Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Opbouw Bacheloropleiding Geneeskunde

Laatst gewijzigd op 24 juni 2021

Studieprogramma

Tijdens de driejarige bachelor werk je elke week vanuit een ander patiëntprobleem. Dat probleem vormt het uitgangspunt van het onderwijs van de week. Naast de onderwijsblokken doe je in de bachelor een zorgstage en de praktijkstage ‘academische vorming’.

Per week heb je gemiddeld 12 onderwijs contacturen, bestaande uit hoorcolleges, studiegroepen en practica. Daarnaast besteed je per week ongeveer 24 uur aan zelfstudie, waarin je de stof zelfstandig bestudeert en je vaardigheden oefent in groepen. In de laatste week van de cursus heb je een tentamen. Hoe een gemiddelde week eruitziet, vind je in dit schema.

Een voorbeeld: Een week uit de cursus 'Huid en Afweer’

Tijdens de cursus 'huid en afweer' maak je tijdens het patiëntcollege kennis met een patiënt met eczeem. Een dermatoloog bespreekt de klachten met de patiënt en licht de situatie toe. Een fysioloog en (moleculair) celbioloog vertellen over de achtergrond van de aandoening. Vervolgens werk je in een studiegroep aan je studieopdrachten en bekijk je huidweefsel onder de microscoop tijdens de practica. Je sluit de week af met een college waarin alle facetten van de week besproken worden vanuit alle disciplines (dermatologie, fysiologie, immunopathologie en celbiologie). Tijdens dit college kun je ook alle vragen, als je die nog hebt, stellen. 

Internationale minor faculteit der geneeskunde VU

De Faculteit der Geneeskunde VU biedt in het derde jaar van de bachelor een internationale minor aan. Deze minor richt zich op medisch wetenschappelijke verdieping en verbreding en versterkt daarmee jouw academische vorming. Het vormt een brug tussen onderzoek en kliniek. Je leert om wetenschappelijk te denken en te handelen binnen de academische geneeskunde. Je maakt kennis met de onderzoekszwaartepunten van de Faculteit der Geneeskunde VU. Binnen de minor kun je kiezen uit een aantal aandachtsgebieden. Kijk voor meer informatie op 'Internationale minoren Faculteit der Geneeskunde VU.

De witte jas ceremonie

Na drie jaar ontvang je je bachelordiploma en sluit je de bacheloropleiding af met de witte jas ceremonie. Tijdens deze ceremonie word je als kersverse masterstudent welkom geheten in de kliniek door artsen die jou in een witte jas helpen. Ook spreek je, samen met je medestudenten, een zelfgeschreven jaartekst uit. Dit doe je ten overstaan van familie, vrienden, artsen en vertegenwoordigers van medisch onderwijs.

Meer weten?

Wil je weten welke vakken er gegeven worden in de bachelor? Of meer informatie over de indeling van de opleiding? Bekijk dan eens het opleidingsschema bachelor of bezoek de studiegids.

Opbouw Bacheloropleiding Geneeskunde

  • Bachelorjaar 1

    De bacheloropleiding bestaat uit drie jaar. In het eerste jaar leer je over de bouw en het functioneren van de volwassen mens. Het eerste jaar bestaat uit twee semesters. Het eerste semester bestaat uit vijf cursussen, het tweede semester uit vier cursussen en de zorgstage. 

    Schema bachelorjaar 1

    Opbouw Studieweek

    Tijdens de bachelor werk je elke week vanuit een ander patiëntprobleem. Dat probleem vormt het uitgangspunt van het onderwijs van de week. Je hebt per week veertien onderwijs contacturen bestaande uit hoorcolleges, studiegroep bijeenkomsten, practica en in de laatste week van de cursus een tentamen. Hoe een gemiddelde week eruit ziet, zie je in het schema hieronder. 

    Hoorcolleges

    Tijdens de week volg je een aantal colleges. Je begint de week met een patiëntcollege. Tijdens dat college maak je kennis met de patiënt. Het klinisch redeneren, waarbij je op systematische wijze de complexe klacht van een patiënt leert analyseren en via de diagnose tot een therapie komt. Tijdens colleges wordt ook moeilijke studiestof nader toegelicht, aandacht besteed aan maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de medische wetenschap in relatie tot de stof die in het weekthema aan de orde komt.

    Studiegroep

    Met de informatie die je hebt gekregen bij het patiëntcollege ga je in je studiegroep aan de slag. Die studiegroep bestaat uit twaalf studenten onder leiding van een tutor. Je werkt samen aan het vinden van antwoorden op de studieopdrachten en presenteert aan het einde van de week aan elkaar.

    Practicum

    Elke week doe je twee practica. In de regel is één practicum gewijd aan het aanleren van vaardigheden die je nodig hebt om een goede arts te worden, zoals gesprekken voeren, lichamelijk onderzoek doen of in het kader van je academische vorming. Het tweede practicum is gericht op verdieping en illustratie van de studiestof van de cursus, zoals anatomie of fysiologie.

