Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

AI aan de VU: "Het leerproces wordt weer centraal”

Delen
14 april 2026
Hoe gingen de VU en het VU Centre for Teaching & Learning (CTL) om met de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI)? We spraken Esther Schagen, docent en CTL-onderwijsspecialist, en Silvester Draaijer, CTL-programmamanager. Hoe staat het er nu voor? En wat betekent AI voor het onderwijs van morgen?

“Dit zorgt voor enorme impact” 
“Toen ik generatieve AI voor het eerst aan het werk zag, dacht ik meteen: dit zorgt voor enorme impact in het onderwijs”, vertelt Draaijer. Binnen korte tijd was het overal: in collegezalen, opleidingscommissies en bestuurskamers. Ook bij het CTL. “We zijn meteen gaan uitzoeken wat dit betekent voor docenten en het onderwijs”, zegt hij. “Onze eerste didactische tip over AI kwam online met een duidelijk uitgangspunt: kijk niet alleen meer naar het eindproduct van je studenten, maar vooral naar het leerproces.”

Die tip op de VU-website werd veel gelezen en gedeeld. “Maar één artikel gaf natuurlijk niet alle antwoorden. Daarom brachten we mensen uit verschillende hoeken samen. Van onderwijsbeleid en IT tot de Universiteitsbibliotheek. Om samen te kijken wat generatieve AI betekent voor het onderwijs.” Vanuit dat netwerk leverde het CTL later ook input voor de VU-brede AI-werkgroep.

Volgens Schagen stond de VU daarbij niet met lege handen: “Een paar jaar eerder hadden we al een nieuwe visie op toetsing ontwikkeld.” Minder nadruk op het eindcijfer, meer aandacht voor het leerproces van studenten. “Juist dat bleek met AI enorm waardevol. Het bracht opnieuw de vraag naar boven wat en hoe we eigenlijk willen beoordelen.” 

Eerste reacties van docenten 
Wat zag Schagen aan de docentkant? “Veel mensen hadden nog niet meteen door wat de impact zou zijn”, zegt ze. “De voorbeelden in het nieuws waren vaak onschuldig. Een gedicht laten schrijven bijvoorbeeld. Dan lijkt het nog ver weg van je eigen onderwijs.” 

Maar zodra AI het onderwijs binnenkwam, ontstond er al snel een tweedeling. “Sommige docenten dachten: dit is fantastisch, dit gaan we overal voor gebruiken. Anderen waren juist heel terughoudend en wilden er liever niets mee te maken hebben.” 

Goed onderwijs als basis 
Volgens Schagen schuilt achter die terughoudendheid vaak onzekerheid. “Veel docenten denken: ik weet hier zelf nog te weinig van, dus hoe moet ik mijn studenten hier iets over leren?” Volgens haar is dat maar ten dele terecht. “Je hoeft AI niet tot in detail te begrijpen, maar een basis is wel belangrijk. Veel komt neer op het stellen van de juiste vragen en het kritisch beoordelen van wat eruit komt. En juist dat kunnen docenten als geen ander. Je weet al wat goed onderwijs is en daar kun je AI in meenemen.” 

Haar advies: begin klein, maar wel bewust. Experimenteer, kijk wat werkt en leer gaandeweg. “Het hoeft niet meteen perfect”, zegt Schagen. “We doen dit allemaal voor het eerst. Maar juist daarom is het belangrijk om het gesprek te voeren met studenten en collega’s, en kritisch te blijven op wat er gebeurt.” En ja, soms gaat het mis. “Misschien krijg je een keer twintig essays binnen waarvan je denkt: hier klopt iets niet. Dan is dat óók informatie. Je bespreekt het met studenten en gebruikt het om je onderwijs aan te scherpen.”  

“Veel komt neer op het stellen van de juiste vragen en het kritisch beoordelen van wat eruit komt. En juist dat kunnen docenten als geen ander. Je weet al wat goed onderwijs is en daar kun je AI in meenemen.”  

