Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Aanbestedingsrecht VU Law Academy: onontbeerlijke kennisupdate

Leergang Verdieping aanbestedingsrecht voor inkopers

De verdiepingsleergang Aanbestedingsrecht is opgebouwd rondom in de praktijk veel voorkomende vraagstukken met betrekking tot de grenzen die het aanbestedingsrecht stelt ten aanzien van de beslissingsvrijheid van inkopers voor wat betreft de voorbereiding, inrichting en afwikkeling van aanbestedingsprocedures.

Planning

Bekijk de planning najaar 2021 met data, docenten en college onderwerpen.
Let op: data onder voorbehoud. Per e-mail ontvangt u uiterlijk zes weken voor aanvang van de leergang de meest recente versie van deze planning.

Opzet en inhoud
Bij de opzet van de leergang is er nadrukkelijk niet voor gekozen om voor alle thema’s die in de leergang aan bod zijn gekomen een verdieping te ontwikkelen. In plaats daarvan is aansluiting gezocht bij de behoeften van inkoopprofessionals, zoals die kunnen worden afgeleid uit de inkoop- en aanbestedingspraktijk die centraal staat in de rechtspraak van de overheidsrechter en in de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts.

Daaruit blijkt dat geschillen in de praktijk niet of nauwelijks (meer) gaan over de werkingssfeer van het aanbestedingsrecht (wie is aanbestedingsplichtig?, welke opdrachten moeten worden aanbesteed?, welke aanbestedingsprocedures kunnen in welke gevallen worden toegepast?), maar dat inkoopprofessionals vooral worstelen met de voorbereiding, inrichting en afwikkeling van aanbestedingsprocedures. Zij realiseren zich dat zij in dat kader beslissingen zullen moeten nemen met inachtneming van de beginselen en regels van het aanbestedingsrecht. Die beginselen en regels volgen op hoofdlijnen uit de Aanbestedingswet 2012, de Gids Proportionaliteit en de jurisprudentie, maar bij de toepassing van deze regels hebben inkoopprofessionals een bepaalde mate van beslissingsvrijheid. De praktijk laat vervolgens zien dat – ook de meer ervaren – inkoopprofessionals het vaak lastig vinden om in het concrete geval aan te geven waar precies de grenzen liggen van deze beslissingsvrijheid.

De verdiepingsleergang Aanbestedingsrecht is daarom opgebouwd rondom in de praktijk veel voorkomende vraagstukken met betrekking tot de grenzen die het aanbestedingsrecht stelt ten aanzien van de beslissingsvrijheid van inkopers voor wat betreft de voorbereiding, inrichting en afwikkeling van aanbestedingsprocedures. Het gaat om vraagstukken die zich niet enkel en alleen laten beantwoorden op basis van de tekst van de Aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit, maar die verdiepende kennis eisen over de – soms complexe en niet altijd even duidelijke – uitwerking van de beginselen en regels van het aanbestedingsrecht in de jurisprudentie. 

Cursusleiding en docenten
De leergang staat onder leiding van mr. dr. Sophie Prent, docent-onderzoeker Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en prof. mr. Chris Jansen, hoogleraar privaatrecht en co-director van het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch en het Hof Den Haag.  

Een overzicht met informatie over de vaste docenten betrokken bij deze leergang verschijnt binnenkort op deze pagina.

Onderwijsleerproces
De cursisten bestuderen wekelijks voorafgaande aan het college het studiemateriaal. Dat materiaal is toegesneden op het thema en de vraagstukken die in de betreffende week centraal staan. Het studiemateriaal bestaat uit verdiepende literatuur (artikelen uit tijdschriften), relevante jurisprudentie van de overheidsrechter en adviezen van de CvAE en uit casusposities. Deze voorbereiding kost u ongeveer vier tot zes uur per week.

Vervolgens vindt er (twee)wekelijks een interactief hoor- en werkcollege plaats (3 uur). Het college start – voortbouwend op de leergang Aanbestedingsrecht voor inkopers – met een korte herhaling van de hoofdlijnen van het juridisch kader voor wat betreft het thema dat in de betreffende week centraal staat.

