Kansen om chronische ziekten te voorkomen
Steeds meer onderzoek laat zien dat leefstijl en voeding sterk samenhangen met veelvoorkomende chronische aandoeningen, zoals type 2 diabetes, overgewicht, hart en vaatziekten en immuun-gerelateerde ziekten.
Toch doen we daar in de praktijk nog te weinig mee. Dat vindt Remco Kort zorgelijk: “We weten inmiddels veel over de invloed van het darmmicrobioom (de bacteriën, virussen en schimmels in onze darmen, red.),” zegt hij, “maar die kennis bereikt mensen nog onvoldoende. En juist daar laten we kansen liggen om chronische ziekten te voorkomen.”
Het GEEF-onderzoek
Kort is een van de initiatiefnemers van het GEEF-onderzoek (Gut health Enhancement by Eating Favourable Food), een onderzoek naar de invloed van vezelrijke en gefermenteerde voeding op het darmmicrobioom. Aan deze studie die 21 weken duurde, deden 147 volwassenen mee. “In Nederland eet het overgrote deel van de mensen structureel te weinig vezels. Tegelijkertijd zien we een sterke toename van chronische metabole ziekten.”
Van weten naar doen
Ondanks dat we steeds meer kennis hebben over hoe belangrijk de juiste voeding is, verandert er in de praktijk weinig. “Het probleem is niet dat mensen onwillig zijn,” legt Kort uit. “Het probleem is dat wetenschap vaak abstract blijft. Mensen wéten dat vezels gezond zijn, maar niet hoe ze dit duurzaam in hun dagelijks leven kunnen toepassen.”
Om mensen actief te betrekken bij dit onderwerp koos het onderzoeksteam van de GEEF-studie voor een citizen science-aanpak. Deze benadering betrekt mensen uit de samenleving actief bij onderzoek. Deelnemers volgden een voedingsinterventie, verzamelden zelf data en kregen persoonlijke terugkoppeling over hun microbioom. “We wilden niet nóg een studie die in een la verdwijnt,” zegt Kort. “We wilden laten zien dat onderzoek ook direct iets kan opleveren voor de mensen die meedoen.”
Kleine keuzes, grote impact
De resultaten van de GEEF-studie lieten zien dat zelfs relatief eenvoudige voedingsaanpassingen het microbioom en het eetgedrag positief kunnen beïnvloeden. “Wat mij het meest raakte,” vertelt Kort, “is dat deelnemers aangaven zich voor het eerst echt eigenaar te voelen van hun gezondheid.” Dat is cruciaal, benadrukt hij. “Als we preventie serieus nemen, moeten we mensen actief betrekken. Anders blijven we achter de feiten aanlopen: met steeds hogere zorgkosten en steeds meer mensen met chronische klachten.”
Waarom opschaling nu nodig is
De GEEF-studie was een eerste stap, maar volgens Kort is het tijd voor de volgende fase. Het doel van het vervolgonderzoek is om meer dan 10.000 deelnemers te betrekken, zodat verschillen tussen groepen beter zichtbaar worden en conclusies breder toepasbaar zijn. “We hebben gezien dat deze aanpak werkt. Het is nu belangrijk om op te schalen. Met meer deelnemers krijgen we beter inzicht in wat voor wie werkt. Die kennis kunnen we vervolgens vertalen naar praktische voedingsadviezen. Zonder aanvullende financiering kunnen we die stap niet zetten,” zegt Kort.
Samen verantwoordelijkheid nemen
Volgens hem ligt hier niet alleen een taak voor wetenschappers, maar voor de samenleving als geheel. “Iedereen heeft een darmmicrobioom. Iedereen eet. Dat maakt dit onderzoek relevant voor ons allemaal.”
Wie meedoet of het onderzoek financieel steunt via het VUfonds, helpt mee aan het opdoen van kennis waar veel mensen baat bij hebben. “Dit gaat niet alleen over vandaag,” besluit Kort. “Dit gaat over hoe we in de toekomst omgaan met gezondheid, ziekte en preventie. En die keuze moeten we nu maken.”