Allemaal ontwikkelingen die raken aan onderwijsrechtelijke kaders. In de leergang worden deze bewegingen met u doorgenomen; zo raakt u wegwijs in de hoofdlijnen van alle relevante wet- en regelgeving voor het onderwijs.
Resultaat
Tijdens deze leergang krijgt u kennis van en inzicht in het onderwijsrecht. Speciale aandacht is er voor de mate en vorm waarin dit recht het onderwijs en de organisatie daarvan in de praktijk beïnvloedt.
Aan het einde van de leergang:
- Kent u de betekenis en reikwijdte van de onderwijswet- en regelgeving;
- Kunt u bij actuele beleidsvoorstellen van bijvoorbeeld OCW en/of gemeenten aangeven welk onderwijs-juridisch kader geldt;
- Bent u in staat aan te geven hoe de ontwikkelingen de beleidsruimte van de scholen beïnvloeden, bijvoorbeeld als het gaat om inhoudelijke profilering van scholen, positionering in de regio en/of onderwijsinnovatie;
- Kunt u dit alles verbinden aan uw eigen werksituatie, waar bijvoorbeeld een meerjarenbeleidskader of een huisvestings- of schoolplan speelt.
Daarnaast wisselt u tijdens de leergang actief uw ervaring met de wet- en regelgeving en bijbehorende jurisprudentie uit met de andere deelnemers. Hierdoor vergroot u uw netwerk met vakgenoten binnen het onderwijs, en past u de opgedane kennis direct toe in diverse praktijksituaties.
Programma
Bekijk hier de planning 2026 om een indruk te krijgen van de bijeenkomsten en docenten.
Let op: alle genoemde data zijn onder voorbehoud van wijzigingen.
Bekijk een uitgebreidere beschrijving van alle thema's en onderwerpen in het programma-overzicht onderaan deze pagina.
Didactische werkvorm
Verspreid over drie maanden volgt u acht colleges die worden gegeven door docenten uit wetenschap en praktijk. Tijdens deze colleges delen zij hun specifieke kennis en ervaring met u. Ook stimuleren zij u om casussen te bediscussiëren en op te lossen.
De leergang bestaat uit acht colleges van elk 2,5 uur en één afrondende presentatiebijeenkomst van 7 uur. De colleges worden zo ingepland dat steeds twee colleges op één dag plaatsvinden, vanaf 11.00 uur het eerste college en vanaf 14.30 uur het tweede college van die dag.
Bij aanmelding voor deelname vult u een intakeformulier in. Daarop geeft u onder meer aan waar uw specifieke belangstelling naar uitgaat (leervraag) en over welk onderwerp u verwacht uw paper te schrijven. De docenten van de leergang gebruiken uw input bij de opzet van de colleges en verrijkingsstof. Bij elk college wordt ingegaan op de voortgang van de paper.
Docenten en cursusleiding
De leergang staat onder leiding van prof. dr. mr. Renée van Schoonhoven. Een overzicht met alle docenten vindt u onderaan deze webpagina.
Colleges
De leergang is opgezet voor een groep van maximaal 25 deelnemers.
Van u als deelnemer wordt verwacht dat u zich voorbereidt op de colleges door middel van het bestuderen van het aangereikte materiaal. U rondt uw voorbereiding voor elk college af door het beantwoorden van enkele pre-college-vragen. In de colleges wordt op deze vragen en antwoorden voortgebouwd. In de colleges worden afwisselende vormen van kennisoverdracht gehanteerd: instructie, opdrachten, casuïstiek en gespreksvoering.
Verrijkingsstof
Tussentijds wordt u verdiepingsstof aangereikt door middel van aanvullende literatuur en verwijzingen naar kennisbronnen. De inhoud van de verdiepingsstof wordt afgestemd op de door u gestelde vragen, de thema's van de papers en op de discussie tijdens de colleges.
Paper
U schrijft tijdens de leergang aan een korte onderwijsrechtelijk paper (2000 tot 3000 woorden). De paper gaat over een onderwerp dat uw interesse heeft en/of relevant is voor uw werkkring. Tijdens de colleges wordt ook aandacht besteed aan de voortgang van de paper. U ontvangt bij de start van de leergang de specificaties waaraan de paper moet voldoen en een format dat u kunt gebruiken bij het schrijven er van. De paper mag door maximaal twee deelnemers gezamenlijk worden gemaakt. Overleg hierover met de cursusleiding.
Meer informatie over deze leergang
Inleiding
Toelatingseisen
Data, kosten en contact