Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

State of art kennis van de grote contractenrechtelijke thema’s

De leergang Verbintenissenrecht bestaat uit 6 colleges van 3 uur. Verspreid over twee maanden volgt u zes colleges gegeven door docenten uit wetenschap en praktijk. Tijdens deze colleges delen zij hun specifieke kennis en ervaring met u. Ook stimuleren zij u om casussen te bediscussiëren en op te lossen.

Programma en planning van de leergang
Bekijk een uitgebreid overzicht van alle bijeenkomsten en onderwerpen bij de programma-omschrijving hieronder.
Bekijk de planning 2021 met alle onderwerpen. De planning voor het voorjaar 2022 wordt binnenkort bekend gemaakt. Let op: data onder voorbehoud. Per e-mail ontvangt u uiterlijk zes weken voor aanvang van de leergang de meest recente versie van deze planning.

Cursusleiding
De leergang staat onder leiding van prof. mr. Lodewijk Smeehuijzen, hoogleraar privaatrecht aan de VU, raadsheer-plaatsvervanger in het Hof Arnhem. 

Didactiek
In twee maanden tijd krijgt u de theorie van het verbintenissenrecht aangeboden in zes colleges. De colleges hebben de vorm van een hoorcollege met nadrukkelijke elementen van een werkcollege. Tijdens de colleges worden meerdere casussen behandeld. De kennis die u opdoet, wordt steeds gekoppeld aan de praktijk. Tijdens de colleges bespreekt u met de docent en met uw medecursisten actuele ontwikkelingen in het verbintenissenrecht.  

De leergang wordt gegeven door topdocenten uit de juridische praktijk en de wetenschap. Na afronding van de leergang zijn de cursisten in staat om het verbintenissenrecht te doorgronden en kennen zij hun specifieke, juridische rol. Cursisten ontvangen na afloop een certificaat van deelname indien zij tenminste vier van de zes bijeenkomsten aanwezig zijn geweest.

Meer informatie over deze leergang
Inleiding
Resultaat
Data, kosten en contact

Prof. mr. J. L. Smeehuijzen

Prof. mr. J. L. Smeehuijzen

Foto Lodewijk Smeehuizen

College 1

Het karakter van het verbintenissenrecht en de centrale plaats van de redelijkheid en billijkheid. Waarom is de argumentatie in een verbintenisrechtelijk geschil wezenlijk anders dan in een goederenrechtelijk geschil? Waarom is het gemakkelijker te bepleiten dat de uitleg van de wederpartij niet klopt dan dat zijn stellingen in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn? Gaat het om wat men wil of om welke indruk men heeft gewekt? Kan de vertegenwoordigde ook gebonden raken als iemand hem buiten zijn toedoen onbevoegd vertegenwoordigt?

Onderwerpen

  • het verschil tussen goederen- en verbintenissenrecht; 
  • de centrale rol van de redelijkheid en billijkheid in het verbintenissenrecht; 
  • de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid; 
  • de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid; 
  • de uitlegfunctie van de redelijkheid en billijkheid; 
  • wils-vertrouwensleer; 
  • vertegenwoordiging.

College 2

Hoe ontstaat de overeenkomst en hoe moet hij worden uitgelegd? Komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding of kan een overeenkomst ook ‘sluipenderwijs’ ontstaan? Wat is het verschil tussen gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen en de totstandkoming van een overeenkomst? Heeft de intentieovereenkomst een bijzondere status? Welke uitlegmaatstaf past bij welk type overeenkomst? Hoe legt de rechter in de praktijk overeenkomsten uit?

Onderwerpen 

  • totstandkoming van overeenkomsten; 
  • pre-contractuele fase; 
  • de intentieovereenkomst; 
  • uitleg van overeenkomsten

College 3

Het gaat mis met de overeenkomst. Wat kunnen partijen? Onder welke omstandigheden is een in gebreke stelling noodzakelijk? Hoe moet die luiden? Welke juridische middelen heeft de teleurgestelde crediteur? Is voor een geslaagd beroep op dwaling toerekening aan de wederpartij vereist? Wanneer kan een tekortkoming op grond van ‘verkeersopvattingen’ worden toegerekend? Hoe bepaalt men de schadevergoeding bij wanprestatie? Wanneer is een tekortkoming te gering om ontbinding te rechtvaardigen? Kan men naast ontbinding schadevergoeding vorderen? Hoe breed is de wijzigingsbevoegdheid van de rechter?

