Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Maak impliciete regels expliciet voor eerstegeneratiestudenten

Terug naar het overzicht van alle didactische tips
Laatst gewijzigd op 2 april 2026
Wie als eerste in de familie studeert, kent de academische codes niet van huis uit. Stephens et al. (2012) laten zien dat universiteiten sterk inzetten op zelfstandigheid en eigen initiatief als kern van academisch succes. Maar wat voor de ene student vanzelfsprekend is, moet de ander helemaal zelf uitzoeken. Dat vraagt extra, vaak onzichtbare inspanning.

Denk aan een student die niet weet dat je ook naar het spreekuur mag voor een gewone vraag, of die termen als 'tentamencommissie', 'cum laude' of 'studiepunten' nog moet ontcijferen terwijl het college al is begonnen. Dit wordt ook wel ‘hidden curriculum’ genoemd. Met kleine interventies kun je als docent al een verschil maken. Deze didactische tip, gebaseerd op het artikel ‘Studeren als eerstegeneratie: wat jij kunt doen als docent’, laat zien hoe je het verborgen curriculum zichtbaar maakt en het gevoel van ‘belonging’ versterkt.

Tip 1: maak het impliciete expliciet
Leg niet alleen uit wat studenten moeten doen, maar ook hoe. Wat betekent ‘kritisch’ in jouw vak? Hoe bereid je een werkgroep voor? Wat verwacht je in een academische discussie? Geef bijvoorbeeld een concreet voorbeeld van een kritische vraag bij een artikel, of laat zien hoe een sterke alinea is opgebouwd. Door verwachtingen concreet te maken en te illustreren, voorkom je dat studenten onnodig tijd besteden aan het ontcijferen van ongeschreven regels. Zo kunnen ze hun energie richten op de inhoud in plaats van op het systeem eromheen.

Ga daarin nog een stap verder: doe het ook voor. Denk hardop na over je eigen gedachteproces terwijl je bijvoorbeeld een onderzoeksvraag analyseert of een tekst bekritiseert. Zo maak je niet alleen de verwachting expliciet, maar ook de denkstappen die daarbij horen. De NEMO-T-aanpak van Shyam Barr uit zijn boek ‘Educate to self-regulate' (2024) biedt hiervoor een handig kader: benoem de strategie, leg uit waarom die nuttig is, doe hem voor, geef studenten de kans om te oefenen en bespreek wanneer ze hem ook elders kunnen toepassen.

Tip 2: normaliseer onzekerheid en vragen
Zeg expliciet dat ‘niet weten’ onderdeel is van academisch leren. Vragen stellen is daarbij juist een teken van betrokkenheid. Je kunt bijvoorbeeld aan het begin van een vak zeggen: “Van vragen stellen leer je meer en daarmee help je ook je medestudenten, die misschien de vraag niet durven te stellen.” Of sluit een college af met ruimte voor anonieme vragen via een digitale tool. Door onzekerheid zichtbaar en bespreekbaar te maken, versterk je het gevoel van ‘belonging’ en verlaag je de drempel om hulp te vragen.

Houd er ook rekening mee dat onzekerheid soms voortkomt uit een loyaliteitsconflict met het thuisfront. Niet alle studenten komen uit een omgeving die de academische wereld kent, en dat kan spanning opleveren tussen twee werelden. Denk aan een student die thuis vragen krijgt als: "Wanneer ga je nu eindelijk eens werken?".

VU-hoogleraar Halleh Ghorashi beschrijft dit in Ad Valvas (2026) als het moeten kennen en spreken van culturele codes. Voor studenten die die codes niet van huis uit meekrijgen, kost dat extra energie – energie die anders naar de inhoud had kunnen gaan.

Onderzoek van Walton & Cohen (2011) toont aan dat interventies rond ‘belonging’ een groot effect kunnen hebben op studiesucces van studenten uit ondervertegenwoordigde groepen. In het onderzoek lieten ze studenten bijvoorbeeld lezen dat gevoelens van twijfel normaal en tijdelijk zijn. Dit leidde tot betere studieresultaten en welzijn op langere termijn.

Tip 3: geef voorbeelden van wat ‘goed’ is
Abstracte aanwijzingen zoals ‘schrijf academisch’ of ‘wees analytisch’ zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend. Laat zien wat het verschil is tussen een beschrijvende en een analytische onderzoeksvraag, of bespreek waarom het ene tentamenantwoord hoger wordt beoordeeld dan het andere. Je kunt bijvoorbeeld twee voorbeeldvragen tonen en samen analyseren welke meer diepgang heeft en waarom. Door kwaliteit expliciet te maken, worden beoordelingscriteria transparant en begrijpen studenten beter waar zij naartoe werken. Nicol & Macfarlane-Dick (2006) benadrukken dat duidelijke criteria en voorbeeldfeedback studenten helpen om hun eigen leerproces beter te sturen.

