Het grootste deel van de collectie is verzameld door prof. dr. Petrus Emmanuel van der Meer (1895-1963), hoogleraar in de Geschiedenis en Archeologie van het Nabije Oosten aan de Universiteit van Amsterdam. Hij deed opgravingen in het huidige Irak en Iran. Wellicht zijn een aantal objecten in die gebieden verkregen op antiekmarkten.
Na zijn dood kwam de collectie onder verantwoording van zijn collega Joseph Cools (1898-1975), die enkele objecten uit zijn eigen collectie toevoegde. Kort na de dood van Joseph Cools werd de collectie verkocht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar het onder de hoede kwam van prof. dr. W.H.Ph. Römer, hoogleraar in de Semitische Talen. In 1985 werden de kleitabletten duurzaam gebakken door het Universiteitsmuseum van Philadelphia. In 1989 is de collectie in bruikleen gegeven aan de Universiteitsbibliotheek van de Vrije Universiteit omdat de leerstoel in de Semitische Talen in Nijmegen werd opgeheven. Er is aan deze bijzondere collectie uitgebreid aandacht besteed op de tentoonstelling Aan de wieg van het schrift in 1992.
De objecten uit de Van der Meer-Coolscollectie behoren tot de oudste stukken uit de collecties van de Vrije Universiteit. Alle objecten uit deze collectie zijn te bekijken via de beeldbank van de UB.
Secundaire literatuur
F.A.M. Wiggermann, Aan de wieg van het schrift. Mesopotamische spijkerschrifttabletten uit 2900-400 v.C.. Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, 1992.