Volle workshops, avatars & AI-events 
Binnen het CTL gebeurt ondertussen van alles. “We geven regelmatig AI-workshops, en die zitten vaak snel vol. Docenten en opleidingen weten ons steeds beter te vinden met vragen, ideeën en experimenten”, vertelt Draaijer. “We denken niet alleen mee over de impact op het onderwijs, maar hebben ook de expertise in huis om docenten die met AI aan de slag willen technisch en op maat te ondersteunen.”

In sommige vakken werken studenten bijvoorbeeld met AI-avatars in simulaties, zoals bij de VU School of Business and Economics (SBE). Ook buiten de collegezaal gebeurt er veel. “We ontwikkelden onlangs de AI-geletterdheid Companion – studenteneditie, een gratis boek dat studenten helpt om AI productief, maar ook kritisch en verantwoord te gebruiken”, vertelt Draaijer. “Daarnaast organiseren we morele beraden met onderwijsmedewerkers uit alle hoeken van de VU of evenementen zoals de VU AI Literacy Day.” 

De trend rond AI zet voorlopig door, merkt ook Schagen: “De eerste keer dat ik een sessie over AI en scripties gaf, zaten er twee supervisoren. Een jaar later waren het er dertig.” Draaijer vult aan: "Daarnaast gaan de technische ontwikkelingen snel en worden de maatschappelijke gevolgen steeds zichtbaarder. Daardoor krijgt het gesprek steeds nieuwe dimensies.” 

Studenten mee aan tafel
Bij het CTL en de Onderwijswerkplaats (deel van het CTL) schuiven ook studenten mee aan tafel. In een AI-studententeam werken studentmedewerkers mee aan workshops, experimenten en kleine onderzoeken naar hoe studenten AI in hun studie gebruiken.

“Als student gebruik je AI vaak heel praktisch”, vertelt studentmedewerker Joséphine Tans, masterstudent Artificial Intelligence. “Om ideeën te krijgen, structuur aan te brengen of een tekst te verbeteren. Maar wat studenten vooral willen, is duidelijkheid van docenten. Wat mag wel, wat niet en hoe gebruiken we AI op een eerlijke en nuttige manier in ons onderwijs? Binnen het CTL denken we mee in workshops, gesprekken met docenten en werken we mee aan experimenten. Zo zorgen we dat het studentenperspectief echt onderdeel wordt van hoe de VU met AI in het onderwijs omgaat.” 

Paniek voorbij 
Veel AI-vraagstukken komen dus terecht bij het CTL, dat nu bijna drie jaar actief is als expertisecentrum voor onderwijsontwikkeling en docentprofessionalisering. Tijd om vooruit te kijken: hoe ziet het onderwijs met AI er over drie jaar uit? 

Volgens Draaijer is de paniek dan in elk geval voorbij. “We hoeven niet alles op zijn kop te zetten. Veel basisvormen blijven werken.” Tegelijk verschuift de aandacht. Bij schrijven, toetsing en onderzoek komt de focus meer te liggen op het leerproces. “De begeleiding en het oordeel van de docent worden belangrijker dan ooit. Alleen zo voelt een student zich gezien. En dat is de belangrijkste remedie tegen onkritisch gebruik van AI.” 

Volgens Schagen zit daar een bredere les onder. Studenten en docenten moeten AI-geletterd worden, zodat ze kritisch en vanuit ethische overwegingen kunnen bepalen of en hoe AI een plek krijgt in het leerproces. Dat vraagt dan ook van opleidingsdirecteuren en opleidingscommissies dat zij het curriculum daarop inrichten. “We moeten begrijpen wat de technologie doet en hoe we die goed laten aansluiten op ons onderwijs.” 

Of zoals Schagen het samenvat: “De ontwikkelingen rondom generatieve AI hebben ons aangezet om scherper naar ons onderwijs te kijken en het samen met studenten steeds opnieuw vorm te geven.”

Onderwijs geven aan de VU

VU EduNews & Stories

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam