Onderzoek opent deur naar effectievere behandeling van lymfeklierkanker
Simon Mobach ontdekte een mogelijke nieuwe manier om lymfoïde kankers gevoeliger te maken voor bestaande therapieën. De studie laat zien dat het verstoren van zogenoemde CXCR4-clusters op kankercellen ervoor zorgt dat deze cellen minder goed beschermd zijn tegen medicijnen. Dat kan in de toekomst leiden tot effectievere behandelingen voor patiënten bij wie de ziekte terugkeert.
Lymfoïde kankers ontstaan uit lymfocyten, een type witte bloedcel dat onderdeel is van het immuunsysteem. Hoewel de behandeling van deze vormen van kanker de afgelopen jaren sterk is verbeterd, krijgt een deel van de patiënten alsnog te maken met terugkeer van de ziekte. Een belangrijke oorzaak is dat kankercellen zich kunnen verschuilen in beschermende plekken in het lichaam, zoals het beenmerg en de lymfeklieren. Daar ontvangen ze signalen die hun groei en overleving stimuleren en hen minder gevoelig maken voor therapie.
In het onderzoek stond het eiwit CXCR4 centraal. Dit eiwit bevindt zich op het oppervlak van kankercellen en helpt cellen zich door het lichaam te verplaatsen. Mobach ontdekte dat CXCR4 niet alleen werkt als afzonderlijk eiwit, maar vaak samenkomt in kleine groepjes, zogeheten clusters. Met behulp van nieuw ontwikkelde nanobody-technologie konden deze clusters voor het eerst nauwkeurig zichtbaar worden gemaakt in zowel kankercellen als patiëntmateriaal.
De studie laat zien dat deze CXCR4-clusters een belangrijke rol spelen bij eigenschappen die kankercellen sterker maken, zoals hun vermogen om te bewegen en therapieën te weerstaan. Toen Mobach de clusters met kleine moleculen, nanobodies en antilichamen uit elkaar haalden, veranderde het gedrag van de kankercellen. Ze bewogen minder goed en werden gevoeliger voor bestaande medicijnen.
Opvallend was het effect op venetoclax, een geneesmiddel dat al wordt ingezet bij bepaalde bloedkankers. In het onderzoek werkte dit medicijn beter nadat de CXCR4-clusters waren verstoord. Mobach: Dit wijst erop dat combinatietherapieën in de toekomst mogelijk succesvoller kunnen zijn."
Voor patiënten met lymfoïde kanker zou deze aanpak kunnen bijdragen aan behandelingen die beter aanslaan en langer effectief blijven. Daarnaast zijn in het onderzoek nieuwe antilichaamachtige moleculen ontwikkeld die CXCR4 gericht kunnen beïnvloeden. Die zouden in de toekomst verder getest kunnen worden in preklinische studies en klinische trials.
De bevindingen sluiten aan bij een bredere ontwikkeling binnen de oncologie: behandelingen steeds gerichter en persoonlijker maken. Door beter te begrijpen hoe kankercellen zich beschermen tegen therapie, hopen onderzoekers nieuwe strategieën te ontwikkelen om die bescherming te doorbreken.
Meer informatie over het proefschrift