    Stage

    Aan het eind van het eerste jaar loop je de zorgstage. Tijdens deze stage werk je als verpleeghulp in een zorginstelling (bv. een ziekenhuis of verpleeghuis). Op deze manier maak je alvast kennis met het werken in de zorg.

  • Bachelorjaar 2

    De bacheloropleiding bestaat uit drie jaar. Het tweede jaar van de bachelor geneeskunde kent dezelfde opbouw als Bachelor geneeskunde jaar 1. In het tweede jaar wordt de ontwikkeling van de mens (man en vrouw) behandeld en de beginselen van de ziekteleer. Het tweede jaar bestaat uit twee semesters, die ieder bestaat uit vijf cursussen. Longitudinaal, gedurende het hele tweede jaar voortbouwend op het eerste jaar zijn de lijnen Professionele ontwikkeling 3 resp. 4, en Medisch expert 3 resp. 4 geprogrammeerd.  

    Schema Bachelorjaar 2

    Opbouw studieweek

    Tijdens de bachelor werk je elke week vanuit een ander patiëntprobleem. Dat probleem vormt het uitgangspunt voor het onderwijs van de week. Je hebt per week twaalf onderwijs contacturen bestaande uit hoorcolleges, studiegroep bijeenkomsten, practica en in de laatste week van een cursus een tentamen. Hoe zo'n gemiddelde week eruit ziet, zie je in het schema hieronder. 

    Hoorcolleges

    Tijdens de week heb je een aantal colleges. Je begint de week met een patiëntcollege. Tijdens dat college maak je kennis met de patiënt. Het klinisch redeneren, waarbij je op systematische wijze de complexe klacht van een patiënt leert analyseren en via de diagnose tot een therapie komt. Tijdens colleges wordt ook moeilijke studiestof nader toegelicht, aandacht besteed aan maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de medische wetenschap in relatie tot de stof die in het weekthema aan de orde komt.

    Studiegroep

    Met de informatie die je hebt gekregen bij het patiëntcollege ga je in je studiegroep aan de slag. Die studiegroep bestaat uit twaalf studenten onder leiding van een tutor. Je werkt samen aan het vinden van antwoorden op de studieopdrachten en presenteert die aan het einde van de week aan elkaar. 

    Practicum

    Elke week doe je twee practica. Eén practicum is gewijd aan het aanleren van vaardigheden die je nodig hebt om een goede arts te worden, zoals gesprekken voeren en lichamelijk onderzoek doen. Het tweede practicum is gericht op verdieping en illustratie van de studiestof van de cursus, zoals anatomie of fysiologie.

    Praktijkstage huisartsgeneeskunde

    In het tweede jaar loop je gedurende een half jaar ook de Praktijkstage huisartsgeneeskunde. Tijdens deze stage maak je kennis met het werk van de huisarts in een huisartsenpraktijk. 

    Praktijkstage academische vorming

    In het tweede jaar loop je ook gedurende een half jaar de Praktijkstage academische vorming. Tijdens deze stage maak je kennis met het werk van (medisch) wetenschappelijk onderzoekers, die werkzaam zijn in de Onderzoeksinstituten van het Amsterdam UMC.

  • Bachelorjaar 3

    De bacheloropleiding bestaat uit drie jaar. Het derde jaar van de bachelor geneeskunde bestaat uit twee semesters, waarbij het eerste semester is opgebouwd uit de minor en de bachelorthesis en het tweede semester uit vijf cursussen. In het derde jaar wordt de academische klinische wetenschappelijke vorming van de bachelor afgesloten met het schrijven van de bachelorthesis. Tijdens het eerste semester is er ruimte voor profilering en verbreding door de minor en de bachelorthesis, waarbij je zelf het onderwerp kunt bepalen. Tijdens het tweede semester komen tijdens de thematische cursussen de mechanismen van veel voorkomende ziekten vanuit het perspectief van klinisch redeneren aan de orde.

    Schema Bachelorjaar 3

    Eerste semester

    Minor
    Je kunt een van facultaire minoren volgen of een minor volgen bij een andere faculteit van de VU of aan een andere universitaire instelling in binnen- of buitenland. Zie minor informatie

    Bachelorthesis
    Aan het eind van het eerste semester schrijf je de bachelorthesis. De bachelorthesis is het academisch eindwerk van de major van de bacheloropleiding. Je kunt hiervoor dan ook geen vrijstelling krijgen. Op basis van zelf uitgevoerd onderzoek schrijf je de thesis. Doordat de thesis na de minor geprogrammeerd is, heb je de gelegenheid (en dat is ook aan te bevelen) om tijdens de minor al te starten met de thesis en zo het onderwerp van je minor te koppelen aan de thesis. Dit is zeer goed mogelijk als je de facultaire minor volgt, omdat deze onderzoeksgericht is. Overleg hierover bijtijds met de minor-module coördinator en/of docenten van de minor die je volgt. Zie ook de informatie over de bachelorthesis.

