We spreken met Sharda Nandram, hoogleraar Hindu Spirituality and Society en Chief Diversity Officer aan de VU, tevens hoogleraar Business and Spirituality aan Nyenrode Business Universiteit, en Puneet Bindlish, universitair docent, faculteit der Sociale en Geesteswetenschappen aan de VU, over hun nieuwe boek Rethinking the University: Harmonizing the Academic Space with Integrating Simplification.
Voordat we het boek gaan bespreken, ben ik benieuwd: kun je me iets vertellen over de weg die je naar dit werk heeft geleid?
Sharda: We hebben eigenlijk nooit in één hokje gepast. Voor mij liep de route via psychologie, economie, management, ondernemerschap en spiritualiteit. We bevinden ons steeds op de grenzen van disciplines. Daardoor zien we wat er tussen vakgebieden gebeurt. Juist die kruisbestuiving is onze kracht.
Puneet: Mijn loopbaan verliep ook allesbehalve rechtlijnig. Ik begon in de wetenschap en techniek, ging vervolgens richting organisatiegedrag en kwam uiteindelijk uit bij religie en theologie. Ik heb altijd tussen verschillende vakgebieden en contexten bewogen. Dat verbindt ons ook.
Sharda: Het gaat niet alleen om het verbinden van disciplines, maar ook om het verbinden van de universiteit met de samenleving. Voor mij persoonlijk speelt de universiteit al meer dan 40 jaar een rol. Sinds mijn 19e eigenlijk. Het is een tweede thuis geworden, en dat beïnvloedt hoe ik naar alles kijk.
40 jaar is een lange tijd. Je hebt de universiteit vast sterk zien veranderen.
Sharda: Absoluut. Ik herinner me nog mijn eerste college als student in 1985. Studenten zaten op hun jassen op de grond omdat de collegezaal overvol was. Daarna wist ik: de volgende keer moet ik vroeg zijn, anders kan ik het niet eens volgen. Tegenwoordig komen studenten veel minder vaak naar colleges. Dat is een van de grootste veranderingen die ik heb gezien. Maar interessanter dan dát is de vraag hóé het veranderde. Studenten gaan vandaag heel anders met kennis om.
Puneet: Precies. Kennis is niet langer schaars; ze is overal. Daardoor verschuift de rol van de universiteit. Niet langer draait het vooral om het geven van antwoorden, maar om het begeleiden van studenten bij het omgaan met kennis, het kritisch bevragen ervan en het verbinden ervan met hun eigen leven.
Wat zette jullie aan tot het schrijven van dit boek?
Sharda: Voor mij begon het tijdens de studentenprotesten van twee jaar geleden. Plotseling zag ik de universiteit vanuit een heel ander perspectief. Niet de protesten zelf vielen op, die zijn er altijd geweest, maar de diepte van de frustratie. Dat bleef me bezighouden. Ik vroeg me af: hoe kan het dat mensen de behoefte voelen om hun eigen thuis te ‘breken’? Want voor mij is de universiteit een thuis. Ik begon te schrijven, nodigde Puneet uit om mee te denken, en van daaruit groeide het verder.
Puneet: Voor mij ontstond het geleidelijker. Zowel als student als docent loop je soms tegen de grenzen van het systeem aan. De structuur kan niet altijd dragen wat je eigenlijk wilt bijdragen. Die spanning bleef hangen. Het boek is voortgekomen uit die nieuwsgierigheid.
Hoe zijn jullie te werk gegaan om daar meer inzicht in te krijgen?
Sharda: We hebben dat niet alleen gedaan. We brachten academici, studenten en beleidsmakers samen. We organiseerden zogenoemde foresight-in-sessies, onderzochten hoe universiteiten in Europa en de Verenigde Staten omgaan met spanningen zoals protesten, en spraken met wetenschappers uit de hele wereld.
Wat verandert er in de wereld waardoor deze vragen over het academisch landschap juist nu zo urgent zijn?
Puneet: De mate van complexiteit. De uitdagingen van vandaag zijn diep met elkaar verweven. Je kunt ze niet meer los van elkaar bekijken. In het boek noemen we dat een polycrisis. Universiteiten zijn niet ontworpen voor dit niveau van complexiteit.
Sharda: Daardoor ontstaat er een soort mismatch. De wereld verandert snel, maar de manier waarop we kennis en onderwijs organiseren houdt niet altijd gelijke tred.
Puneet: En precies daar komt de behoefte vandaan om de universiteit opnieuw tegen het licht te houden.
Waar zie je die mismatch vandaag de dag het sterkst terug?
Puneet: Je ziet het in de manier waarop we de academische wereld hebben georganiseerd en in wat we meten. Denk aan landbouw. We richten ons steeds vaker op ‘snelle oogsten’: een publicatie, een vak dat wordt afgerond, resultaten die zich snel laten zien. Terwijl universiteiten eigenlijk bedoeld zijn om bomen te laten groeien. Mangobomen. Olijfbomen.
