Datum: 21 november 2025
Wat is uw vakgebied en wat vindt u daar het meest interessant aan?
“Ik ben opgeleid als politiek historicus, maar werk al meer dan tien jaar bij de afdeling politicologie. Dus ik heb een kleine overstap gemaakt, al liggen de disciplines dicht bij elkaar. Wat mij het meest boeit? Dat is vooral de Nederlandse politieke geschiedenis, en daarnaast de Duitse politiek. Duitsland heeft me altijd gefascineerd, mede door mijn studie aan de Universiteit Utrecht. Ook thema’s als populisme, democratie en dictatuur trekken mijn aandacht. Hoe ontwikkelt een dictatuur zich tot een democratie – of andersom? Dat zijn grote vragen waar ik me graag in verdiep.”
Hoe is die interesse ontstaan?
“Dat begon tijdens mijn studie. Op mijn achttiende gingen we met school naar Berlijn, dat toen nog door de Muur werd gedeeld. Dat was op 1 mei 1989 – de Muur leek nog lang te zullen blijven staan. En toch viel hij enkele maanden later. Een jaar daarna reisde ik door het herenigende Duitsland. Dat was een spannende tijd, ook omdat ik ben opgegroeid in een tijd waarin er in Nederland nog veel anti-Duitse gevoelens leefden. In Utrecht had ik bovendien uitstekende docenten, zoals Friso Wielenga, die veel wisten over de Duitse geschiedenis. Zo groeide mijn belangstelling voor Duitsland.
Wat betreft populisme: na mijn afstuderen kon ik promoveren op een onderwerp over kleine politieke partijen in Nederland. Precies in die tijd kwam Pim Fortuyn op. De term ‘populisme’ dook op als verklaring, maar het was onduidelijk wat dat nu precies inhield. Dat fascineerde me – en dat doet het nog steeds.”
Welk onderwerp verraste uw cursisten het meest tijdens eerdere colleges?
“Wat ik bijzonder vind aan HOVO is dat veel cursisten zelf herinneringen hebben aan de onderwerpen die ik behandel. Bij studenten op de universiteit moet ik bijvoorbeeld uitleggen wie Helmut Schmidt of Willy Brandt waren. Maar HOVO-cursisten herkennen die namen direct – die zijn onderdeel van hun eigen geschiedenis. Ze hebben ook een emotionele connectie met gebeurtenissen als de Koude Oorlog, de RAF in de jaren zeventig of de val van de Muur. Dat maakt het lesgeven rijker.
Ik probeer actuele onderwerpen altijd te verbinden met het grotere historische geheel én aan te sluiten bij de persoonlijke herinneringen van de cursisten. Dat zorgt voor veel herkenning. Je ziet dan ineens blikken van: ‘Oh ja, dat weet ik nog!’ Zo wordt geschiedenis weer levend.”
Welke rol ziet u voor volwasseneneducatie in de samenleving van vandaag?
“Een heel grote. Het is essentieel dat mensen blijven leren – ter lering én ter vermaak, zoals het mooi heet. Er is een grote groep mensen die na hun werkende leven nieuwsgierig blijft en zich graag verder verdiept. Universiteiten moeten midden in de samenleving staan. Kennisoverdracht is net zo belangrijk als wetenschappelijk onderzoek. HOVO is daarvoor een prachtig middel.
In een tijd waarin er zo veel desinformatie is, biedt HOVO betrouwbare kennis, verdieping en context. En dat is belangrijk. Het is belangrijk dat universiteiten dit soort onderwijs blijven faciliteren.
Wat wordt het onderwerp van uw volgende cursus?
“De Duitse politiek. Duitsland is historisch gezien een land met een buitengewoon dramatisch verleden: de keizertijd, de Weimarrepubliek, het Derde Rijk, de deling, de hereniging. Daarna leek het even rustiger – sommigen vonden de Duitse politiek zelfs saai, met zestien jaar Merkel als stabiele factor. Maar nu is Duitsland opnieuw in beweging.
De regering-Scholz viel tegen, en in Europa wordt steeds meer verwacht dat Duitsland leiderschap toont – zeker nu de VS minder betrouwbaar zijn geworden en het VK uit de EU is gestapt. Duitsland moet een voortrekkersrol spelen, maar dat schuurt soms met het Duitse verleden, bijvoorbeeld als het gaat over het conflict in Israël. Daardoor zijn ze terughoudender in het opleggen van sancties. Dat roept interessante vragen op: durft Duitsland leiderschap te nemen? Hoe herstellen ze hun economie? Wat betekent dit voor Europa en voor Nederland?
Ik vind dat we in Nederland eigenlijk te weinig aandacht besteden aan wat er in Duitsland gebeurt, terwijl we politiek en economisch enorm met hen verweven zijn. De cursus biedt een kans om dieper te kijken naar een land op een nieuw kruispunt.”
U leert anderen veel, maar is er ook iets waar u zelf graag nog meer over zou willen leren?
“Absoluut. Kunstgeschiedenis vind ik bijvoorbeeld erg interessant. Ik lees daar wel eens wat over, maar zou er graag dieper in duiken. Ook filosofie trekt me aan. En eerlijk gezegd: als ik tijd had, zou ik best een HOVO-cursus willen volgen. Zelfs iets over natuurkunde of scheikunde – vakken waar ik vroeger niets van begreep – zou ik aandurven. Wie weet weet een goede docent het wel zo toegankelijk te maken dat ik het ineens wél snap. De cursusgidsen staan altijd vol met onderwerpen waar ik nieuwsgierig naar ben. Wie weet, ooit, als ik wat meer tijd heb!”