Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerking Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Binnenklimaat in gebouwen

Laatst gewijzigd op 25 februari 2026
Relatief veel VU-medewerkers werken in een kantooromgeving. Op deze pagina lees je de richtlijnen en maatregelen voor een goed binnenklimaat.

De onderstaande informatie is grotendeels gericht op deze kantooromgeving en voor werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met kantoorwerk binnen de reguliere werktijden.

De door FCO in de gebouwen toegepaste klimaatnormen zijn mede gebaseerd op het Programma van Eisen (PvE) Gezonde Kantoren (o.a. Binnenklimaat Nederland, Platform Duurzame Huisvesting en Technische Vereniging voor Verwarmings- en Luchtbehandelingstechniek (TVVL)). Deze richtlijnen zijn ook afhankelijk van de leeftijd en ontwerpnormen van het gebouw. In oudere gebouwen kan het daardoor soms lastiger zijn om aan de huidige normen te voldoen.

Meest gestelde vragen, problemen en tips

  • Arbowet en binnenklimaat

    In de Arbowet staat dat de temperatuur geen schade aan de gezondheid van de werknemers mag veroorzaken. Er zijn geen concrete wettelijke grenzen vastgesteld. Wel wordt gesteld dat de werkgever er in het algemeen (dus ook als het om binnenklimaat gaat) naar moet streven naar goede arbeidsomstandigheden, tenzij dit redelijkerwijs niet haalbaar is.

    De Arbowet geeft verder aan dat er voldoende en niet verontreinigde lucht aanwezig moet zijn en dat medewerkers niet aan hinderlijke tocht blootgesteld mogen worden. Meer informatie: Arboportaal - tocht.

  • Normen binnenklimaat winterseizoen

    Temperatuur winter(stook)seizoen

    Van belang is een (na)regelbaarheid van de temperatuur in de ruimte. Gebruikelijk is een basistemperatuur van ca. 20°C met handmatige naregeling en een instelbereik van +/- 2°C ten opzichte van de basistemperatuur. De ruimtetemperatuur kan dus tussen de 19-22 graden Celsius worden ingesteld. Wel moet er rekening worden gehouden dat de temperatuurinstelling wat traag kan verlopen. Dit hangt ook af van het type klimaatinstallatie en de wijze van temperatuurregeling.

    De regelbaarheid is van belang omdat een medewerker die de hele dag achter de PC zit, een andere klimaatbeleving en inspanning heeft dan een medewerker die meer mobiel is.

    Tijdens de winterperiode kunnen (oog)klachten over 'droge lucht' ontstaan.  Om klachten over droge lucht te beperken is het aan te raden om niet al te hoge temperaturen (ca. 20-21 °C) in de winter toe te passen. (Papier)stof op de werkplek of slechte schoonmaak kunnen ook zorgen voor het ontstaan van drogeluchtklachten of klachten aan luchtwegen. Lees ook de pagina over kopieerapparaten.

  • Normen binnenklimaat zomerseizoen

    Temperatuur zomerseizoen

    Voor licht fysiek kantoorwerk ligt de bovengrens op ca. 26-27˚C. Bij een erg hoge buitentemperatuur (b.v. hittegolf) is een overschrijding van de maximale binnentemperatuur echter niet uit te sluiten. Elke installatie heeft immers een maximum capaciteit. Voorkom daarom overbezetting in kantoorruimten (te veel apparatuur en/of te veel mensen). Als de zon op de ramen staat is het direct achter glas behoorlijk warm. Gebruik van de aanwezige zonwering kan de temperatuurbelasting aanzienlijk beperken.

    Koudeklachten in de zomer

    Koudeklachten kunnen in de zomer optreden door een te lage temperatuur binnen ten opzichte van de buitentemperatuur. De binnentemperatuur wordt dan als te laag ervaren vanwege het dragen van zomerkleding en het lichaam gewend is raakt aan de hogere buitentemperaturen. Een temperatuurverschil tussen binnen- en buitentemperatuur van ca. 5-6˚C is acceptabel (bijvoorbeeld binnen 23˚C en buiten 28˚C).

  • Ventilatie

    Wordt er te weinig geventileerd of te veel lucht gerecirculeerd, dan merken medewerkers dat aan een benauwde, bedompte lucht, dufheid of hoofdpijn. In een (kleine) ruimte zal bij onvoldoende ventilatie ook de geurhinder toenemen. Dat kan erop wijzen dat de CO2 concentratie aan de hoge kant is. Ook kunnen daardoor klachten over ‘droge lucht’ ontstaan. De VU hanteert een CO2 bovengrens van maximaal 900 ppm. Zie voor toelichting over ventilatie de FCO pagina.