Onderwerpen

  • in gebreke stellen; 
  • de klachtplicht; 
  • wilsgebreken; 
  • de toerekenbare tekortkoming; 
  • schadevergoeding; 
  • ontbinding van overeenkomsten; 
  • wijziging door de rechter. 

College 4

Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking? Welke typen causaal verband kennen we? Waarom is het debat over condicio sine qua non-verband feitelijk en het debat over toerekeningsverband normatief? Wat betekent dat voor de stellingen van partijen? In hoeverre verschillen de relativiteitsvereiste en de toerekeningsvereiste van elkaar? Hoe begroot de rechter in de praktijk schade? Wat zijn de belangrijke beperkingen van het recht op schadevergoeding? Wie draagt onder welke omstandigheden de bewijslast van het ontstaan of het ontbreken van causaal verband? 

Onderwerpen

  • conditio sine qua non verband; 
  • toerekeningsverband; 
  • schadevergoeding; 
  • bewijs van causaal verband. 

College 5

Bijzondere contractenrechtelijke onderwerpen. Onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden kan men een duurovereenkomst opzeggen? Wanneer bestaat de voor opschorting vereiste voldoende mate van samenhang? Moeten algemene voorwaarden altijd ter hand worden gesteld? Gelden algemene voorwaarden ook als vast staat dat de wederpartij ze niet kende? Kan men in een vaststellingsovereenkomst van dwingend recht afwijken? 

Onderwerpen  

  • beëindiging van duurovereenkomsten;  
  • opschortingsrechten;  
  • algemene voorwaarden; 
  • de vaststellingsovereenkomst;  
  • een aantal veel voorkomende contractsbepalingen.

College 6

Wanneer is er aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad? Hoe wordt in de praktijk omgegaan met de onrechtmatigheidscategorie ‘strijd met de maatschappelijke betamelijkheid’? Kan een gedraging zowel onrechtmatig zijn als wanprestatie opleveren? Wat zijn de belangrijkste onrechtmatige gedragingen? Staat bij toerekening de daad of de dader centraal? Wat is de praktische betekenis van het relativiteitsbeginsel?  

Onderwerpen  

  • onrechtmatigheid;  
  • samenloop met wanprestatie;  
  • een aantal in de rechtspraak uitgekristalliseerde onrechtmatige daden;  
  • toerekening;  
  • relativiteit.  
  • College 1 en 2

    College 1

    Het karakter van het verbintenissenrecht en de centrale plaats van de redelijkheid en billijkheid. Waarom is de argumentatie in een verbintenisrechtelijk geschil wezenlijk anders dan in een goederenrechtelijk geschil? Waarom is het gemakkelijker te bepleiten dat de uitleg van de wederpartij niet klopt dan dat zijn stellingen in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn? Gaat het om wat men wil of om welke indruk men heeft gewekt? Kan de vertegenwoordigde ook gebonden raken als iemand hem buiten zijn toedoen onbevoegd vertegenwoordigt?

    Onderwerpen

    • het verschil tussen goederen- en verbintenissenrecht; 
    • de centrale rol van de redelijkheid en billijkheid in het verbintenissenrecht; 
    • de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid; 
    • de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid; 
    • de uitlegfunctie van de redelijkheid en billijkheid; 
    • wils-vertrouwensleer; 
    • vertegenwoordiging.

    College 2

    Hoe ontstaat de overeenkomst en hoe moet hij worden uitgelegd? Komt een overeenkomst tot stand door aanbod en aanvaarding of kan een overeenkomst ook ‘sluipenderwijs’ ontstaan? Wat is het verschil tussen gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen en de totstandkoming van een overeenkomst? Heeft de intentieovereenkomst een bijzondere status? Welke uitlegmaatstaf past bij welk type overeenkomst? Hoe legt de rechter in de praktijk overeenkomsten uit?

