Was de dichter van de Heliand een Groninger bard? Onderzoek werpt ander licht op een oud meesterwerk
Wie schreef de Heliand, een van de belangrijkste literaire werken uit de vroege middeleeuwen? Al meer dan een eeuw discussiëren wetenschappers over de identiteit van de dichter van dit Oudsaksische epos over het leven van Christus. Onderzoek van Redbad Veenbaas brengt die discussie opnieuw op scherp en wijst in een verrassende richting: mogelijk was de dichter niet een geleerde monnik, maar de Groningse bard Bernlef, ook wel de ‘Homerus van de Noordzee’ genoemd.
Geen kloosterdichter, maar een volkszanger
Het onderzoek van Veenbaas richt zich op twee kernvragen. Ten eerste: was de dichter van de Heliand een geestelijke geleerde of een traditionele zanger uit de orale vertelcultuur? Ten tweede: kan aan dit profiel een concrete naam worden verbonden?
Uit zijn analyse blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn dat de dichter een professionele volkszanger was, met een diepgaande kennis van de mondelinge traditie. Zo’n vorm van poëtisch vakmanschap is moeilijk aan te leren via boeken of in een kloosteromgeving. Ook het Latijnse voorwoord bij de Heliand ondersteunt dit beeld: de dichter wordt daarin beschreven als “een man uit het volk” en een beroemd zanger, niet als geestelijke. Wel is duidelijk dat hij werd ondersteund door geestelijken, die hem toegang gaven tot Latijnse bronnen en zijn gedicht op schrift stelden.
De naam Bernlef opnieuw onderzocht
Een opvallend onderdeel van het onderzoek is de herwaardering van een idee uit 1964: dat Bernlef, een beroemde bard uit het Friese gebied rond Groningen, de dichter van de Heliand zou zijn geweest. Die hypothese werd nooit grondig onderzocht - tot nu.
Door bronnen te vergelijken, zoals heiligenlevens van de missionaris Liudger, het Latijnse voorwoord van de Heliand en de inhoud van het epos zelf, komen meerdere overeenkomsten naar voren. Ze schetsen het beeld van een rondreizende, vermaarde zanger die actief was in een missionaire context. Dat profiel past opvallend goed bij wat bekend is over Bernlef.
In de Friese literatuur wordt al langer betreurd dat van Bernlef, ondanks zijn faam, geen enkel werk is overgeleverd. Tegelijkertijd accepteert de Saksische traditie dat de Heliand anoniem is. Veenbaas' onderzoek verbindt die twee observaties op een nieuwe manier.
Grenzen die later zijn getrokken
Naast de literaire puzzel heeft het onderzoek ook een bredere maatschappelijke betekenis. Het stelt de strikte scheiding tussen Fries en Saksisch ter discussie, een tegenstelling die vooral in de negentiende eeuw is versterkt. In de vroege middeleeuwen waren zulke grenzen veel vloeiender, en het was niet ongebruikelijk dat mensen zich tussen stammen bewogen.
Er zijn duidelijke aanwijzingen dat Bernlef samen met Liudger naar Saksen is vertrokken. Daar had hij de tijd om zich het Saksisch eigen te maken, een taal die nauw verwant is aan het Fries. Dat het gedicht uiteindelijk in het Saksisch is opgetekend, hoeft dus geen bezwaar te zijn - zeker omdat dit niet door de dichter zelf gebeurde, maar door een Saksische monnik.
Nieuwe blik op cultureel erfgoed
Het onderzoek van Veenbaas nodigt uit tot een herwaardering van de Heliand als gedeeld cultureel erfgoed van Noord-Nederland en Noord-Duitsland. Door de dichter niet langer uitsluitend in een kloostertraditie te plaatsen, maar in een levende orale cultuur, krijgt het werk een nieuwe betekenis. Daarmee draagt het onderzoek bij aan een breder begrip van identiteit, taal en cultuur in de vroege middeleeuwen - en aan de vraag wie we erkennen als makers van ons oudste literaire erfgoed.
Meer informatie over het proefschrift