Sharda: En de kracht van een universiteit is juist dat zij ruimte biedt aan beide. Aan het snelle én het langzame. Dat tweede aspect, wat wij becoming noemen, verdient meer aandacht. Een universiteit is ook een plek waar je als mens groeit, reflecteert en ontdekt wie je bent.
In het boek introduceren jullie het begrip Epistemic Dharma. Wat betekent dat in de praktijk?
Sharda: In essentie gaat het over verantwoordelijkheid. Op drie niveaus: individueel, maatschappelijk en systemisch. Wanneer je dat verbindt aan kennis en aan de universiteit, gaat het over ethiek, zorg en consequenties. Niet alleen: wat weten we? Maar ook: voor wie, en waarom? Dat sluit eigenlijk sterk aan bij waar de VU al voor staat: verantwoordelijkheid, dialoog en wereldburgerschap. Je ziet dat terug in de Onderwijsvisie en in initiatieven zoals 3D-NEWConnective en A Broader Mind.
De vraag is dus niet: hoe vinden we alles opnieuw uit? Maar: hoe bouwen we voort op wat er al is en maken we bewust ruimte voor verbinding, reflectie en gedeelde verantwoordelijkheid?
Sommigen zullen zeggen dat dit moeilijk te rijmen valt met de individualistische en prestatiegerichte cultuur van veel universiteiten in Europa en de Verenigde Staten.
Sharda: Ik ben oprecht optimistisch. De wereld duwt ons nu al richting meer collectieve en onderling verbonden manieren van werken. De complexiteit van de problemen van vandaag overstijgt simpelweg het individu. De ondertitel van het boek is Harmonizing the Academic Space through Integrating Simplification. We hebben Integrating Simplification toegepast als ontwerpbenadering, waarbij het werk wordt georganiseerd in zelfsturende netwerken die samenwerken aan vragen die er echt toe doen, zodat de antwoorden betekenis krijgen door hun samenhangende impact.
Puneet: En onderzoeksprojecten die vroeger door één persoon konden worden uitgevoerd, vragen nu samenwerking tussen disciplines, instellingen en landen. Dat gebeurt al. En als je naar de natuur kijkt, zie je dat er eigenlijk geen volledig geïsoleerde systemen bestaan. Alles hangt met elkaar samen. Ecosystemen, symbiose: verbindingen zijn overal. Samenwerking is geen idealistische droom. Het is simpelweg hoe de wereld werkt, zodra je een stap terug doet en naar het grotere geheel kijkt.
Op welke plekken zien jullie die beweging al ontstaan?
Sharda: Een mooi voorbeeld daarvan zagen we tijdens een foresight-sessie. We brachten daar mensen uit verschillende faculteiten samen. Hun reactie was: “Dit doen we eigenlijk nooit; we leren nauwelijks van elkaar.” Zoveel intellect op één plek, en toch lossen we de problemen van de gemeenschap niet gezamenlijk op. Alles is gefragmenteerd. Mensen houden vast aan hun eigen domein, vaak uit onzekerheid. Maar haal je die structuur weg, dan blijken het stuk voor stuk bijzonder betrokken mensen te zijn.
Puneet: En tegelijkertijd gebeurt er nog iets anders. Technologie neemt steeds meer van het meetbare en uitvoerbare werk over. Wat overblijft, zijn juist de dingen die niet meetbaar zijn. Echt luisteren. Begrijpen wat níét wordt gezegd. De sfeer in een ruimte aanvoelen. Dat soort menselijke vaardigheden wordt belangrijker, niet minder belangrijk. En dat biedt universiteiten een enorme kans.
Zijn jullie door het schrijven van dit boek anders gaan nadenken over jullie eigen rol?
Puneet: Ja, ik kijk nu veel meer op macroniveau. Ik denk vaker na over de rol van de universiteit als geheel. Dat verandert ook hoe je naar je eigen werk kijkt, zelfs als een relatief kleine schakel binnen een grote universiteit. Je realiseert je dat wat je doet onderdeel is van iets veel groters. Dat houdt je met beide benen op de grond en geeft energie.
Sharda: Voor mij heeft dit mijn waardering vergroot voor wat er al aanwezig is. Er zit enorm veel potentieel in de academische gemeenschap, ook binnen onze eigen instelling. Dat van dichtbij te zien heeft me meer hoop gegeven, niet minder. Met de kennis die we in dit boek delen, hopen we bestaande universiteiten te inspireren zich te vernieuwen met Integrating Simplification, en nieuwe universiteiten te helpen ontwerpen die beter passen bij de 21e eeuw.