In deze cursus neemt Cor Schrama u in chronologische volgorde mee door de ontwikkeling van het meubelstuk. In vijf hoorcolleges gaat hij in op de belangrijkste stijlperiodes, van de Oudheid tot nu. Er is aandacht voor bekende interieurarchitecten, meubelmakers en de ‘toppers’ van de meubelkunst. Veel oude meubelstukken zijn nu gewilde ‘designclassics’. U maakt kennis met onder andere het Ei, de Mier, de Vlinder, Zwaan, The Ghost, de Tulp, de Utrecht en de Poldersofa.
De cursus omvat vijf grote tijdsblokken.
Opbouw
- College 1 – Oudheid, Middeleeuwen en Renaissance
Het oudste meubelstuk ter wereld, de troon van farao Toetanchamon, is verrassend goed bewaard gebleven en werd pas in 1922 ontdekt. Via Kreta komen de Grieken in aanraking met de Egyptische kunstnijverheid, maar geen enkel Grieks meubelstuk is bewaard gebleven. De Romeinen verfijnden de Griekse ontwerpen, maar met de val van hun rijk ging veel kennis verloren. Pas in de Renaissance bereikt de meubelkunst opnieuw een hoog niveau, te zien in de vele Hollandse linnenkasten. - College 2 – Barok, Rococo, Chinoiserie en Transition
De Barok tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV, leidt tot een hoogtepunt in het paleis van Versailles. Maar vooral de Rococo vormt de apotheose van verfijnde meubelkunst, met als uniek meesterwerk het bureau van Lodewijk XV. In deze perioden worden de meest vernuftige ideeën in meubelen verwerkt. - College 3 – Neo Classicisme, Empire en Biedermeier
Na de ontdekking van Pompeï verdwijnen alle speelse en zwierige lijnen en keren de meubelen terug naar rechte, klassieke lijnen. Napoleon maakt zich deze stijl geheel eigen in zijn pompeuze Empirestijl. Als reactie op de imposante Empirestijl ontstaat de burgerlijke Biedermeierstijl in Wenen, uitgevoerd in goedkope houtsoorten, gericht op huiselijkheid en comfort. - College 4 – Arts & Crafts, Neostijlen, Art Nouveau en Art Deco
In de 19e eeuw volgt een periode van stijlverwarring, waarin oude stijlen werden herhaald in de vele Neostijlen. Toch ontstaat in Engeland een verrassende nieuwe stijl, de Arts & Crafts. Deze stroming is de motor achter de nieuwe ontwikkelingen aan het einde van de 19e-eeuw; de Art Nouveau en de Art Deco en zelfs het Bauhaus aan het begin van de 20e eeuw. - College 5 – Twintigste eeuw, Bauhaus en de Internationale stijl
In de vroege 20e eeuw staan twee verschillende stijlen haaks op elkaar: de theatrale en traditionalistische Art Deco in luxe materialen en de functionele en hypermoderne ideeën van het Bauhaus, met staal, glas en leer. Na de Tweede Wereldoorlog bepalen vooral Scandinavië en Italië de koers van het moderne design, maar sinds 2000 spreekt Nederlands design ook een grote rol.
Onderwijsvorm: 5 hoorcolleges met ruimte voor vragen na afloop.
Studiebelasting: nihil.
Literatuur: Digitaal cursusmateriaal.
Verwachte voorkennis: Enige algemene kennis van de stijlperioden van de kunstgeschiedenis.
Overige informatie: Voor geïnteresseerden biedt Cor Schrama een facultatieve excursie aan naar het Paleis op de Dam en antiquair Mathieu Hart in Amsterdam. Meer informatie volgt tijdens de cursus.
Meer over deze cursus
Inleiding
Data, kosten en inschrijven