Daarna worden in het college de casusposities behandeld die de cursisten hebben voorbereid tijdens de voorafgaande zelfstudie. De behandeling van die casusposities gaat gepaard met een bespreking van concrete voorbeelden die ontleend worden aan de jurisprudentie en adviezen die in het studiemateriaal zijn opgenomen.

Aan het einde van het college wordt voor het thema van de betreffende week het toetsingskader vastgesteld. Met behulp van dat toetsingskader moeten de cursisten in staat zijn de vraagstukken, zoals die in de betreffende week aan bod zijn gekomen, ook voor andere vergelijkbare voorbeelden op rechtmatige wijze te beantwoorden. Of zij daar inderdaad toe in staat zijn, zal getoetst worden tijdens een afsluitend schriftelijk examen.

Groepsopdrachten
Tijdens college 3 en 5 worden casussen besproken, die u voorafgaande aan deze colleges samen met een aantal medecursisten heeft uitgewerkt. Deze uitwerkingen worden op Canvas, de digitale leeromgeving geplaatst, zodat u ook de uitwerkingen van de andere groepen van medecursisten kunt lezen. Na college 2 en 4 heeft u de mogelijkheid om samen met de medecursisten van de groep waarin u bent ingedeeld op de VU een begin te maken met de uitwerking van de casus. Een collegezaal zal hiervoor een uur beschikbaar worden gesteld. U heeft steeds een 1, 5 week de tijd voor het maken van de casus.

Schriftelijk examen
Het examen zal bestaan uit het uitwerken van een casus met een aantal vragen. Deze vragen kunt u thuis beantwoorden en vervolgens digitaal naar de VU Law Academy opsturen. Hiervoor heeft u twee dagen de tijd.

Diploma
U ontvangt een diploma als u voor het schriftelijk examen een voldoende heeft behaald en een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de twee groepsopdrachten. De werkwijze bij de groepsopdrachten wordt voor aanvang van de leergang bekend gemaakt.

Meer informatie over deze leergang
Inleiding
Resultaat
Data, kosten en contact

prof. mr. Chris Jansen

prof. mr. Chris Jansen

Chris Jansen is hoogleraar privaatrecht en co-director van het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Hof ’s-Hertogenbosch en het Hof Den Haag. Hij heeft inmiddels meer dan 20 jaar ervaring in lesgeven op het gebied van Contractenerecht, Aanbestedingsrecht en Bouwcontractenrecht, zowel regulier als postacademisch.

Portretfoto van Chris Jansen

College 1: Eisen en criteria rechtmatig formuleren conform het transparantiebeginsel

Inkoopprofessionals moeten opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken zodanig formuleren dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige gegadigden en inschrijvers deze eisen en criteria op dezelfde wijze zullen kunnen begrijpen. Inkoopprofessionals kennen weliswaar deze op het transparantiebeginsel gebaseerde norm (vergelijk ook artikelen 1.9, 1.12 en 1.15 Aw 2012), maar de praktijk laat zien dat die norm regelmatig wordt geschonden. Het blijkt lastig te zijn om bij de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure aan deze algemene, open norm in het concrete geval invulling te geven op een dusdanige manier dat dit op een later tijdstip in de procedure geen aanleiding tot problemen geeft.

In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden duidelijk worden gemaakt hoe men bij het formuleren van eisen en criteria in concreto te werk moet gaan om die problemen te voorkomen. Aan de hand daarvan zal een duidelijk toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria kunnen formuleren die in overeenstemming zijn met het transparantiebeginsel. 

