Kunst zit vaak vol verborgen symbolen en betekenissen. Bordjes, audiotours en Google geven daar veel toelichting bij. Maar is het niet leuker om kunstwerken zonder die uitleg te bekijken?
In deze cursus krijgt u stap voor stap inzicht in beeldtaal, en daarmee handvatten om kunst beter te beschouwen en de betekenis te doorgronden. Dat begint met het zorgvuldig beschrijven van een kunstwerk. Vervolgens past u de kennis toe die in de colleges wordt aangereikt.
De cursus bestaat uit negen thematisch opgebouwde delen over kunst van de middeleeuwen tot en met de Verlichting, met hier en daar een uitstapje naar de hedendaagse kunst. Basisbegrippen als attributen en symbolen komen aan bod. Ook bij elkaar horende begrippen komen aan bod, zoals de zeven werken van barmhartigheid, de vier westerse kerkvaders en de zeven deugden, steeds geplaatst in hun historische en inhoudelijke context.
Opbouw:
- College 1 - Een kunstwerk beschrijven: Je ziet het pas als je het doorhebt
- College 2 - Bijbelse motieven: Van de scheppingsdagen tot de ruiters van de Apocalyps
- College 3 - Apocriefe thema’s: Het lijkt Bijbels, maar is het niet
- College 4 - Christelijke heiligen: Drijvende sarcofagen en opgewonden darmen
- College 5 - Personificaties: De Waarheid verbeeld’
- College 6 - Legenden: De drie levenden en de drie doden
- College 7 - Mythologie: Hoe de goden terugkwamen
Onderwijsvorm: 9 hoorcolleges met ruimte voor vragen aan het einde van elk college.
Studiebelasting: circa twee à drie uur per week.
Literatuur: Gedrukte syllabus. Leessuggesties:
Hall, James, Hall's iconografisch handboek – Onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst, Leiden (Primavera), or. 1992
Verwachte voorkennis: Basiskennis over kunst en kunstgeschiedenis is gewenst, maar niet verplicht.
Meer over deze cursus
Inleiding
Data, kosten en inschrijven