De kwaliteitsborging van verantwoord toetsen en beoordelen is afhankelijk van de kwaliteit van elke fase in het proces van toetsing: de toetscyclus.
De examinator doorloopt voor elk studieonderdeel een toetscyclus met als doel de kwaliteit van toetsing voortdurend te blijven optimaliseren: ontwerpen, construeren, afnemen, beoordelen, analyseren, rapporteren, evalueren. Na deze cyclus volgt uiteraard verbeteren. Hieronder vind je per stap in de toetscylus een korte toelichting.
Meer informatie over de praktische organisatie van een toets vind je hier.
Ontwerpen
Als examinator ontwerp je toetsen die aansluiten bij het toetsplan. (Het toetsplan wordt door de opleidingsdirecteur opgesteld, zie VU.nl PDCA toetsing.) Volgens het principe van constructive alignement bepaal je de toetsvorm aan de hand van de leerdoelen en de gekozen onderwijsvormen. Daarbij let je op de balans tussen summatieve toetsing en de formatieve dialoog. Een belangrijk document bij deze stap vormt de toetsmatrijs.
Bij de ontwikkeling van een toets wordt altijd het vier-ogen-principe toegepast om de kwaliteit van een toets te waarborgen. Dit betekent dat je tijdens verschillende stappen van de toetscyclus een collega laat meekijken op de kwaliteitseisen van toetsing: validiteit, betrouwbaarheid, transparantie, bruikbaarheid en vergelijkbaarheid.
Construeren
Deze stap bestaat uit het maken van toetsitems, opdrachten en antwoordmodellen (of beoordelingsformulieren). In deze fase laat je een collega je ontwikkelde materiaal reviewen, in het kader van het vier-ogen-principe. Voor elke toets is vooraf de wijze van cesuurbepaling bekend gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een absolute cesuur of compromismethodes. Volledig relatieve cesuur kan alleen onder specifieke voorwaarden en op basis van goede argumenten worden ingezet, na toestemming van de opleidingsdirecteur en de examencommissie.
Per studieonderdeel worden het gewicht en de compensatiemogelijkheden van deeltoetsen vooraf vastgelegd. Op basis daarvan wordt de eindbeoordeling vastgesteld.
Cesuur wat is dat eigenlijk en wat kan ik ermee? Voor meer informatie of vragen over cesuur kan je naar de toetsondersteuner van je faculteit (zie Toetsorganisatie voor de contactgegevens) of vraag na bij de Tentamenservice VU.
Afnemen
De derde stap is het daadwerkelijk afnemen van de toets. Voor de praktische uitvoering en de voorbereiding hiervoor kijk op Toetsorganisatie.
In het geval van een tentamen op locatie, zorg je ervoor dat je bij (de start van) het tentamen fysiek aanwezig bent (in ieder geval het eerste halfuur). Gedurende het gehele tentamen ben je in ieder geval (telefonisch) bereikbaar voor eventuele vragen van de toetsorganisatie.
Zorg ervoor dat de leerdoelen en de wijze van toetsen van een studieonderdeel vooraf gecommuniceerd worden via studiegidsen, de OER, studiehandleiding of andere bronnen. De instructie bij een toets dient volledig en helder te zijn en moet voldoen aan de eisen die de faculteit of opleiding daaraan stelt. Hiertoe wordt informatie gegeven op het voorblad van het tentamen (bijvoorbeeld over de puntentoekenning per (deel)antwoord). In deze stap hoort ook het voorkomen van fraude en de veiligheid van de toetsomgeving (zoals beschreven in de R&R van de examencommissie).
Beoordelen
Deze stap bestaat uit het nakijken, beoordelen en scoren van de gemaakte toets(opgaven).
Je kan nakijken aan de hand van een antwoordmodel of beoordelingsformulier. Als je met verschillende collega’s een deel van het werk beoordeelt, worden duidelijke afspraken gemaakt over de wijze waarop eenvormigheid wordt bereikt. Alle beoordelaars zijn alert op mogelijke fraude.
Analyseren
Als de toetsafname is geweest, is het tijd om te kijken naar de kwaliteit van de toets door middel van een analyse. Een toetsanalyse kan je laten uitvoeren via Tentamenservice VU. Via een analyse kan het tentamen als geheel worden geanalyseerd en kunnen items van onvoldoende kwaliteit opgespoord worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor items die te makkelijk, te moeilijk of ambigu blijken te zijn.
Rapporteren
Rapporteren doe je in de vorm van een cijfer en/of feedback. Hierbij speelt het doel van de toets (summatief of formatief) en cesuur een rol. Het eindcijfer wordt in SAP geregistreerd.
Evalueren
Aan de hand van feedback uit studentevaluaties en/of advies van de examencommissie, kan je wijzigingen in de toetsing doorvoeren om deze te optimaliseren.
De examinator maakt een toetsdossier aan, dat door de examencommissie kan worden opgevraagd in haar onderzoek naar toetskwaliteit. De volgende elementen komen terug in het toetsdossier: bewijs van (inhouds)validiteit (toetsmatrijs bijvoorbeeld), de gevolgde procedure voor kwaliteitszorg, bewijzen van de betrouwbaarheid en transparantie van de toetsing en documentatie waaruit blijkt hoe de kwaliteit van toetsing verder geoptimaliseerde zal worden (verbetercultuur). Het faculteitsbestuur bepaalt in het facultaire toetsbeleid welke aanvullende eisen worden gesteld aan de inhoud van het toetsdossier. De opleidingsdirecteur kan hier in het toetsplan nadere eisen aan stellen.