Tip 4: wees helder over contact en verwachtingen
Leg uit wanneer studenten je kunnen mailen, hoe een spreekuur werkt en wat een redelijke reactietermijn is. Geef bijvoorbeeld aan: “Ik beantwoord mails binnen twee werkdagen” of “Kom met een gerichte vraag naar het spreekuur.” Je kunt ook laten zien hoe een professionele e-mail aan een docent eruitziet. Sommige studenten weten simpelweg niet wat de norm is. Door voorbeelden te laten zien van wat wel en niet gepast is, voorkom je ongemakkelijke situaties en geef je studenten concrete houvast. Maak ook duidelijk wat je verwacht rond aanwezigheid, voorbereiding en samenwerking. Door dit expliciet te maken, voorkom je misverstanden en verlaag je de drempel om contact te zoeken.

Tip 5: vermijd aannames over voorkennis en netwerk
Collier & Morgan (2008) laten zien dat eerstegeneratiestudenten vaker onzeker zijn over wat docenten precies verwachten, bijvoorbeeld rond deadlines, participatie en academische communicatie. Ga er dus bijvoorbeeld niet van uit dat iedereen weet wat een honoursprogramma inhoudt, hoe een stage wordt geregeld of hoe je een referentiebrief aanvraagt. Licht kort toe wat zo’n traject inhoudt, welke stappen nodig zijn en waar studenten betrouwbare informatie kunnen vinden. Je kunt bijvoorbeeld tijdens een college een slide opnemen met ‘Zo regel je een stage in drie stappen’ of kort uitleggen wanneer en hoe je een docent om een referentie vraagt. Door dit expliciet te maken, verklein je de afhankelijkheid van informele netwerken en vergroot je de toegankelijkheid van je onderwijs.

Tip 6: erken de kracht van eerstegeneratiestudenten
Een andere startpositie betekent geen lagere ambitie. Veel eerstegeneratiestudenten ontwikkelen juist sterk doorzettingsvermogen en reflectievermogen doordat zij hun route bewust moeten uitdenken. Ze staan vaak in twee werelden tegelijk: de academische en de wereld waar ze vandaan komen. Die positie maakt hen tot bruggenbouwers, met ervaringskennis die waardevol is voor onderzoek, beleid en de academische gemeenschap als geheel.

Benoem deze kwaliteiten expliciet in feedback, bijvoorbeeld wanneer een student laat zien dat hij of zij obstakels zelfstandig heeft overwonnen of gerichte keuzes maakt. Door talent en inzet zichtbaar te waarderen, verschuif je het perspectief van tekort naar kracht en versterk je het vertrouwen van studenten in hun eigen kunnen.

Meer weten?
Bekijk de programma’s Better Prepared en Stay Prepared van de VU en de informatie van de studieadviseurs binnen jouw faculteit.

Bronnen:

  • Studeren als eerstegeneratie: wat jij kunt doen als docent, Interview met Jorine Geertsema (Stay Prepared) en Kiki Rombouts, Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Nieuwkomers doen het goed, Nieuwenhuis, T. (2026, 20 februari). Ad Valvas.
  • Barr, S. (2024). Educate to self-regulate: Empowering learners for lifelong success. Amba Press.
  • Walton, G. M., & Cohen, G. L. (2011). A brief social-belonging intervention improves academic and health outcomes of minority students. Science, 331(6023), 1447–1451.
  • Nicol, D. J., & Macfarlane-Dick, D. (2006). Formative assessment and self‐regulated learning: A model and seven principles of good feedback practice. Studies in Higher Education, 31(2), 199–218.
  • Collier, P. J., & Morgan, D. L. (2008). “Is that paper really due today?”: Differences in first-generation and traditional college students’ understandings of faculty expectations. Higher Education, 55, 425–446.
  • Stephens, N. M., Fryberg, S. A., Markus, H. R., Johnson, C. S., & Covarrubias, R. (2012). Unseen disadvantage: How American universities’ focus on independence undermines the academic performance of first-generation college students. Proceedings of the National Academy of Sciences, 109(30), 11785–11790.

De tips voor activerend blended onderwijs worden mogelijk gemaakt door het VU Centre for Teaching & Learning.

Meer didactische tips

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam