Met steun van een Senior Fellow Comeniusbeurs en de Innovatieprijs van Amsterdam UMC werken Houben en Koens, verbonden aan Amsterdam UMC, aan KARLA: een AI-gestuurde tutor die studenten laat oefenen met realistische casuïstiek en hun klinisch redeneren stap voor stap scherper maakt.
“Studenten missen de ruimte om fouten te maken”
Het probleem is herkenbaar voor veel docenten. Studenten leren veel, maar oefenen relatief weinig met het toepassen van die kennis in een realistische context. Boeken bieden structuur, maar geen interactie. Koens: “In het huidige onderwijs missen studenten soms de ruimte om fouten te maken en daarvan te leren. Terwijl dat juist zo belangrijk is in het ontwikkelen van klinisch redeneren.”
“En die behoefte komt ook expliciet van studenten zelf", vertelt Houben. “Ze willen vaker oefenen, en het liefst in een setting die zo dicht mogelijk bij de praktijk ligt. Niet nog een hoofdstuk lezen, maar ervaren wat het betekent om een patiënt voor je te hebben.”
KARLA: een tutor die juist niét het antwoord geeft
KARLA, voluit Klinisch AI-gestuurd Redeneer Leer Applicatie, is ontwikkeld vanuit die behoefte. Via Canvas krijgen studenten een casus voorgelegd: een patiënt, een klacht, een context. Vervolgens begint het echte werk.
“Dan vraagt KARLA: waar denk je aan?” vertelt Koens. “En daar blijft het niet bij. De student moet zelf redeneren, keuzes maken en die ook kunnen onderbouwen.”
Opvallend is wat KARLA níet doet. Waar generatieve AI vaak snel antwoorden aandraagt, is deze tutor juist terughoudend. “We kregen laatst een student die het systeem testte”, vertelt Koens. “Die zei: bij ChatGPT krijg ik meteen het antwoord, maar hier moet ik echt mijn denkstappen expliciet maken. En daar leer je uiteindelijk meer van.” KARLA stuurt met kleine hints, stelt vragen en houdt studenten actief betrokken. “Niet reproduceren, maar redeneren dus”, zegt Houben.
Waarom een AI-tutor?
Het idee voor KARLA ontstond tijdens een Comeniusaanvraag van Houben, gericht op nieuwe oefenvormen voor klinisch redeneren. Koens zag daarin een kans om AI in te zetten: “Niet als vervanging van de docent, maar als verlengstuk. AI is geen doel op zich”, zegt ze. “Maar het kan wel iets toevoegen wat we nu missen: directe, gepersonaliseerde interactie op schaal.”
Waar een traditionele e-learning vaak lineair en voorspelbaar is, kan een AI-tutor meebewegen met de student. Inspelen op wat iemand wel of niet begrijpt, doorvragen, vertragen of juist versnellen. “Het is eigenlijk degene bij wie je terechtkunt als je vastloopt”, zegt Koens. “Een soort persoonlijke begeleider, maar dan altijd beschikbaar.”
Die zoektocht naar realisme gaat verder. Houben experimenteert inmiddels ook met AI-gegenereerde telefonische consulten, waarin een ‘patiënt’ in alledaagse taal zijn klachten beschrijft. “Het verschil met een echt consult is bijna niet meer te horen”, zegt hij. “En dat is precies wat we willen: een veilige, maar realistische omgeving waarin studenten kunnen oefenen.”
Zoektocht naar balans in AI-onderwijs
KARLA is geen losstaande tool, maar onderdeel van een bredere beweging binnen de Vrije Universiteit Amsterdam: onderwijs dat actiever, persoonlijker en praktijkgerichter wordt ingericht. Voor docenten roept dat ook vragen op. Wanneer zet je AI zinvol in? Hoe bewaak je dat studenten blijven leren, in plaats van antwoorden overnemen? En hoe ontwerp je onderwijs waarin technologie het leerproces versterkt, in plaats van overneemt?
Projecten zoals KARLA laten zien dat die balans mogelijk is. Koens: “We zien KARLA vooral als aanvulling op het onderwijs. In de practica is er ruimte voor interactie met docenten en oefenen studenten samen. De AI-tutor geeft studenten de mogelijkheid om ook zelfstandig extra te oefenen, maar vervangt de docent natuurlijk niet.”
Vooruitblik
De ontwikkeling van KARLA loopt nog twee jaar, met een officiële start in september 2026. De eerste fase stond in het teken van onderzoek en ontwerp; de komende periode draait om testen, doorontwikkelen en implementeren. De ambitie is helder: “Studenten niet alleen kennis laten opdoen, maar hen laten ervaren wat het betekent om arts te zijn”, aldus Houben.
Of, zoals Koens het samenvat: “Uiteindelijk wil je dat studenten niet alleen snappen wat er medisch aan de hand is, maar ook voelen: oké, en wat doe ik nu precies, met deze patiënt tegenover me?”