderwijsbeleid. Innoveren is niet altijd wenselijk. De vraag naar goed onderwijs is daarom altijd het uitgangspunt (i.p.v. de vraag hoe we kunnen innoveren). 
    Naast het aanreiken en bevorderen van denkgereedschappen en een kritische dispositie, willen we studenten ook laten kennismaken met onderwijsinnovaties. Dit gebeurt in de Masterclass doordat daar gebruik wordt gemaakt van innovatieve onderwijsmethoden (Perusall, Comproved, de Schrijfmachine, enz.), in vakken als IGO en DGO doordat voorbeelden van recente of oudere onderwijsinnovaties besproken worden, en in BPO ook nog eens door studenten middels werkbezoeken te laten kennismaken met allerlei instanties die bij onderwijsinnovatie betrokken zijn (beleidsinstanties, adviesorganen, uitgeverijen, enz.).

    De master vertoont dus een zeer sterke samenhang, doordat 1) de Masterclass goed voorbereidt op wat er in de andere vakken gebeurt en hiervoor de toon zet; 2) de verschillende denkgereedschappen in alle vakken aan bod komen (natuurlijk met verschillende accenten op theorie, praktijk en beleid); 3) de insteek en intentie consequent dezelfde is: studenten in staat stellen tot geïnformeerde en kritische reflectie op onderwijsinnovatie en verbeterprocessen in het onderwijs. De Stage en M-These stellen studenten in staat dit in praktijk te brengen en te demonstreren in de vorm van een empirisch of theoretisch onderzoek.

  • Welke NVO-registraties zijn er en hoe kan ik deze behalen? 

    Studenten van de track Onderwijs en Innovatie kunnen op basis van hun diploma bij de NVO de registratie ‘basispedagoog’ aanvragen. Meer informatie over deze registratie is te vinden op de website van de NVO.

Check of je aan de opleidingseisen voldoet en meld je aan

  • Ik heb een Nederlandse WO-bachelor of VU pre-master Pedagogische Wetenschappen

    Met een bachelordiploma Pedagogische Wetenschappen, Onderwijskunde, Onderwijswetenschappen of Educatieve Master Primair Onderwijs kun je direct instromen in de masteropleiding Onderwijs en Innovatie.

    Ben je in het bezit van een verwant universitair bachelordiploma Psychologie, Sociale wetenschappen, Wijsbegeerte, Godgeleerdheid, plus:

    • minor (30 EC) op het gebied van de Pedagogische Wetenschappen, of Onderwijswetenschappen

    dan kun je mogelijk op verzoek worden toegelaten. Hiervoor moet je een toelatingsverzoek indienen in je persoonlijke VU dashboard.

    Beschik je niet over één van de bovengenoemde diploma’s, dan kun je mogelijk op verzoek worden toegelaten.

  • Ik heb een Nederlandse HBO bachelor (pre-master)

    Heb je een relevante hbo-bachelor of -master en wil je instromen in de master Onderwijs en Innovatie? Dan moet je eerst een pre-master volgen. In deze 1-jarige opleiding word je voorbereid op de master.

    Om tot de pre-master toegelaten te kunnen worden, dien je wel aan de toelatingseisen te voldoen.

  • Ik heb een buitenlands diploma

    Voor studenten met een buitenlands diploma gelden dezelfde toelatingseisen als studenten met een Nederlands diploma. Bekijk de VU-website voor algemene informatie over aanmelden en inschrijven met een buitenlands diploma.

    Taaleis 
    Als je je vooropleiding niet in een Nederlandstalig land hebt gevolgd, dan moet je aantonen dat je de Nederlandse taal voldoende beheerst om wetenschappelijk onderwijs met succes te kunnen volgen. Aan de eis kan worden voldaan door het met goed gevolg afleggen van één van de volgende examens:

    • Staatsexamen Nederlands als tweede taal, Programma II (NT2-II);
    • Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT), profiel Educatief Professioneel (EDUP) C1 of Educatief Startbekwaam (STRT) B2;
    • door de VU aangewezen buitenlandse examens, waarvan Nederlands deel uitmaakte.

    Het is van belang dat je niveau van Nederlandse taalvaardigheid voldoende is om alle verplichte onderdelen, waaronder het doen van een stage en het schrijven van een wetenschappelijke these, met succes te kunnen afronden. 

    Het bewijs van je Nederlandse taalvaardigheid kun je toevoegen als bijlage aan je VU Aanmeldformulier Master  of later per e-mail toesturen naar toelatingscommissie.fgb@vu.nl.

  • Aanmelden

    Stap 1: Aanmelding in Studielink
    Meld je uiterlijk 1 juni aan in Studielink voor de masteropleiding Pedagogische Wetenschappen. Na aanmelding ontvang je inlogcodes waarmee je je aanmelding kunt afronden op VU.nl.

    Op je dashboard op VU.nl. selecteer je de specialisatie van je voorkeur: Orthopedagogiek of Onderwijs en Innovatie. 

    Je kunt je al aanmelden voor de masteropleiding als je je vooropleiding nog niet hebt behaald, deze dien je te behalen vóór 31 augustus 2025. Een aanmelding verplicht je tot niets en kan op elk moment kosteloos worden geannuleerd.

    Stap 2: Controle toelatingseisen
    Om te controleren of je voldoet aan de toelatingseisen upload je onderstaand formulier met bijbehorende bijlagen voor de specialisatie van jouw keuze als één pdf bestand onder het kopje 'VU Aanmeldformulier Master':

    Formulier C (Onderwijs en Innovatie)

    Nadat je het dossier hebt geüpload, neemt de toelatingscommissie je verzoek in behandeling. Je wordt binnen 4-6 weken geïnformeerd over het besluit.

    Onvolledige verzoeken worden niet in behandeling genomen.

    Deadlines:

      • Deadline aanmelding in Studielink en indienen toelatingsverzoek: 1 juni
      • Deadline volledige inschrijving (inclusief betaling collegegeld): 31 augustus

    Aanmelden na de deadline is niet mogelijk.

    Aanvullende documenten met betrekking tot je toelatingsverzoek aanleveren is mogelijk tot één week na de deadline. Wij raden je echter aan je VU Aanmeldformulier Master zo spoedig mogelijk te uploaden, zodat je verzoek tijdig in behandeling kan worden genomen.

  • Ik heb een Nederlandse WO-bachelor of VU pre-master Pedagogische Wetenschappen

    Met een bachelordiploma Pedagogische Wetenschappen, Onderwijskunde, Onderwijswetenschappen, Academische Pabo of Educatieve Master Primair Onderwijs kun je direct instromen in de masteropleiding Onderwijs en Innovatie.

    Ben je in het bezit van een verwant universitair bachelordiploma Psychologie, Sociale wetenschappen, Wijsbegeerte, Godgeleerdheid, plus:

    • minor (30 EC) op het gebied van de Pedagogische Wetenschappen, of Onderwijswetenschappen

    dan kun je mogelijk op verzoek worden toegelaten. Hiervoor moet je een toelatingsverzoek indienen in je persoonlijke VU dashboard.

    Beschik je niet over één van de bovengenoemde diploma’s, dan kun je mogelijk op verzoek worden toegelaten.

Wil je meer weten?

Heb je andere vragen?

Stuur een e-mail naar studentenbalie@vu.nl o.v.v. je studentnummer.

Bel +31 (0)20 59 85020 (Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 10.30 - 12.30u en 14.00 - 16.00u. Op woensdag van 10.30 - 12.30u).

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam