Datum: 14 januari 2026
Wat is uw vakgebied en welk aspect daarvan vindt u het meest interessant?
Mijn vakgebied is jazz, vooral de geschiedenis en de betekenis van de muziek. Die betekenis is niet eenduidig; jazz betekent verschillende dingen voor verschillende mensen. Dat maakt het juist interessant. Ik werk aan het Conservatorium van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam met diverse groepen studenten rond thema’s van jazzgeschiedenis. Mijn invalshoek is vooral historisch.
Hoe is uw interesse daarvoor ontstaan?
Ik studeerde muziekwetenschap en jazz trok me altijd al, en daar heb ik me dan ook in gespecialiseerd. Ik heb in Amerika onderzoek gedaan naar Billy Strayhorn, een relatief onbekende, maar belangrijke jazzcomponist. Gaandeweg ben ik steeds meer gaan nadenken over jazz als cultureel fenomeen: niet alleen kijken naar de noten, maar ook nadenken over de betekenis en ontvangst van muziek. Dat zegt veel over hoe mensen zichzelf zien en wat ze belangrijk vinden.
Is dit de eerste cursus die u bij HOVO geeft?
Nee, ik heb deze cursus eerder gegeven, naast een verdiepingscursus omdat er veel animo was. Dat is inmiddels zo’n zeven à acht jaar geleden.
Hoe deelt u uw passie voor jazz met cursisten?
Ik vertel hoe de muziek werkt en waar die vandaan komt, maar het is vooral een gesprek. Ik ben ook benieuwd naar wat cursisten zelf vinden. Jazz heeft een fascinerende geschiedenis en is de meest invloedrijke muziek van de vorige eeuw. Veel hedendaagse muziek, van hiphop tot Taylor Swift, wortelt in jazz. Het is een muziek die voortkomt uit de zwarte Amerikaanse cultuur, met een complexe geschiedenis. Ook kijk ik naar hoe jazz in Nederland terechtkwam, al vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw. Dat komt ook in mijn HOVO-cursus aan bod.
Heeft u een voorbeeld van een onderwerp dat cursisten verbaasde?
Ja, vaak verbaast het hen hoe Nederland in de jaren ’20 en ’30 reageerde op jazz: de autoriteiten waren erg afwijzend. Niet zozeer om de muziek zelf, maar om het dansen dat erbij hoorde. Dat werd als gevaarlijk gezien, met angst voor moreel verval. Er werden zelfs Kamervragen over gesteld.
Wat vindt u het leukst aan lesgeven aan volwassenen?
Het is een luxe om met HOVO-cursisten te werken: ze zijn gemotiveerd, op tijd, en niet afgeleid door telefoons. Ze brengen veel ervaring mee, waardoor je kunt aansluiten bij hun kennis en persoonlijke geschiedenis. Dat maakt het gesprek rijker en interactiever.
Heeft u een situatie meegemaakt die u is bijgebleven?
Heel veel situaties, eigenlijk. Die betreffen altijd de interactie met cursisten omdat ze vaak vanuit hun eigen kennis – van bijvoorbeeld klassieke muziek – vragen stellen. Ik probeer dan te laten zien hoeveel raakvlakken er zijn tussen allerlei muzikale genres (waaronder jazz), en hoe alle muziek op verrassende wijze een reflectie is van een grotere culturele identiteit. Ik heb wel eens gefantaseerd over een cursus waarbij cursisten zelf muziek zouden meebrengen en ik aan de hand daarvan verbanden zou leggen tussen de uiteenlopende genres.
Welke rol ziet u voor volwasseneneducatie?
Ik vind dat iedereen zo lang mogelijk moet blijven leren. Dat heb ik zelf ook gedaan na mijn studie. Volwasseneneducatie biedt mensen de kans om nu eens dat te leren waar ze altijd al nieuwsgierig naar waren. Bovendien leer je als groep vaak meer dan van een docent alleen, dus ik ben een voorstander van interactief lesgeven in plaats van puur frontaal.
Is er iets buiten uw vakgebied dat u nog graag zou willen leren?
Binnen mijn vakgebied ben ik me altijd aan het verbreden. Ik ben in geïnteresseerd in alles rond muziek en cultuur en leer dagelijks bij, juist dankzij mijn studenten. Zij brengen vaak muziek mee waar ik zelf niet naar zou luisteren, maar dat houdt het juist interessant.