College 2: Eisen en criteria rechtmatig formuleren conform het proportionaliteitsbeginsel

Opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken moeten verband houden met en in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht. Inkoopprofessionals kennen weliswaar deze op het proportionaliteitsbeginsel gestoelde basisnorm (vergelijk ook artikel 1.10, 1.13 en 1.16 Aw 2012), maar lopen in de praktijk regelmatig tegen het probleem aan dat zij het lastig vinden deze algemene, open norm te concretiseren. Zij worden in dat kader ten dele gefaciliteerd door de Voorschriften van de  Gids Proportionaliteit, maar vragen zich niet zelden af hoe zij – gegeven het karakter van die Voorschriften (“pas toe of leg uit”) – aan hun motiveringsplicht moeten voldoen wanneer zij van die Voorschriften zouden willen afwijken. Tegen dat probleem lopen zij eveneens aan wanneer zij hun beslissingen om opdrachten samen te voegen of niet in percelen te splitsen willen motiveren met inachtneming van het bepaalde in het – eveneens op het proportionaliteitsbeginsel gestoelde – clusterverbod en splitsingsgebod (vergelijk artikel 1.5 Aw 2012).

In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij het formuleren van eisen en criteria in concreto te werk moet gaan om binnen de kaders van het proportionaliteitsbeginsel te blijven en – wanneer men buiten die kaders wenst te treden – hoe men invulling dient te geven aan motiveringsplichten. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria kunnen formuleren die in overeenstemming zijn met het proportionaliteitsbeginsel. 

College 3: Rechtmatig wijzigen van eisen en criteria tijdens en na de aanbestedingsprocedure

Het komt regelmatig voor dat inkoopprofessionals na de aankondiging van de aanbestedingsprocedure tot het inzicht komen dat eisen en criteria – om welke reden dan ook – moeten worden aangepast. De mogelijkheid om dat te doen is aan banden gelegd door de beginselen van aanbestedingsrecht. Het blijkt in de praktijk voor inkoopprofessionals echter lastig te zijn om te bepalen welke ruimte zij in dat kader precies hebben, te meer ook omdat de uitwerking van de beginselen in nadere regels – zowel in wetgeving als in jurisprudentie – niet altijd even duidelijk is. Die nadere regels lijken bovendien te verschillen, al naar gelang de behoefte tot wijziging van eisen en criteria opkomt hetzij tijdens de aanbestedingsprocedure zelf, hetzij nadat die procedure inmiddels heeft geresulteerd in het sluiten van een bindende overeenkomst (vergelijk hoofdstuk 2.5 Aw 2012).

In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij het wijzigen van eisen en criteria, zowel tijdens de aanbestedingsprocedure als na afloop daarvan, binnen de kaders van de beginselen van aanbestedingsrecht te werk moet gaan. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria tijdens of na afloop van de aanbestedingsprocedure kunnen wijzigen. 

College 4: Rechtmatig beoordelen van aanmeldingen en inschrijvingen

Aanmeldingen (van gegadigden) en inschrijvingen (van inschrijvers) moeten worden beoordeeld op basis van en in overeenstemming met de vooraf bekend gemaakte opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken. Deze eisen en criteria zijn geformuleerd op een moment waarop de betrokken inkoopprofessionals natuurlijk nog geen inzicht hebben in de beoogde aanmeldingen en inschrijvingen en evenmin in de identiteit van de betrokken gegadigden en inschrijvers. De ontvangst en beoordeling van die aanmeldingen en inschrijvingen – alsook de kennisname van de identiteit van de indieners daarvan – leidt bij inkoopprofessionals niet zelden tot reflectie op en nieuwe inzichten ten aanzien van de vooraf gestelde eigen eisen en criteria. In dat kader kunnen bijvoorbeeld interpretatievragen rijzen, zowel ten aanzien die eisen en criteria zelf (zie ook thema (i) hiervoor) als ten aanzien van de inhoud van de ontvangen aanmeldingen en inschrijvingen. Om deze interpretatievragen te kunnen beantwoorden en tot rechtmatige vervolgbeslissingen in de aanbestedingsprocedure te kunnen komen, zoeken inkoopprofessionals naar ruimte om bilateraal met gegadigden en inschrijvers over hun aanmeldingen respectievelijk inschrijvingen te kunnen communiceren. In het verlengde daarvan zoeken zij naar ruimte om bepaalde aanmeldingen of inschrijvingen – voor zover de inhoud daarvan bij hen vragen oproept in het licht van de vooraf gestelde eisen en criteria – hetzij verder buiten beschouwing te kunnen laten, hetzij juist ‘binnen de procedure’ te kunnen houden.

