Het behoeft geen betoog dat Giuseppe Verdi (1813–1901), wiens 125e sterfdag in 2026 wordt herdacht, de belangrijkste Italiaanse operacomponist van de 19e eeuw was. Tegelijkertijd bouwde hij voort op de verworvenheden van Rossini, Bellini en Donizetti. De eerste colleges zijn gewijd aan enkele van hun opera’s.
In de tweede helft van de cursus staan diverse bekende en minder bekende opera’s van Verdi centraal. Aan de hand van die werken komen verschillende aspecten van de operapraktijk in het 19e-eeuwse Italië aan bod, zoals de rol van impresario’s, librettisten (dichters) en uitgevers. Ook is er aandacht voor de politieke situatie van die tijd en voor de positie van Verdi en zijn opera’s daarin.
Daarnaast richt de cursus zich nadrukkelijk op 19e-eeuwse composities in andere genres, zoals kerkmuziek (Verdi’s beroemde Messa da Requiem), instrumentale muziek (bijvoorbeeld Rossini’s kamersymfonieën voor strijkorkest) en pianomuziek.
De cursus Viva Verdi I eindigt met Verdi’s opera Aïda, die hij in 1871 componeerde in de veronderstelling dat dit zijn laatste opera zou zijn. Na enkele jaren liet Verdi zich echter overhalen om opnieuw opera’s te schrijven.
Deze latere werken vormen het uitgangspunt voor de vervolgcursus Viva Verdi II in het voorjaar van 2027. In die cursus komt ook een selectie van opera’s van jongere componisten als Arrigo Boito, Pietro Mascagni en Giacomo Puccini aan bod.
Onderwijsvorm: 10 hoorcolleges met ruimte voor vragen aan het einde van elk college.
Studiebelasting: Ongeveer 2 uur per week.
Literatuur: Gedrukte syllabus.
Verwachte voorkennis: Er zijn geen specifieke eisen aan vooropleiding en voorkennis.
Meer over deze cursus
Inleiding
Data, kosten en inschrijven