Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

DNA van ouders beïnvloedt opvoeding van kinderen via de omgeving

23 augustus 2022
De omgeving die samenhangt met de cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden van ouders heeft invloed op de onderwijsuitkomsten van de nakomelingen.

Nieuw onderzoek van het Nederlands Tweelingen Register van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU Amsterdam) laat zien dat de cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden van ouders beide van invloed zijn op de onderwijsresultaten van kinderen. De onderzoekers (biologische psychologen en gedragsgenetici) keken naar de CITO-scores van de nakomelingen en het hoogst behaalde diploma. Zij maakten gebruik van genetische methoden en benadrukten hoe genetisch onderzoek ons ​​iets kan vertellen over de sociale omgeving.

Het onderzoek, dat vandaag is gepubliceerd in Nature Communications, onderzocht onderwijsgegevens en genetische gegevens van meer dan 40.000 kinderen in het VK en Nederland. De wetenschappers keken naar genen die verband houden met cognitieve vaardigheden (een andere naam voor intelligentie of IQ) en niet-cognitieve vaardigheden (een overkoepelende term die wordt gebruikt om kenmerken als academische motivatie, sociale vaardigheden, leerstrategieën en doorzettingsvermogen te beschrijven). Zij ontdekten dat deze genen de leerresultaten van kinderen niet alleen direct via genetische transmissie van ouder naar kind, maar ook indirect via de ouderlijke omgeving beïnvloeden.

Omdat zowel het directe transmissie effect als het indirecte omgevingseffect zijn opgenomen in de analyses, was het mogelijk vast te stellen hoeveel ouders hun kinderen werkelijk beïnvloeden door de omgeving die ze creëren. De onderzoekers pleiten voor het gebruik van genetische gegevens om de mechanismen achter intergenerationele overdracht van onderwijs te begrijpen, wat op zijn beurt zou kunnen helpen bij toekomstige inspanningen om ongelijkheden te verminderen.

De effecten werden voor zowel cognitieve als niet-cognitieve vaardigheden gevonden. Beide sets van genen kunnen, als ze niet worden doorgegeven aan het nageslacht, nog steeds invloed zijn op het onderwijssucces van kinderen. Hoewel deze genen dus niet worden doorgegeven aan kinderen, hebben ze een sociale impact via de omgeving die de ouders creëren. Dit staat bekend als een indirect genetisch ouder effect of genetische opvoeding.

Psycholoog Rosa Cheesman, de senior auteur verbonden aan King's College London, zegt dat de sociale processen achter deze indirecte genetische effecten waarschijnlijk veelomvattend zijn: "klassieke 'ouderlijke opvoeding' kan belangrijk zijn - genen beïnvloeden bijvoorbeeld ouders om hun kind te leren geconcentreerd en gemotiveerd te blijven. Maar er zouden bredere mechanismen kunnen optreden - bijvoorbeeld dat genetische aanleg een rol speelt bij de beslissing van een ouder om naar een bepaalde buurt te verhuizen, wat op zijn beurt de opvoeding van het kind beïnvloedt."

De onderzoekers vergeleken onderwijsresultaten van drie datasets – de UK Biobank, de UK Twins Early Development Study en het Nederlands Tweelingen Register – om de omgevingseffecten van de vaardigheden van ouders op de opvoeding van kinderen vast te stellen. De onderwijsresultaten van de deelnemende kinderen omvatten gestandaardiseerde testresultaten en door de leraar gerapporteerde cijfers, evenals het totale aantal jaren dat ze als volwassenen onderwijs hebben gevolgd.

Perline Demange, eerste auteur van de studie van de VU Amsterdam, zegt: "We gebruikten meerdere genetische onderzoeksmethoden in meerdere datasets. Het feit dat onze bevindingen in grote lijnen werden bevestigd door de verschillende methoden en datasets, geeft ons het vertrouwen om te zeggen dat de ouderlijke omgeving geassocieerd met cognitieve en niet-cognitieve vaardigheden van belang is voor het educatieve succes van hun kinderen."

Toch kwamen er ook verschillen naar voren tussen Nederland en het VK. Biologisch psycholoog Elsje van Bergen van de VU Amsterdam: “Interessant is dat de erfelijke ouderlijke omgeving geen invloed lijkt te hebben op de CITO-schoolresultaten van kinderen op 12-jarige leeftijd in Nederland, terwijl dit in het VK wel het geval is. Er is echter geen verschil als we kijken naar het hoogst behaalde diploma, daar zien we het effect van de ouderlijke omgeving in beide landen.“

Dit onderzoek is uitgevoerd door een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het werd ondersteund door de Nederlandse Organisatie voor Gezondheidsonderzoek en Ontwikkeling (NWO en ZonMW) en de British Economic and Social Research Council (ESRC).