    Tweede semester

    Opbouw studieweek
    Tijdens de bachelor werk je elke week vanuit een ander patiëntprobleem. Dat probleem vormt het uitgangspunt voor het onderwijs van de week. Je hebt per week twaalf onderwijs contacturen bestaande uit hoorcolleges, studiegroep bijeenkomsten en practica. Aan het eind van de laatste week van de cursus leg je het tentamen van de cursus op de vrijdag af. Hoe zo'n gemiddelde week eruit ziet, zie je in het schema hieronder. 

    Hoorcolleges 

    Tijdens de week heb je een aantal colleges. Je begint de week met een patiëntcollege. Tijdens dat college maak je kennis met de patiënt. Het klinisch redeneren, waarbij je op systematische wijze de complexe klacht van een patiënt leert analyseren en via de diagnose tot een therapie komt. Tijdens colleges wordt ook moeilijke studiestof nader toegelicht, aandacht besteed aan maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de medische wetenschap in relatie tot de stof die in het weekthema aan de orde komt.

    Studiegroep 

    De studiegroep van het derde studiejaar heeft een andere opzet dan in jaar 1 en jaar 2, namelijk volgens het Team Based Learning principe. Vooraf bereid je je goed voor, aan het begin van de studiegroep maak je een toets, waarna je de toetsvragen in een groepje van zes bespreekt. Tevens werk je gezamenlijk een patiëntprobleem uit. Na afloop van de studiegroep is een Expert College, waar de vragen die geformuleerd zijn tijdens de studiegroep besproken worden. Die studiegroep bestaat uit twaalf studenten onder leiding van een tutor.

    Practicum 

    Elke week doe je twee practica. Eén practicum is gewijd aan het aanleren van vaardigheden die je nodig hebt om een goede arts te worden, zoals gesprekken voeren en lichamelijk onderzoek doen. Het tweede practicum is gericht op verdieping en illustratie van de studiestof van de cursus, zoals anatomie of fysiologie.

Medisch expert

Geneeskunde kan enerzijds worden gezien als kennisdomein en anderzijds als competentiegebied bij de voorbereiding voor het beroep van arts. Daarbij gaat het juist om toepassen van geneeskundige kennis in specifieke gezondheidszorgsituaties. Dit onderwijs is ondergebracht in de onderwijslijn 'medisch expert' (module medisch expert 1 t/m 5) dat gedurende de hele bachelor wordt gegeven, behalve tijdens het eerste semester van jaar 3.

Academische vorming (academische kern)

Academische vorming is een belangrijk onderdeel van het bachelorprogramma. Het gaat hierbij om: wijsgerige vorming/wetenschapsfilosofie/wetenschapsgeschiedenis, methoden & technieken van wetenschappelijk onderzoek, kritisch redeneren/academische vaardigheden en academisch Engels.

De academische vorming komt in al het onderwijs in de bachelor aan de orde. Specifieke aandacht wordt besteed tijdens de cursussen 'medisch wetenschappelijk onderzoek 1 en 2', de cursussen 'arts en patiënt 1 t/m 4, de bachelorthesis en de facultaire minor. Daarnaast is academische vorming onderdeel van de studiegroepen middels studieopdrachten, presentaties, refereren en de klinisch redeneren lijn. 

Bachelor VUmc-compas 2015

Per 1 september 2015 is het bijgestelde programma van de bacheloropleiding geneeskunde VUmc-compas 2015 ingevoerd. Deze verandering was noodzakelijk vanwege een tweetal wetswijzigingen en nieuwe richtlijnen van het College van Bestuur van de VU. 

Uiteraard hebben we deze wijzigingen aangegrepen om ook een aantal expliciete veranderingen aan te brengen in het herziene programma. Hierbij zijn met name ook de aanbevelingen meegenomen zoals studenten die middels enquêtes en evaluaties als verbeterpunten voorgesteld hebben. 

Per 1 september 2015 zijn zowel het eerste als het tweede studiejaar van het nieuwe programma ingevoerd, gevolgd door het derde studiejaar in 2016. 

Zowel studenten als docenten zijn tevreden over de ingevoerde programma's. Meer informatie over het programma vind je op de onderliggende pagina's. 

Met vriendelijke groet,

Prof. dr. J. (Jack) van Horssen 

Programmaleider Bacheloropleiding Geneeskunde VUmc-compas

Heb je vragen?

Neem gerust contact op met het onderwijs service centrum

Bel 020 - 444 80 10 (maandag t/m vrijdag van 10.00 - 12.30 uur en van 14.00 tot 16.30 uur).

Stuur een mail naar studentenbalie@vumc.nl
Vragen met betrekking tot de master kunnen naar: master.gnk@vumc.nl
Vragen met betrekking tot de bachelor kunnen naar: studentenbalie@vumc.nl
Vragen met betrekking tot internationalisering kunnen naar: international@vumc.nl