Het vergroenen van de VU-kantine: hoe ben je te werk gegaan?
‘We hebben onderzocht hoe makkelijk, of moeilijk, het is om te voldoen aan de voedingsrichtlijnen van het Voedingscentrum met de maaltijden in het VU-restaurant in het hoofdgebouw. Op verschillende momenten hebben we met ons Dreamteam van vijf studenten 20+ warme maaltijden, 10+ broodjes en 170+ verpakte producten en dranken beoordeeld, zowel van cateraar Eurest als van de andere ‘kraampjes’. Zo kregen we een zo compleet mogelijk beeld van het assortiment in die periode. Door het eten te scoren op de Eetmeter van het Voedingscentrum legden we het voedselaanbod langs de Schijf van Vijf.
De aanleiding voor deze VU Food Monitor was onder meer het convenant Samen eten we Amsterdam gezond, dat de VU in 2025 met elf andere grote Amsterdamse organisaties heeft ondertekend.
Een belangrijke inspiratiebron was de aanpak van het Amsterdam UMC. Daar bestond al een commissie met gemotiveerde en betrokken experts, onder anderen deskundigen op het gebied van patiëntenvoeding, gezondheidsbevordering, catering en duurzame voeding. Hun gezamenlijke doel: een gezondere voedselomgeving. Zij hebben een grootschalige scan van de voedselomgeving gemaakt.
Het rapport bleek een katalysator voor verdere actie: de resultaten maakten heel duidelijk waar verbetering nodig was en zorgden ervoor dat het onderwerp niet langer genegeerd kon worden. Dat bracht ons op het idee om ook voor de VU te onderzoeken hoe gezond het voedselaanbod was.’
Hoe gezond is het eten in het VU-restaurant?
‘Bij de warme maaltijden ging al veel goed. Met sommige gerechten krijg je genoeg groente binnen, zoals de vegetarische pasta bolognese en de hybride gehaktbal (40% vlees, 60% erwteneiwit). Bovendien zijn deze opties populair. Aantrekkelijk, (gedeeltelijk) vegetarisch eten is dus mogelijk in onze kantine. Dat geeft hoop.
Tegelijkertijd voldoet het verpakte aanbod nog niet altijd aan de voedingsrichtlijnen. Er zijn maaltijden met rood vlees. Die zijn weliswaar passend binnen de Schijf van Vijf, maar mag je maximaal één keer per week eten. Met één roodvleesmaaltijd op de VU zit je dus voor de hele week aan je max.
Broodjes met kaas of ei bevatten vaak meer dan de aanbevolen hoeveelheden. Eén broodje oude kaas bevatte bijvoorbeeld al 55 gram kaas, terwijl het Voedingscentrum 20 gram per dag adviseert. Daardoor wordt het lastig om de rest van de dag binnen de richtlijnen te blijven eten.
Ik bekijk het positief: er zijn mooie kansen voor verbetering. Duidelijke labels toevoegen, bijvoorbeeld, zodat je beter kunt zien wat je kiest en hoe dat binnen de Schijf van Vijf past. Het voedselaanbod is 80% vegetarisch, maar mensen kopen toch vaak de niet-vega-opties, zagen we. We moeten het vegetarische eten dus aantrekkelijker maken. Daarnaast moet het aanbod ook gezond en betaalbaar blijven. Die drie aspecten staan soms op gespannen voet, maar er zijn zeker mogelijkheden om ze te combineren. Volledig vega(n) is geen realistische optie: dan gaan mensen sneller naar de shoarmatent op de hoek. Nee, de focus moet liggen op meer vega-keuze, met smaakvolle gerechten en volwaardige eiwitbronnen, zoals linzen en kikkererwten.’
Wat motiveert jou?
‘De sociale component van eten heeft mij altijd geïnteresseerd. Hoe bepalen mensen samen wat een goede maaltijd is? Samen eten en dezelfde maaltijd delen verbindt. Daarom is het belangrijk om keuzes te maken waar iedereen zich in kan vinden. Juist tradities en verwachtingen rondom smaak vormen vaak een drempel in de eiwittransitie. Als studenten ontdekken dat vegetarische maaltijden ook lekker en aantrekkelijk kunnen zijn, nemen ze die ervaringen misschien mee naar huis. Zo kunnen nieuwe eetgewoonten en tradities ontstaan. De voorbeeldrol van het restaurant op de VU-campus is dus groot.
Ook duurzaamheid speelt een belangrijke rol. Voedselproductie heeft een grote impact op uitstoot en landgebruik. Daarom hoop ik bij te dragen aan een voedingspatroon met minder vlees, bijvoorbeeld één tot drie dagen per week minder. Dat is goed voor onze gezondheid én het milieu.’
Verandering rondom duurzaamheid roept soms weerstand op. Hoe krijg jij mensen toch mee?
‘Dat gaat niet altijd vanzelf. Soms gaat het inderdaad moeizaam. Wat belangrijk is: open blijven staan voor elkaar. Met elkaar blijven praten. Je moet het echt samen doen. In de praktijk betekent dat veel contact houden, uitleg geven en mensen actief meenemen in het proces. Ik heb geleerd dat het helpt om meer informatie te delen dan je misschien van tevoren denkt.
De Facilitaire Campus Organisatie (FCO) en ik praten elkaar regelmatig bij. Ook via het Dreamteam van studenten betrekken we verschillende partijen. Het is zo belangrijk om elkaar goed te leren kennen. Dat persoonlijke contact is essentieel om impact te maken. Uiteindelijk is het allemaal mensenwerk.’
Wat maakt jou een vrije denker?
‘Als ik mogelijkheden zie, kan ik die niet laten liggen. Ook als die niet direct bij mijn formele taken horen. Vooral als het gaat om gezondheid en duurzaamheid grijp ik die kansen altijd aan.
Alleen al door het voedselaanbod in kaart te brengen zijn de witte broodjes vervangen door bruine. Verandering begint vaak klein, maar door samen te werken en goed naar elkaar te luisteren kunnen we een enorme impact maken.’
De VU zoekt en voedt de maatschappelijke dialoog, is toonaangevend in onderzoek en leidt studenten op tot wereldburgers die in woord en daad bijdragen aan een betere wereld. Lees het strategische plan 2026-2030 hier.