Mensen die hun huizen moeten ontvluchten, dikke rookwolken en feloranje luchten: de beelden van natuurbranden in Europa haalden afgelopen zomer veelvuldig het nieuws. Veel noordelijker woeden branden die nauwelijks aandacht krijgen. Maar juist deze branden hebben vergaande gevolgen die ons allemaal raken.
Bij elke natuurbrand komt CO₂ vrij. Maar wist je dat daar in gebieden met permafrost, zoals Canada, Siberië en Alaska, nog eens grote hoeveelheden uitstoot bij komen? Door de hitte ontdooit de permanent bevroren bodem, waardoor opgeslagen koolstof vrijkomt in de vorm van broeikasgassen.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel: extra uitstoot zorgt voor verdere opwarming, terwijl hittegolven en droogte het risico vergroten dat blikseminslag een brand veroorzaakt. Die cirkel moeten en kúnnen we doorbreken.
Met jouw steun kunnen onderzoekers beter voorspellen waar en wanneer deze branden ontstaan, ze eerder opsporen en zo bijdragen aan het beperken van extra uitstoot.
‘Als je een smeulende brand eerder kan detecteren, dan kan je misschien op tijd zijn voordat die zich snel begint te verspreiden. Je kunt er dan op tijd naartoe en het juiste materieel inzetten om de brand te blussen.'
Voorspellen en opsporen
Aardesysteemwetenschapper Sander Veraverbeke doet hiernaar onderzoek bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Door gebruik te maken van nieuwe satelliettechnologie is het mogelijk om beginnende branden sneller en preciezer te detecteren. Dat is belangrijk, omdat een brand na een blikseminslag uren- of zelfs dagenlang ondergronds kan smeulen voordat er vlammen zichtbaar zijn. Juist in die periode ligt een kans om in te grijpen.
Slechts één op de duizend blikseminslagen veroorzaakt een natuurbrand die uitgroeit tot een enorme bron van CO2-uitstoot. Waarom juist die ene? Sander onderzoekt welke combinatie van droogte, vegetatie en weersomstandigheden ervoor zorgt dat een brand ontstaat. Met die kennis kunnen onderzoekers beter voorspellen welke blikseminslagen een risico vormen en waar snel ingrijpen nodig is. Zo kunnen ze helpen voorkomen dat een beginnende brand zich verder verspreidt.
Wat gebeurt er na de brand?
Ook wanneer de vlammen zijn gedoofd, kunnen de gevolgen van een natuurbrand nog jarenlang doorgaan. Sander onderzoekt wat er na een brand met de permafrost en de opgeslagen koolstof in de bodem gebeurt. ‘Je kunt het vergelijken met een vriezer die open gaat', zegt Sander. 'In de bodem zit oud organisch materiaal opgeslagen. Als dat ontdooit, begint het te rotten en kunnen er nog meer broeikasgassen vrijkomen, soms jarenlang na een natuurbrand.’
Om dit proces beter te begrijpen, doet Sander met zijn team veldonderzoek in de uitgestrekte permafrostgebieden van Noord-Amerika.
Kom in actie voor een leefbare toekomst
‘Mijn klimaatdroom is om de opwarming van de aarde tegen te gaan door bliksembranden te voorspellen. Door beter te begrijpen welke bliksembranden een groot risico vormen en hoe we op tijd kunnen ingrijpen, kunnen we extra uitstoot helpen beperken.’
- Sander Veraverbeke
Met jouw gift breng je deze droom dichterbij. Met gemiddeld 250 euro kan al één dag veldwerk in een permafrostgebied worden bekostigd. Onderzoekers meten daar wat natuurbranden met de permafrost doen, hoeveel broeikasgassen vrijkomen en hoe diep de bodem nog bevroren is.
Samen met onderzoek naar het voorspellen en opsporen van bliksembranden levert dit steeds meer kennis op om eerder en gerichter in te grijpen.
Help mee om de vicieuze cirkel bij klimaatverandering te doorbreken en steun dit onderzoek van Sander Veraverbeke. Alvast hartelijk dank voor je bijdrage!