    Onderwerpen 

    • totstandkoming van overeenkomsten; 
    • pre-contractuele fase; 
    • de intentieovereenkomst; 
    • uitleg van overeenkomsten
  • College 3 en 4

    College 3

    Het gaat mis met de overeenkomst. Wat kunnen partijen? Onder welke omstandigheden is een in gebreke stelling noodzakelijk? Hoe moet die luiden? Welke juridische middelen heeft de teleurgestelde crediteur? Is voor een geslaagd beroep op dwaling toerekening aan de wederpartij vereist? Wanneer kan een tekortkoming op grond van ‘verkeersopvattingen’ worden toegerekend? Hoe bepaalt men de schadevergoeding bij wanprestatie? Wanneer is een tekortkoming te gering om ontbinding te rechtvaardigen? Kan men naast ontbinding schadevergoeding vorderen? Hoe breed is de wijzigingsbevoegdheid van de rechter?

    Onderwerpen

    • in gebreke stellen; 
    • de klachtplicht; 
    • wilsgebreken; 
    • de toerekenbare tekortkoming; 
    • schadevergoeding; 
    • ontbinding van overeenkomsten; 
    • wijziging door de rechter. 

    College 4

    Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking? Welke typen causaal verband kennen we? Waarom is het debat over condicio sine qua non-verband feitelijk en het debat over toerekeningsverband normatief? Wat betekent dat voor de stellingen van partijen? In hoeverre verschillen de relativiteitsvereiste en de toerekeningsvereiste van elkaar? Hoe begroot de rechter in de praktijk schade? Wat zijn de belangrijke beperkingen van het recht op schadevergoeding? Wie draagt onder welke omstandigheden de bewijslast van het ontstaan of het ontbreken van causaal verband? 

    Onderwerpen

    • conditio sine qua non verband; 
    • toerekeningsverband; 
    • schadevergoeding; 
    • bewijs van causaal verband. 
  • College 5 en 6

    College 5

    Bijzondere contractenrechtelijke onderwerpen. Onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden kan men een duurovereenkomst opzeggen? Wanneer bestaat de voor opschorting vereiste voldoende mate van samenhang? Moeten algemene voorwaarden altijd ter hand worden gesteld? Gelden algemene voorwaarden ook als vast staat dat de wederpartij ze niet kende? Kan men in een vaststellingsovereenkomst van dwingend recht afwijken? 

    Onderwerpen  

    • beëindiging van duurovereenkomsten;  
    • opschortingsrechten;  
    • algemene voorwaarden; 
    • de vaststellingsovereenkomst;  
    • een aantal veel voorkomende contractsbepalingen.

    College 6

    Wanneer is er aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad? Hoe wordt in de praktijk omgegaan met de onrechtmatigheidscategorie ‘strijd met de maatschappelijke betamelijkheid’? Kan een gedraging zowel onrechtmatig zijn als wanprestatie opleveren? Wat zijn de belangrijkste onrechtmatige gedragingen? Staat bij toerekening de daad of de dader centraal? Wat is de praktische betekenis van het relativiteitsbeginsel?  

    Onderwerpen  

    • onrechtmatigheid;  
    • samenloop met wanprestatie;  
    • een aantal in de rechtspraak uitgekristalliseerde onrechtmatige daden;  
    • toerekening;  
    • relativiteit.  

Contact en meer informatie

Inhoudelijke vragen

Heeft u na het lezen van de informatie op deze site nog vragen over de inhoud of opzet van de leergang? Neem dan contact op met de coördinator van deze leergang, Monique Becker via m.becker@vu.nl

Of bel Monique op 020-598 36 94

Ben je student van een bachelor- of masteropleiding aan de VU en heb je vragen aan een docent of je faculteit?
Neem dan contact op met de studentenbalie van de VU

Praktische vragen

Heeft u vragen over plaatsing of betaling? Bel of mail dan naar Ilse Herweijer via vulaw@vu.nl

Of bel ons op 020-598 62 55.

Kijk op 'Coronavirus: updates' voor alle updates omtrent coronamaatregelen aan de VU Amsterdam.
Kijk op 'Informatie over fysiek en online onderwijs bij VULaw' voor informatie over hoe wij ons onderwijs aanbieden.

Contactpersoon

Monique becker foto
Ilse Herweijer foto