Wat maakt het project Straatwijs anders dan veel andere onderzoeken?
Tessa: ‘Veel wetenschapscommunicatie focust op het beter uitleggen van feiten. Maar we weten uit onderzoek dat feiten alleen niet overtuigen. Ik onderzoek nieuwe vormen van wetenschapscommunicatie die beter inspelen op verschillende perspectieven en emoties. In Straatwijs hebben we vooral geluisterd naar wat er speelt. Bewoners, onderzoekers en beleidsmakers maakten samen kunst vanuit ervaringen, emoties en verhalen uit de wijk. We wilden ook bewust andere verhalen vertellen over Nieuw-West. De wijk komt vaak negatief in het nieuws, terwijl wij juist veel energie, creativiteit en betrokkenheid zien.’
Geertje: ‘Veel onderzoek start vanuit een vooraf gedefinieerd probleem. Wij begonnen juist met wat bewoners zelf belangrijk vonden. Die aanpak past bij mijn zoektocht naar creatieve manieren om de dialoog aan te gaan met mensen voor wie onderzoek van meerwaarde kan zijn. Tijdens mijn studie miste ik die benadering vaak.
Via straatinterviews kwamen drie thema’s naar voren: woononzekerheid, financiële onzekerheid en jongerenwelzijn. Wij verwachtten dat veiligheid rondom jongeren centraal zou staan, maar bewoners wezen op iets anders: er zijn te weinig plekken om samen te komen. Bankjes verdwijnen, ontmoetingsplekken sluiten en jongeren voelen zich niet welkom in hun wijk.’
Wat levert deze vorm van wetenschapscommunicatie op?
Geertje: ‘Kunst maakt gesprekken gelijkwaardiger. Zodra je samen tekent, posters maakt of theater speelt, vervagen de traditionele rollen van onderzoeker, beleidsmaker en bewoner. Het helpt om het te hebben over gevoel en emoties, zonder dat woorden en ratio de boventoon voeren. Daardoor ontstaan veel opener gesprekken.’
Tessa: ‘Mensen delen verhalen die normaal verborgen blijven. Zo vertelde een bewoner dat hij als kind dacht dat die ‘brieven van de koning’ die hij op de mat zag liggen bijzonder waren, terwijl het om brieven van schuldeisers ging. Zijn verhaal is verbeeld in een poster. Dat raakt, veel meer dan cijfers of rapporten.’
Hoe draagt Straatwijs bij aan valorisatie en impact?
Tessa: ‘Wij wilden deze wijk – waar ik zelf ook woon – iets teruggeven door de activiteiten van onze maatschappelijke partners in Nieuw-West te ondersteunen. Samen ontwikkelden we posters, straattheater en films die onze partners ook na afloop kunnen inzetten, bijvoorbeeld tijdens festivals en filmvertoningen op verschillende locaties. Zo vergroten we de zichtbaarheid en impact van onze partners.’
Geertje: ‘Maatschappelijke impact ontstaat niet doordat onderzoekers even ‘landen’ in een wijk en daarna vertrekken. Daarom werken we samen met bestaande initiatieven zoals Stadsreporters en Street Art Museum Amsterdam die ook na afloop actief blijven in de wijk. Dat maakt het duurzaam. We vinden het bovendien belangrijk dat de samenwerking gelijkwaardig is: bewoners investeren tijd en kennis en krijgen daarom een vergoeding.
Een belangrijke opbrengst van Straatwijs zijn de films die Stadsreporters maakt over woononzekerheid, financiële onzekerheid en jongerenwelzijn. Daarin komen bewoners, onderzoekers en professionals samen aan het woord. Hoe mooi zou het zijn als beleidmakers in de Stopera die films straks zien, zodat zij ook de schrijnende verhalen en gevoelens achter deze thema’s meekrijgen. Ook willen we de documentaire van Luca Lange, die het project vanaf het begin volgt met financiering van het VU IXA-GO Impact Fonds, straks vertonen in Griffioen. Zo inspireren we ook andere onderzoekers met een andere manier van samenwerken en onderzoek doen.’
Tessa: ‘Een mooi voorbeeld was een sessie waarin jongeren vertelden dat zij als overlast worden gezien, terwijl zij zelf vooral behoefte hebben aan een plek waar ze welkom zijn. In het theater lieten ze voelen hoe het is om uit de publieke ruimte te worden weggeduwd. Dit maakte veel indruk op iedereen.’
Wat vraagt deze aanpak van jullie als onderzoekers?
Geertje: ‘Nederigheid. Als onderzoeker ben je geneigd om zelf met oplossingen te komen. Bewoners doen al jaren mee aan participatieprojecten en zijn daarbij geregeld teleurgesteld over de resultaten van al die losse, tijdelijke projecten. Tegelijkertijd zagen we hoeveel kracht en organiserend vermogen al in de wijk aanwezig is, zoals bij een groep vrouwen die al jaren strijdt tegen schimmelwoningen. Dit laat zien dat je als onderzoeker niet degene bent die oplossingen komt brengen, maar vooral moet aansluiten bij wat er al gebeurt.’
Tessa: ‘Tijd. Je bouwt relaties op, denkt mee met lokale initiatieven en organiseert activiteiten samen. Binnen de VU is steeds meer aandacht voor impact dankzij programma’s als Erkennen & Waarderen. Belangrijk, want contacten leggen en impact maken kost veel tijd en gebeurt vaak naast onderwijs geven, onderzoek doen en publiceren. Juist de verbinding met de samenleving is voor ons essentieel. Dat zie je ook terug in de resultaten: bewoners die aanvankelijk sceptisch waren over wetenschappers en beleidsmakers zijn alsnog in gesprek gegaan. Andersom ervaarden onderzoekers en beleidsmakers hoe waardevol de dialoog met de wijk is.’
Wat maakt jullie vrije denkers?
Tessa: ‘Ik ben nieuwsgierig naar mensen die anders denken dan ik. Juist daar leer ik van. In mijn werk probeer ik niet meteen te oordelen, maar te begrijpen waarom iemand iets voelt of gelooft. Dat maakt gesprekken menselijker en leerzamer en opent deuren voor verandering.’
Geertje: ‘Vrijdenken begint met het loslaten van het idee dat wetenschap alle antwoorden heeft. Bewoners hebben ook kennis, vanuit hun ervaringen, leefwereld en verhalen. Door open te staan voor die perspectieven ontstaat ruimte voor een gelijkwaardige dialoog en nieuwe inzichten. Dat doen we met Straatwijs iedere dag opnieuw.’
Meer weten over Straatwijs? Geertje Tijsma en Tessa Roedema vertellen je graag meer.
De VU zoekt en voedt de maatschappelijke dialoog, is toonaangevend in onderzoek en leidt studenten op tot wereldburgers die in woord en daad bijdragen aan een betere wereld. Lees het strategische plan 2026-2030 hier.