De stijgende prevalentie van overgewicht en (ernstig)obesitas onder jonge kinderen blijft een groot maatschappelijk probleem. Overgewicht en obesitas komen vaker voor bij kinderen van niet-Nederlandse afkomst en met een lagere sociaaleconomische positie (SEP). Een gezond voedingspatroon draagt bij aan een gezonde gewichtsontwikkeling als kind, en een gezond gewicht als volwassene. Er is echter nog weinig bekend over etnische en sociaaleconomische verschillen in voedingspatronen van kinderen en hoe deze voedingspatronen het lichaamsgewicht en de lichaamssamenstelling op latere leeftijd beïnvloeden. Daarom onderzocht Viyan Rashid:
1. Welke voedingspatronen kunnen bij 5-jarige kinderen worden gedefinieerd met behulp van verschillende methoden om voedingspatronen te definiëren?
2. Komen bepaalde voedingspatronen vaker voor bij kinderen van een bepaalde etnische of sociaaleconomische afkomt?
3. In welke mate hangen de gedefinieerde voedingspatronen samen met BMI en lichaamssamenstelling op latere leeftijd?
Vijf-jarige kinderen in ons cohort consumeren voedingspatronen die kunnen worden gelabeld als gezond, ongezond, traditioneel en een patroon waarin de inname van volle en vetarme productgroepen relevant was. De voedingsinname suboptimaal en alleen de inname van volkorenproducten voldoet aan de geldende voedingsrichtlijnen.
Kinderen van niet-Nederlandse afkomst, lager opgeleide moeders, lager opgeleide vaders, uit gezinnen met een lager niveau van huishoudfinanciën en uit een wijk met een lagere sociaaleconomische status (SES) consumeren vaker een ongezond voedingspatroon. Het opleidingsniveau van de moeder was de sterkste sociaaleconomische voorspeller van een ongezond voedingspatroon.
Viyan Rashid zag tegengestelde en onverwachte associaties tussen de voedingspatronen en BMI en lichaamssamenstelling op latere leeftijd. Een hoge score op gezonde voedingspatroon of een voedingspatroon met een hoge inname van vetarme en gezonde voedingsmiddelen, leidde in de meeste groepen verassend tot een hogere gewichtsontwikkeling, terwijl een hoge score op het volvette voedingspatroon leidde tot een lagere gewichtsontwikkeling.
Het is relevant dat de publieke gezondheid zich blijft focussen op een gezond gewicht en een gezonde gewichtsontwikkeling voor met name kinderen van niet-Nederlandse afkomst en/of een lagere sociaaleconomische positie, om overgewicht en obesitas te voorkomen.
De suboptimale voedingsinname in ons cohort pleit onder andere voor aanpassingen in de huidige voedselomgeving van kinderen. We zagen dat alle sociaaleconomische factoren waaronder ook de sociaaleconomische status van de wijk invloed hebben op het ongezonde snackpatroon (inname hartige en zoete snacks). En een ongunstige financiële situatie kan de invloed van het opleidingsniveau van de moeder overstijgen. Juist kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond en/of lagere SEP wonen vaker in een wijk met een lagere sociaaleconomische status, waar meer toegang is tot fastfood en advertenties van ongezonde voeding.
Dit onderzoek toont ook aan dat het relevant is om in vervolgonderzoek dieper in te gaan op de associatie tussen gezonde, volvette- en vetarme voedingspatronen en gewichtsontwikkeling.
Meer informatie over het proefschrift