Fragment uit: ‘Het is ons een eer en een genoegen: eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930’ van Wim Berkelaar
Bredero schreef de uitgebreide aanbeveling Duby tot eredoctor te verheffen, die Wieringa in verkorte vorm publiek zou maken. Daarin gewaagde hij van de veelzijdigheid van Duby, die als hoogleraar Middeleeuwse Geschiedenis in Aix-en-Provence (1951-1970) naam maakte als sociaal-economisch kenner van de hoge Middeleeuwen. Hij schetste in een tweedelige studie een beeld van het Franse platteland in de Middeleeuwen aan de hand van tal van uiteenlopende bronnen. Zijn onderzoek was nauw verwant met de historici rond het tijdschrift Annales: Economies, Sociétés, Civilisations. Zij bestudeerden bij voorkeur eeuwen, geen gebeurtenissen aangezien ze op zoek waren naar ontwikkelingen op de lange, niet op de korte termijn. Na 1970, toen Duby de leerstoel Mediëvistiek aan het prestigieuze Collège de France bezette, verruimde Duby zijn werkterrein en bedreef hij steeds vaker zogenaamde mentaliteitsgeschiedenis. Hij wilde weten hoe er in bepaalde periodes collectief gedacht werd, bijvoorbeeld over de liefde en over godsdienst.
Daarover gesproken: Bredero erkende in zijn aanbeveling met droge ironie dat eredoctoraten niet worden verleend ‘omdat iemand zijn levenshouding baseert op het Evangelie van Jezus Christus.’ Maar wel constateerde hij dat ‘in het werk van Duby een perspectief aanwezig is dat affiniteit vertoont met de doelstelling van de Vrije Universiteit.’ Zonder ‘theologisch normerende vooronderstellingen’ besteedde Duby aandacht aan volksreligiositeit en doorbrak zo ‘de ideologische tegenstellingen’ die het thema godsdienst opriepen. Daarmee doelde Bredero op de sterk antiklerikale traditie van de Annales-historici, die geneigd waren de heidense elementen in de christelijke traditie te beklemtonen. Duby’s christendom was, aldus het pleidooi, slechts een bijkomstigheid voor toekenning van het eredoctoraat – maar dan toch een die ‘niet onvermeld mag blijven.’
Lees de volledige tekst over het eredoctoraat voor Georges Duby in ‘Het is ons een eer en een genoegen: eredoctoraten aan de Vrije Universiteit sinds 1930’ van Wim Berkelaar