Bijbelvertalers in Zuid-Soedan ontwikkelen creatieve oplossingen voor onbekende begrippen
Hoe vertaal je woorden en ideeën die in een andere taal of cultuur helemaal niet bestaan? Dat vraagstuk stond centraal in het onderzoek van Martin Schröder naar het Toposa, een taal die wordt gesproken in Zuid-Soedan. Hij laat zien dat vertalers veel creatiever en veelzijdiger te werk gaan dan traditionele handboeken voor Bijbelvertaling suggereren.
Schröder werkte 45 jaar in Oost-Afrika als taalkundige en adviseur voor Bijbelvertalingen. Daarbij ontdekte hij dat Toposa-sprekers en vertalers in de praktijk andere strategieën gebruiken dan de methoden die in opleidingen en handleidingen worden aanbevolen. Dat leidde tot een uitgebreide analyse van hoe onbekende concepten tóch begrijpelijk kunnen worden gemaakt voor lezers en luisteraars.
Nieuwe betekenis voor bestaande woorden
Uit het onderzoek blijkt dat Toposa-sprekers nieuwe begrippen op uiteenlopende manieren introduceren. Ze geven bestaande woorden een nieuwe betekenis, combineren woorden, lenen termen uit andere talen of voegen extra uitleg toe. Bijbelvertalers doen iets vergelijkbaars, maar gebruiken daarnaast ook vertaalspecifieke technieken, zoals het vervangen van een onbekend begrip door een vergelijkbaar lokaal concept of het inzetten van meer algemene termen.
Volgens de studie blijft het niet bij de tekst alleen. Vertalers zetten ook hulpmiddelen in zoals voetnoten, woordenlijsten, kaarten, afbeeldingen en inleidingen om lezers extra context te bieden. Daarmee wordt vertalen niet alleen een taalkundige taak, maar ook een vorm van culturele bemiddeling.
De bevindingen zijn relevant voor onderwijs, taalbehoud en communicatie in meertalige samenlevingen. Vooral in regio’s waar talen en culturen sterk van elkaar verschillen, kan betere kennis van deze vertaalstrategieën helpen om informatie toegankelijker te maken.
Aandacht voor cognitieve processen
Daarnaast benadrukt Schröder het belang van aandacht voor cognitieve processen in de opleiding van vertalers. Nieuwe woorden en ideeën worden niet simpelweg letterlijk vertaald, maar moeten aansluiten bij hoe mensen taal begrijpen en gebruiken. Volgens hem zouden vertaalopleidingen daarom meer aandacht moeten besteden aan natuurlijk taalgebruik en aan de brede reeks technieken die vertalers in de praktijk toepassen.
Het gebruikte cognitief-linguïstische model, de lexicale pragmatiek, blijkt volgens Schröder te beperkt voor talen zoals het Toposa, waarin woorden vaak bestaan uit combinaties van meerdere betekenisvolle delen. Het model zou daarom verder moeten worden uitgebreid om beter aan te sluiten bij zulke talen. Succesvolle vertaling draait niet alleen om woorden, maar vooral om begrip, cultuur en context.
Meer informatie over het proefschrift