In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij de beoordeling van aanmeldingen en inschrijvingen binnen de kaders van de beginselen en regels van aanbestedingsrecht te werk moet gaan. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze aanmeldingen en inschrijvingen kunnen beoordelen en op basis daarvan rechtmatige vervolgbeslissingen kunnen nemen wat betreft de (verdere) deelname van de betrokken gegadigden of inschrijvers aan de aanbestedingsprocedure. 

  • College 1 -2

    College 1: Eisen en criteria rechtmatig formuleren conform het transparantiebeginsel

    Inkoopprofessionals moeten opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken zodanig formuleren dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige gegadigden en inschrijvers deze eisen en criteria op dezelfde wijze zullen kunnen begrijpen. Inkoopprofessionals kennen weliswaar deze op het transparantiebeginsel gebaseerde norm (vergelijk ook artikelen 1.9, 1.12 en 1.15 Aw 2012), maar de praktijk laat zien dat die norm regelmatig wordt geschonden. Het blijkt lastig te zijn om bij de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure aan deze algemene, open norm in het concrete geval invulling te geven op een dusdanige manier dat dit op een later tijdstip in de procedure geen aanleiding tot problemen geeft.

    In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden duidelijk worden gemaakt hoe men bij het formuleren van eisen en criteria in concreto te werk moet gaan om die problemen te voorkomen. Aan de hand daarvan zal een duidelijk toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria kunnen formuleren die in overeenstemming zijn met het transparantiebeginsel. 

    College 2: Eisen en criteria rechtmatig formuleren conform het proportionaliteitsbeginsel

    Opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken moeten verband houden met en in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht. Inkoopprofessionals kennen weliswaar deze op het proportionaliteitsbeginsel gestoelde basisnorm (vergelijk ook artikel 1.10, 1.13 en 1.16 Aw 2012), maar lopen in de praktijk regelmatig tegen het probleem aan dat zij het lastig vinden deze algemene, open norm te concretiseren. Zij worden in dat kader ten dele gefaciliteerd door de Voorschriften van de  Gids Proportionaliteit, maar vragen zich niet zelden af hoe zij – gegeven het karakter van die Voorschriften (“pas toe of leg uit”) – aan hun motiveringsplicht moeten voldoen wanneer zij van die Voorschriften zouden willen afwijken. Tegen dat probleem lopen zij eveneens aan wanneer zij hun beslissingen om opdrachten samen te voegen of niet in percelen te splitsen willen motiveren met inachtneming van het bepaalde in het – eveneens op het proportionaliteitsbeginsel gestoelde – clusterverbod en splitsingsgebod (vergelijk artikel 1.5 Aw 2012).

    In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij het formuleren van eisen en criteria in concreto te werk moet gaan om binnen de kaders van het proportionaliteitsbeginsel te blijven en – wanneer men buiten die kaders wenst te treden – hoe men invulling dient te geven aan motiveringsplichten. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria kunnen formuleren die in overeenstemming zijn met het proportionaliteitsbeginsel. 

  • College 3-4

    College 3: Rechtmatig wijzigen van eisen en criteria tijdens en na de aanbestedingsprocedure

    Het komt regelmatig voor dat inkoopprofessionals na de aankondiging van de aanbestedingsprocedure tot het inzicht komen dat eisen en criteria – om welke reden dan ook – moeten worden aangepast. De mogelijkheid om dat te doen is aan banden gelegd door de beginselen van aanbestedingsrecht. Het blijkt in de praktijk voor inkoopprofessionals echter lastig te zijn om te bepalen welke ruimte zij in dat kader precies hebben, te meer ook omdat de uitwerking van de beginselen in nadere regels – zowel in wetgeving als in jurisprudentie – niet altijd even duidelijk is. Die nadere regels lijken bovendien te verschillen, al naar gelang de behoefte tot wijziging van eisen en criteria opkomt hetzij tijdens de aanbestedingsprocedure zelf, hetzij nadat die procedure inmiddels heeft geresulteerd in het sluiten van een bindende overeenkomst (vergelijk hoofdstuk 2.5 Aw 2012).

