Onder de figuren die in de Nederlandse (rechts)geschiedenis van de twintigste eeuw een bijzondere plaats innemen, behoort mr. dr. Lodewijk Ernst Visser.
Visser werd in 1871 te Amersfoort geboren in een koopmansgezin. Hij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar hij tevens promoveerde. Na werkzaam te zijn geweest in de advocatuur en bij het departement van Buitenlandse Zaken trad hij toe tot de rechterlijke macht. Nog vóór zijn benoeming tot vicepresident van de rechtbank te Rotterdam werd zijn naam geplaatst op de aanbevelingslijst voor het lidmaatschap van de Hoge Raad, waarin hij in 1915 werd benoemd.
Op 1 maart 1940 herdacht Visser zijn vijfentwintigjarig lidmaatschap van dit hoogste rechtscollege. Nog vóór het einde van datzelfde jaar werd hij echter op last van de Duitse bezetter uit zijn ambt ontheven, uitsluitend op grond van zijn Joodse afkomst.
In deze lezing wordt een schets gegeven van Vissers leven en zijn arbeid op juridisch terrein. Tevens zal aandacht worden besteed aan zijn optreden als Joods voorman in het interbellum en in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Ten slotte zal worden stilgestaan bij zijn betekenis en nalatenschap voor latere generaties.
De lezing wordt verzorgd door Herman Hermans (1948). Hij was vicepresident van de gerechtshoven te Amsterdam en Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Rechtspleging te Rotterdam. Hij promoveerde in de rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam (1986) en in de klassieke talen en letterkunde aan de Universiteit van Oxford (2020). Hermans heeft een bijzondere belangstelling voor de rechtspleging onder bijzondere omstandigheden en publiceert daar ook over. Momenteel bereidt hij een biografie van mr. dr. Lodewijk Ernst Visser voor.
Voor Forum Romanum (Rechtshistorisch dispuut UvA en VU Amsterdam), zie hier.