Jorine Geertsema, projectleider van Stay Prepared, ziet het keer op keer: studenten die inhoudelijk sterk zijn, maar struikelen over het ‘hoe’ van studeren. “Ik ontmoet studenten die genoeg talent in zich hebben, maar die het lastiger vinden om zich wegwijs te maken in de universiteit. Thuis hebben ze geen rolmodel gehad en hebben ze niet kunnen ‘afkijken’ hoe anderen het deden. Deze studenten moeten veel zelf uitzoeken, iets waardoor ze ook een superkracht ontwikkelen.
De Better Prepared en Stay Prepared-programma's helpen studenten om die start minder eenzaam te maken: “We maken zichtbaar wat voor anderen vanzelfsprekend lijkt door taal te geven aan wat vaak impliciet blijft en we bieden een plek waar vragen stellen veilig voelt.”
“Ik voelde me verdwaald toen ik begon met studeren”
Eerstegeneratiestudent Antropologie, Kiki Rombouts, herkent dat gevoel. “Aangezien niemand in mijn directe familie eerder had gestudeerd, heb ik dat zelf allemaal uit moeten pluizen. Ik voelde mij erg verdwaald toen ik begon met studeren.” Ze maakte omwegen, wisselde van opleiding en voerde in de tussentijd tientallen gesprekken met studieadviseurs, docenten en medestudenten om te snappen hoe het systeem in elkaar zit.
“Ik merk dat deze impliciete regels voor veel studenten vanzelfsprekend zijn. Zelf moest ik steeds vragen stellen om ze helder te krijgen", vertelt Kiki. En dat is precies het punt, vertelt Jorine: "Wie de regels al kent, kan alle energie stoppen in de inhoud. Wie ze nog moet ontdekken, doet er onzichtbaar een tweede studie bij.”
Wat jij als docent kunt doen: zeg hardop wat vaak stil blijft
Het ontbreken van rolmodellen maakt studenten niet minder gemotiveerd, maar wel voorzichtiger. De winst zit vaak in kleine, dagelijkse interventies, die je in een minuut kunt doen, en die voor een student een verschil kunnen maken.
Praktisch tips voor docenten van Jorine:
- Maak de ongeschreven regels zichtbaar: benoem expliciet wat vaak impliciet blijft.
- Normaliseer vragen: zeg hardop dat vragen stellen geen onderbreking is, maar onderdeel van academisch werken.
- Leg contactmomenten uit: wanneer is het handig om je te mailen, wanneer is het spreekuur, hoe snel kunnen studenten een reactie verwachten?
- Maak taal minder spannend: laat zien hoe een prima mail eruitziet (kort, vriendelijk, met context).
- Zet verwachtingen om in voorbeelden: niet alleen “wees kritisch”, maar: wat is een kritische vraag in dit vak? Wat is een sterke bronverwijzing?
- Benoem de cultuur: vertel dat niet weten óók bij studeren hoort en dat fouten maken vaak de route is naar beter werk.
Aan doorzettingsvermogen geen gebrek
Een andere startpositie vraagt niet om lagere verwachtingen, maar om andere ondersteuning. Als verwachtingen helder zijn en studenten zich veilig voelen om vragen te stellen, komen hun kwaliteiten sneller naar boven.
Voor Kiki werd het ontbreken van een vast pad zelfs versterkend. “Ik heb zo veel moeten nadenken over wat mijn volgende academische stap ging zijn”, zegt ze. Die reflectie werd onderdeel van haar manier van studeren.
Jorine herkent dat bij meer studenten: “Aan doorzettingsvermogen hebben eerstegeneratiestudenten zeker geen gebrek. Als de universiteit daarop aansluit met duidelijke kaders en toegankelijke uitleg, kunnen studenten niet alleen meedraaien, maar ook hun eigen route vormgeven.”