    In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij het wijzigen van eisen en criteria, zowel tijdens de aanbestedingsprocedure als na afloop daarvan, binnen de kaders van de beginselen van aanbestedingsrecht te werk moet gaan. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze eisen en criteria tijdens of na afloop van de aanbestedingsprocedure kunnen wijzigen. 

    College 4: Rechtmatig beoordelen van aanmeldingen en inschrijvingen

    Aanmeldingen (van gegadigden) en inschrijvingen (van inschrijvers) moeten worden beoordeeld op basis van en in overeenstemming met de vooraf bekend gemaakte opdrachtspecificaties, contractvoorwaarden, uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, (nadere) selectiecriteria, gunningscriteria en beoordelings- en gunningssystematieken. Deze eisen en criteria zijn geformuleerd op een moment waarop de betrokken inkoopprofessionals natuurlijk nog geen inzicht hebben in de beoogde aanmeldingen en inschrijvingen en evenmin in de identiteit van de betrokken gegadigden en inschrijvers. De ontvangst en beoordeling van die aanmeldingen en inschrijvingen – alsook de kennisname van de identiteit van de indieners daarvan – leidt bij inkoopprofessionals niet zelden tot reflectie op en nieuwe inzichten ten aanzien van de vooraf gestelde eigen eisen en criteria. In dat kader kunnen bijvoorbeeld interpretatievragen rijzen, zowel ten aanzien die eisen en criteria zelf (zie ook thema (i) hiervoor) als ten aanzien van de inhoud van de ontvangen aanmeldingen en inschrijvingen. Om deze interpretatievragen te kunnen beantwoorden en tot rechtmatige vervolgbeslissingen in de aanbestedingsprocedure te kunnen komen, zoeken inkoopprofessionals naar ruimte om bilateraal met gegadigden en inschrijvers over hun aanmeldingen respectievelijk inschrijvingen te kunnen communiceren. In het verlengde daarvan zoeken zij naar ruimte om bepaalde aanmeldingen of inschrijvingen – voor zover de inhoud daarvan bij hen vragen oproept in het licht van de vooraf gestelde eisen en criteria – hetzij verder buiten beschouwing te kunnen laten, hetzij juist ‘binnen de procedure’ te kunnen houden.

    In dit college zal aan de hand van veel voorbeelden worden duidelijk gemaakt hoe men bij de beoordeling van aanmeldingen en inschrijvingen binnen de kaders van de beginselen en regels van aanbestedingsrecht te werk moet gaan. Aan de hand daarvan zal een concreet toetsingskader worden gepresenteerd waarmee inkoopprofessionals in hun eigen inkooppraktijk op rechtmatige wijze aanmeldingen en inschrijvingen kunnen beoordelen en op basis daarvan rechtmatige vervolgbeslissingen kunnen nemen wat betreft de (verdere) deelname van de betrokken gegadigden of inschrijvers aan de aanbestedingsprocedure. 

Contact en meer informatie

Inhoudelijke vragen

Heeft u na het lezen van de informatie op deze site nog vragen over de inhoud of opzet van de leergang? Neem dan contact op met de coördinator van deze leergang, Branka Dasović via b.dasovic@vu.nl

Of bel Branka op 020-598 36 12.

Ben je student van een bachelor- of masteropleiding aan de VU en heb je vragen aan een docent of je faculteit?
Neem dan contact op met de studentenbalie van de VU

Praktische vragen

Heeft u vragen over plaatsing of betaling? Bel of mail dan naar Ilse Herweijer via vulaw@vu.nl

Of bel ons op 020-598 62 55.

Kijk op 'Coronavirus: updates' voor alle updates omtrent coronamaatregelen aan de VU Amsterdam.
Kijk op 'Informatie over fysiek en online onderwijs bij VULaw' voor informatie over hoe wij ons onderwijs aanbieden.

Contactpersoon

Branka Dasovic pasfoto
Ilse Herweijer foto