Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Bacheloropleidingen Masteropleidingen VU for Professionals
HOVO Amsterdam Taalcursussen Nederlands als tweede taal (NT2) Zomercursus van de Vrije Universiteit Amsterdam Honoursprogramma Universitaire lerarenopleidingen
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Interdisciplinaire onderzoeksinstituten Wetenschappers van de VU Research Impact Support Portal Creëer impact met jouw onderzoek
Nieuws Agenda Bewegen naar een vitale toekomst
VU UPDATE: Situatie in Israël en de Palestijnse gebieden Cultuur op de VU
Praktische informatie De VU en Innovatiedistrict Zuidas Missie, kernwaarden en visie
Besturing van de VU Valorisatie en impact Samenwerken met de VU VU Alumni Community Bekijk onze vacatures!
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Zo stel je open vragen in coachende gesprekken met je student
Terug naar het overzicht van alle didactische tips
Laatst gewijzigd op 1 september 2026

Een student klopt bij je aan met een probleem of een lastige keuze, na de les of bij studiebegeleiding. Voordat je met oplossingen komt, is het goed om eerst de juiste vragen te stellen. Open vragen zetten de student aan het denken en houden het eigenaarschap waar het hoort: bij de student zelf.

Een student die het even niet meer ziet zitten, twijfelt over een studiekeuze of blijft hangen in uitstelgedrag: als docent of mentor krijg je met dit soort gesprekken te maken. De verleiding om snel te helpen met een advies is dan groot. Maar wie eerst de juiste open vragen stelt, zorgt dat de student zelf tot inzicht komt en een oplossing vindt die bij diegene past. Hieronder vind je zeven tips om dit in de praktijk te brengen.

De kracht van open vragen

  • Tip 1: weet het verschil tussen verschillende soorten vragen

    Een gesloten vraag toetst feiten, vraagt om een kort antwoord en is vaak sturend. Denk aan vragen als: hoeveel tijd heb je besteed aan deze opdracht? Wanneer merkte je dit voor het eerst? Met wie heb je hier al over gesproken? Dit soort vragen stimuleren niet altijd een open gesprek, maar hebben wel een functie in bepaalde contexten. Soms, bijvoorbeeld als een student het onderwerp emotioneel ingewikkeld vindt, kunnen gesloten vragen werken als startpunt van een gesprek. Maar in veel gevallen zetten ze niet aan tot reflectie. 

    Wil je meer ruimte creëren voor dialoog, kies dan voor open vragen, zoals redeneringsvragen. Die stimuleren om na te denken over een onderbouwing, bijvoorbeeld over de aanpak van een probleem of de reden achter een keuze. Of gebruik zelfregulatievragen, die gaan over hoe de student het eigen leerproces stuurt, zoals 'Wat doe je op het moment dat je iets niet meer snapt?'

  • Tip 2: maak het doel duidelijk

    Bekijk, wanneer mogelijk, vooraf wat je al van de student weet en bepaal welke onderwerpen je wil bespreken. Soms komt een student spontaan naar je toe en kun je het gesprek niet voorbereiden. In beide gevallen blijft het belangrijk om de student op het gemak te stellen en de verwachtingen van het gesprek te bespreken, zowel die van jou als van de student. Zo neemt de student vanaf het begin een actieve houding aan. Maak daarnaast duidelijk wat het doel van het gesprek is, dat het vertrouwelijk is en hoelang het gaat duren. Ga bij een individueel gesprek niet recht tegenover de student zitten, maar liever schuin. Dat geeft de student ruimte om oogcontact te zoeken wanneer daar behoefte aan is.

  • Tip 3: stel vragen naar feiten, gevoel, doelen en gevolgen

    Wil je een student helpen reflecteren op bijvoorbeeld uitstelgedrag? Korthagen (1997) onderscheidt vier soorten vragen: 

    • vragen naar feiten ('Hoeveel uur per week heb je gewerkt?');
    • vragen naar gevoel ('Hoe voelt dit voor je?');
    • vragen naar doelen ('Wat wil je in ieder geval dit jaar halen?');
    • vragen naar gevolgen ('Hoeveel studiepunten heb je gehaald?').

    Oordeel of interpreteer hierbij niet. Het gaat in deze fase alleen om observeren en benoemen, zodat jij en de student samen zicht krijgen op wat er speelt.

  • Tip 4: laat OMA thuis en gebruik LSD

    Gebruik als geheugensteun de ezelsbruggetjes LSD en OMA. LSD staat voor luisteren, samenvatten en doorvragen: herhaal af en toe in eigen woorden wat de student vertelt, om te laten merken dat je luistert. OMA staat voor oordelen, meningen en adviezen: laat die thuis. Het is niet aan jou om een mening te vormen over de situatie van de student, maar aan de student zelf. Blijf daarbij OEN: open, eerlijk en neutraal. Zo help je de student zelf tot een oplossing te komen.

  • Tip 5: vraag door en laat stiltes vallen

  • Tip 6: verken eerst het toekomstbeeld voordat je naar oplossingen zoekt

  • Tip 7: sluit af met een concreet actieplan

Meer weten?

Bron

  • Korthagen, F.A.J. (1997), aangehaald in: Scager, K. & Thoolen, B.J. (2005). De docent als coach in het hoger onderwijs. Utrecht: IVLOS, Universiteit Utrecht.

De tips voor activerend blended onderwijs worden mogelijk gemaakt door het VU Centre for Teaching & Learning.

Meer didactische tips

Direct naar

Homepage VU Amsterdam Cultuur op de VU Universiteitsbibliotheek Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact met VU Amsterdam Bekijk onze vacatures! Faculteiten VU Amsterdam Diensten VU Amsterdam
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © VU