Datum: 11 februari 2026
Wat is uw vakgebied en wat vind je daar het meest interessant aan?
Mijn vakgebied is natuurbehoud, maar de focus van mijn werk ligt vooral op de relatie tussen mens en natuur. Wat ik daar zo interessant aan vind, is hoe verschillend mensen natuur ervaren. Wat is natuur voor jou? Dat verschilt niet alleen per persoon, maar ook door de tijd heen en door iemands levensgeschiedenis. Vaak zie je dat sterke natuurervaringen al in de kindertijd ontstaan, maar soms ook later in het leven. Die persoonlijke verhalen en ervaringen maken dit vakgebied voor mij ontzettend boeiend.
Hoe is uw interesse in natuur eigenlijk ontstaan?
Ik ben opgegroeid in het centrum van Amsterdam, vlak bij het Centraal Station. Dat is natuurlijk een heel stedelijke omgeving. Mijn ouders werkten allebei in het onderwijs en vonden het belangrijk om veel naar buiten te gaan. We kwamen vaak in natuurgebieden, zoals het Goois Natuurreservaat, en gingen regelmatig op vakantie naar natuurvriendenhuizen, bijvoorbeeld in de Ardennen. Als kind begon ik zelf vogels te kijken. Ik nam een verrekijker mee en bladerde in vogelboekjes die thuis in de kast stonden. Dat deed ik eigenlijk helemaal zelf, zonder dat iemand mij daarin stuurde. Die fascinatie is nooit meer weggegaan.
Heeft u al ervaring met lesgeven aan volwassenen?
Ik geef sinds 2010 les aan de Universiteit van Amsterdam, maar dat is bijna altijd aan studenten. Volwassenenonderwijs in deze vorm is voor mij dus relatief nieuw. Wel heb ik vaker lezingen gegeven, bijvoorbeeld bij Spui25 of voor een wat ouder publiek. Maar dit is mijn eerste keer bij HOVO.
Waarom heeft u ervoor gekozen om nu een cursus bij HOVO te geven?
Het leek me al heel lang leuk. We hebben binnen de UvA een interdisciplinair vak over vogels kijken opgezet en dat loopt ontzettend goed. Dat bracht ons op het idee: voor wie zou dit nog meer interessant zijn? Zo kwamen we uit bij HOVO. Het mooie is dat we nu met dezelfde thematiek verschillende doelgroepen bereiken: studenten, internationale deelnemers én HOVO-cursisten. Dat maakt het voor mij extra interessant.
Wat kunnen deelnemers verwachten van de cursus?
De cursus gaat niet alleen over theorie. We dagen deelnemers ook echt uit om zelf naar buiten te gaan en vogels te observeren, bijvoorbeeld in hun eigen buurt, tuin of op het balkon. Het is bewust een cursus die in de overgang van winter naar lente plaatsvindt. In die periode verandert de natuur enorm: nieuwe vogels arriveren, het aantal soorten neemt toe en het ‘decor’ wisselt volledig. Dat maakt het heel levendig. Daarnaast is er een facultatieve mogelijkheid om mee te gaan op excursie. Die vinden zes keer plaats op vrijdagmiddagen, aansluitend op de colleges in de ochtend. De excursies worden georganiseerd in samenwerking met mijn organisatie Vogelmeesters en staan los van de cursus, maar vormen wel een mooie aanvulling voor wie dat wil. (zie onderaan deze pagina)
Waarom zijn vogels zo’n goed uitgangspunt?
Vogels zijn heel zichtbaar en komen bijna overal voor, ook in de stad. Daardoor zijn ze een laagdrempelige manier om opnieuw – of voor het eerst – contact te maken met natuur. Veel mensen verliezen die verbinding een tijdje, bijvoorbeeld tijdens hun puberteit of werkende leven, en pakken die later weer op. Vogels zijn dan vaak een fijne ingang om die fascinatie weer te herontdekken.
Welke rol ziet u voor volwasseneneducatie in onze samenleving?
Ik vind het een heel mooie gedachte dat leren niet alleen iets is voor de eerste 20 of 25 jaar van je leven. Nu stoppen we vaak met onderwijs zodra we gaan werken, terwijl leren juist iets is wat je over je hele leven zou kunnen spreiden. Volwasseneneducatie biedt ruimte om gemotiveerd en uit interesse te blijven leren, en dat lijkt me ontzettend waardevol.
Tot slot: is er zelf nog iets waar u graag meer over zou willen leren?
Ik zou me graag verder willen verdiepen in andere soortgroepen, zoals planten, paddenstoelen en insecten. Niet alleen om ze te herkennen, maar ook om de verhalen, ecologische functies en toepassingen nog dieper te begrijpen. Vogels zijn relatief overzichtelijk, maar bij planten en schimmels gaat het om duizenden soorten in Nederland alleen al. Dat maakt het uitdagend, maar juist ook heel interessant.