Generatieve AI produceert gemakkelijk een essay, verslag of stuk code. Dat is voor het onderwijs niet alleen een integriteitsprobleem, maar vooral een bewijsprobleem. Namelijk: hoe bewijs je dat je studenten echt het beoogde hebben geleerd? In deze tip lees je meer over hoe je je aanpast in het AI-tijdperk en de bewijsvoering voor leren verbreedt.
In The Norton Guide to AI-Aware Teaching (2026; 2026) laten Vee, Watkins en Bruff zien hoe je je onderwijs praktisch aanpast aan de aanwezigheid van AI. Een recent artikel van Fawns, Boud en Dawson (2026) levert daar de theoretische onderbouwing bij: toetsing werkt altijd via proxies, indirecte bewijsstukken van leren. Zij onderscheiden er vier: het product, het proces, de performance en de praktijk. Generatieve AI raakt vooral de eerste. Aan een ingeleverd product kun je tegenwoordig niet meer aflezen wat een student geleerd heeft (ter troost: vroeger ook niet altijd). De oplossing is dus niet méér controle op producten, maar juist je bewijsvoering voor het leerproces verbreden. Hieronder lees je hoe je dat doet volgens beide bronnen.