Depressie en roken blijken hardnekkige combinatie: onderzoek toont waarom geïntegreerde zorg hard nodig is
Psychiatrische aandoeningen komen opvallend vaak samen voor. Dat verschijnsel – comorbiditeit – is niet alleen veelvoorkomend, maar blijkt ook hardnekkig: wie meerdere problemen tegelijk ontwikkelt, houdt die vaak langdurig. Het onderzoek van psychiater Wendela ter Meulen werpt licht op waarom dit gebeurt en wat de maatschappelijke gevolgen zijn.
Meer klachten, meer risico’s
Uit een samenvoeging van bestaande studies naar de meest voorkomende combinatie, depressie en angst, blijkt dat mensen met beide aandoeningen zwaardere psychische klachten ervaren en grotere kans hebben op fysieke gezondheidsproblemen, sociale beperkingen en een lagere kwaliteit van leven. Vooral psychosociale factoren, zoals jeugdtrauma, spelen een rol bij het ontstaan van deze dubbele belasting.
Depressieve mensen roken het meest
In een vervolgonderzoek vergeleek Ter Meulen risicofactoren voor roken tussen mensen met en zonder depressie. De verschillen waren duidelijk: depressieve mensen blijken niet alleen veel vaker te roken, maar komen ook vaker in omstandigheden terecht – zoals financiële problemen of stressvolle leefomstandigheden – die rookgedrag versterken. Dat maakt stoppen aanzienlijk lastiger.
Ziekteprogressie als stille motor achter comorbiditeit
Ter Meulen keek ook naar het beloop van stemmingsstoornissen over meerdere jaren. Sommige mensen herstellen minder goed van depressies of krijgen meer periodes van bipolaire stemmingsklachten. Deze zogenoemde ziekteprogressie blijkt de belangrijkste motor achter het blijvend samengaan van stemmingsstoornissen en verslavingsproblemen. Daarnaast blijkt een klinisch meetinstrument dat comorbiditeit in kaart brengt, redelijk te kunnen voorspellen welke mensen met een depressie later een bipolaire stoornis ontwikkelen.
Impact en kansen voor de zorg
De bevindingen maken duidelijk dat comorbiditeit leidt tot een stapeling van risico’s en nadelige uitkomsten – psychisch, lichamelijk én sociaal. Dat onderstreept de noodzaak van geïntegreerde zorg, waarbij niet elke aandoening afzonderlijk wordt behandeld, maar gezamenlijk in één traject. Een minder bekend maar maatschappelijk relevant inzicht is dat vroeg in de ontwikkeling van een bipolaire stoornis mogelijk een kwetsbare periode bestaat waarin middelengebruik extra ontregelend werkt. Voorlichting en preventie kunnen hier volgens de onderzoekers veel winst opleveren.
Ook rokers met een depressie vormen een aandachtspunt: zij kunnen vaak pas minder gaan roken wanneer hun depressieve symptomen eerst (gedeeltelijk) verbeteren. Dat vraagt om behandelvormen die depressie en verslaving tegelijk aanpakken, zoals gecombineerde psychotherapie. Ter Meulen laat daarmee zien dat betere, geïntegreerde zorg niet alleen de individuele patiënt helpt, maar ook kan bijdragen aan minder gezondheidsproblemen, minder uitval en uiteindelijk lagere maatschappelijke kosten.
Meer informatie over het proefschrift