  • Tevredenheid binnenklimaat

    Ondanks alle zorg voor de installaties kunnen er klachten zijn over te warm, te koud of te droog of men ervaart een muffe/niet frisse lucht. De oorzaak kan de luchttemperatuur zijn, maar ook tocht, warmtestraling van de zon, kleding en de mate van inspanning. Persoonlijke factoren spelen daarin ook een belangrijke rol. Het kan dus niet altijd mogelijk zijn om voor iedereen een optimaal klimaat te creëren. Denk bijvoorbeeld aan werkplekken in grote open ruimtes of balies. Soms is onduidelijk wat de oorzaak is van de klachten, bijvoorbeeld in geval van luchtweg-, oog- of huidklachten die ook individueel bepaald kunnen zijn. Breder kijken naar overige factoren, zoals verlichting, te weinig oogknipperen bij (langdurig) beeldschermwerk, positie van de werkplek ten opzichte van inblaasroosters, etc. is dan belangrijk.

  • Wat kun je zelf doen?

    Het ervaren van een prettig binnenklimaat wordt deels bepaald door de technische mogelijkheden van installaties in gebouwen, maar is afhankelijk van veel meer factoren en voorkeuren. Je kan zelf ook een aantal zaken beïnvloeden zoals:

    • Kledingkeuze (warme of minder warme kleding) kan ook van belang zijn voor de mate van behaaglijkheid. Afhankelijk van de situatie heeft de medewerker daarin ook een eigen verantwoordelijkheid.
    • Voorkom afgedekte/afgeschermde radiatoren (zoals bureaus tegen radiatoren), zodat de warme lucht zich kan mengen met de koude lucht van de ramen. Plaats bureaus op enige afstand van raam of radiator.
    • Dek ventilatieroosters niet af. Wordt er te weinig geventileerd of te veel lucht gerecirculeerd, dan merken medewerkers dat aan een benauwde, bedompte lucht. In een (kleine) ruimte zal bij onvoldoende ventilatie ook de geurhinder toenemen.
    • Bij werkplekconcepten met flexibel gebruik van werkplekken kunnen plaatselijk wat binnenklimaatverschillen optreden. Bijvoorbeeld bij een werkplek vlak naast een radiator, raam of inblaasrooster kan er lokaal sprake zijn een wat warmer of koeler  klimaat. Medewerkers kunnen mede op basis van deze verschillen hun keuze voor een werkplek bepalen.
    • Daar waar plaatselijk discomfort is, vooral letten op tocht ten gevolge van de locatie van inblaasroosters boven of nabij de werkplek. Verplaatsing van de werkplek kan dan een oplossing zijn of de inblaastemperatuur laten verhogen (via FCO).
    • Droge lucht-klachten worden vaak veroorzaakt door verontreiniging in de lucht, zoals (papier)stof (bijvoorbeeld veel opslag op werkplekken, slechte schoonmaak(mogelijkheden), printers of te hoge temperaturen. Zorg voor een opgeruimde werkplek zodat een goede schoonmaak mogelijk is. Verwijder oude dode planten uit de ruimte, omdat die schimmels bevatten en rottingslucht kunnen geven.
    • In kantoren wordt veel gebruik gemaakt van laserprinters en kopieermachines (multifunctionals). Medewerkers ondervinden snel klachten van de lucht van deze apparatuur als deze direct naar de medewerker geblazen wordt. Deze lucht is warm en droog en bevat vaak papierstof. Blootstelling aan papierstof kan zorgen voor het ontstaan van droge lucht-klachten of klachten aan luchtwegen. Plaats printers dan ook niet op of nabij de werkplekken. Lees ook de pagina Veilig werken met printers/kopieerapparaten
  • Klachten

    Heb je klachten over het binnenklimaat? Neem contact op met de FCO Servicedesk frontoffice.fco@vu.nl of meld het via Technische storing of defect melden.

Misschien ben je hier ook naar op zoek?

Heb je vragen?

Neem contact op met FCO Servicedesk

Openingstijden: maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 17.00 uur

Telefonisch bereikbaar: maandag t/m vrijdag van 8:30 -17:30 uur

Hoofdgebouw KC01b
De Boelelaan 1105
1081 HV Amsterdam

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam