Groeiende kennis over DNA biedt kansen voor volksgezondheid, maar vraagt om zorgvuldige keuzes
Nieuwe DNA-kennis en DNA-technologieën bieden grote kansen voor de volksgezondheid, maar vragen ook om zorgvuldige inzet en brede samenwerking. Dat blijkt uit onderzoek van Suzanne Onstwedder, werkzaam bij het RIVM en de afdeling humane genetica van Amsterdam UMC, naar de verantwoorde toepassing van genetische informatie binnen en buiten de publieke gezondheidszorg.
Meer mogelijkheden voor preventie en behandeling
De kennis over ons DNA groeit snel. Daardoor ontstaan nieuwe mogelijkheden om ziekten eerder op te sporen, diagnoses te verbeteren en behandelingen beter af te stemmen op individuele patiënten. DNA-onderzoek kan bijvoorbeeld inzicht geven in erfelijke aandoeningen, maar ook in genetische risico’s op veelvoorkomende ziekten zoals hart- en vaatziekten of kanker. Vroegtijdige opsporing via screening en gerichtere behandelingen kunnen gezondheidswinst opleveren. Hierdoor kan volgens Onstwedder deze ontwikkeling de volksgezondheid aanzienlijk versterken.
Complex en gevoelig
Tegelijkertijd is genetische informatie complex en gevoelig. DNA is uniek voor ieder mens en bevat informatie over persoonlijke eigenschappen en gezondheidsrisico’s. Bovendien delen familieleden een deel van hun DNA. Een test bij één persoon kan dus ook informatie opleveren over familieleden - soms zonder dat zij dat weten of willen. Onstwedder wijst in haar onderzoek op een zorgvuldige afweging van mogelijke risico’s, zoals ongewilde kennis over erfelijke aanleg, inbreuk op privacy en onzekerheid over welke informatie nodig is voor een geïnformeerde keuze bij burgers en patiënten.
Ook buiten de zorg: grootschalig onderzoek en zelftesten
Onstwedder keek voornamelijk naar toepassingen buiten de reguliere zorg in twee domeinen: grootschalig wetenschappelijk DNA-onderzoek en de markt voor commerciële DNA-zelftesten. Juist in deze contexten is het belangrijk om goed na te denken over kwaliteit, betrouwbaarheid en begeleiding. Burgers kunnen via zelftesten informatie krijgen over hun genetische aanleg zonder tussenkomst van een arts. Dat vergroot de toegankelijkheid, maar roept ook vragen op over interpretatie, privacy en mogelijke onrust.
Samenwerking cruciaal voor verantwoorde toepassing
Onstwedder concludeert dat technologisch onderzoek en vooruitgang alleen niet voldoende is. Naast technisch en klinisch onderzoek zijn ook ethische, maatschappelijke en juridische analyses noodzakelijk. Verantwoorde inzet van DNA-technologie vraagt daarom om samenwerking tussen veel partijen, zoals onderzoekers, zorgprofessionals, beleidsmakers, juristen, ethici, burgers en patiënten. Artsen en onderzoekers moeten zorgvuldig afwegen welke genetische informatie zij genereren en terugkoppelen. Tegelijk moeten burgers en patiënten goed geïnformeerd worden over de mogelijke gevolgen van een DNA-test.
Blijvende dialoog nodig
Omdat de kennis over DNA zich voortdurend ontwikkelt, is het stimuleren van een gesprek met professionals uit verschillende disciplines en de maatschappij essentieel. Alleen door verschillende perspectieven samen te brengen, kan worden bepaald wat als verantwoord gebruik wordt gezien - nu en in de toekomst. DNA-technologie biedt veel kansen om de gezondheid te verbeteren, maar vraagt om zorgvuldigheid, transparantie en gezamenlijke verantwoordelijkheid om die kansen veilig en eerlijk te benutten. “De lessen uit mijn onderzoek helpen het RIVM verder in onderzoek en beleidsadvisering richting ministeries, zoals het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,” aldus Onstwedder.
Meer informatie over het proefschrift