Datum: 11 maart 2026
Wat is uw vakgebied en welk aspect van uw vakgebied vind u het meest intrigerend en waarom?
“Mijn vakgebied is de Nederlandse geschiedenis vanaf de zeventiende eeuw tot ongeveer 1880-1890. Binnen dat gebied heb ik twee grote liefdes. Allereerst ben ik maritiem historicus: ik speur in archieven naar onbekende onderwerpen die het beeld van onze geschiedenis completer maken. Zo ontdekte ik bijvoorbeeld een vloot van 170 schepen bij Vlieland die in 1666 door de Engelsen tot zinken werd gebracht. Ook werk ik met onbekende journalen van admiraals uit de zeventiende eeuw en geef ik hierover cursussen. Daarnaast heb ik mij veel verdiept in de negentiende eeuw. Ik promoveerde ooit aan de VU op Nederland en de Frans-Duitse Oorlog. Inmiddels heb ik samen met een collega twaalf toegankelijke boeken over oorlogen geschreven, variërend van de Spaanse Successieoorlog tot de moderne tijd. Voor HOVO Amsterdam behandel ik binnenkort [voorjaar 2026] de Krimoorlog en de Frans‑Duitse Oorlog: twee conflicten met diepe lijnen naar het heden.”
Wat maakt deze oorlogen zo actueel?
“De Krimoorlog is in veel opzichten een wereldoorlog avant la lettre. Hij speelt zich niet alleen af op de Krim, maar ook in de Oostzee, in Rusland, op de Middellandse Zee en zelfs richting Japan. Bovendien spelen religieuze en ideologische tegenstellingen een rol, denk aan de strijd tussen de Russisch‑orthodoxe en katholieke wereld. Dat panslavisme zie je nu in een moderne vorm terug, bijvoorbeeld in het huidige Russische nationalisme. De Frans‑Duitse Oorlog is net zo relevant. De Franse nederlaag, het verlies van Elzas-Lotharingen en de belegering van Parijs hebben diepe wonden achtergelaten. Die spanningen vormen een directe opmaat naar de Eerste Wereldoorlog. Het is niet voor niets dat het Europees Parlement tegenwoordig in Straatsburg zit: een symbolische plek waar ooit fel werd gevochten. ‘Nooit meer oorlog’ krijgt daar letterlijk betekenis.”
Wat vindt u het leukst aan het lesgeven aan volwassen cursisten?
“Het enthousiasme! Volwassen cursisten komen omdat ze écht willen leren. Ze investeren hun tijd, stellen scherpe vragen en zijn niet bang om met je mee te denken. Ik ben iemand die veel informatie in één keer geeft, dat hoort bij mijn enthousiasme. Cursisten helpen me om dat soms te doseren, en dat maakt het lesgeven voor beide kanten waardevol. Samen breng je de historische ‘boodschap’ over.”
Is er een moment dat voor u bijzonder is gebleven?
“Zeker. Een van de mooiste momenten was toen ik een lezing mocht geven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Tot mijn verrassing zaten er cursisten uit mijn HOVO-groepen in de zaal, sommigen kwamen van ver. Dat voelde als thuiskomen, alsof mijn publiek met me meereist. Je bouwt echt een band op. Ook in het Waterliniemuseum, waar ik bestuurslid ben, komen cursisten regelmatig kijken bij exposities waar ik aan heb meegedaan. Die betrokkenheid waardeer ik enorm.”
Welke rol ziet u voor volwasseneneducatie in onze samenleving?
“Bij vergrijzing kijken we vaak naar de problemen, zoals de krimpende arbeidsmarkt. Maar er is ook een enorme positieve kant: een groeiende groep mensen die tijd, ervaring en motivatie heeft om iets te blijven bijdragen. Veel van hen doen vrijwilligerswerk, blijven actief en willen nieuwe kennis opdoen. HOVO speelt daar een cruciale rol in. De cursisten geven zingeving aan hun levensfase én brengen hun kennis terug de samenleving in. Dat is van onschatbare waarde.”
Is er nog iets wat u graag zou willen leren?
“Absoluut. Ik wil bijblijven op het gebied van moderne technologie en artificial intelligence, zowel zin als onzin. Ik lees daar veel over. Daarnaast geef ik jaarlijks een preek in de Walkartkerk in Zeist, iets waar ik veel plezier aan beleef. Sommige mensen zeggen dat ik eigenlijk dominee had moeten worden, misschien zit er een kern van waarheid in!”