Succesvolle inzet van AI draait vooral om mensen, samenwerking en aanpassing
Organisaties die kunstmatige intelligentie (AI) succesvol willen inzetten, moeten minder focussen op technologie en meer op de manier waarop AI wordt ingebed in het dagelijkse werk. Dat blijkt uit het onderzoek van Ines Baer naar de praktijk van AI-management binnen organisaties.
Hoewel AI steeds vaker wordt toegepast in zowel publieke als private organisaties, blijven veel projecten achter bij de verwachtingen of leiden ze tot onverwachte gevolgen. Baer laat zien dat deze problemen niet zozeer voortkomen uit technische tekortkomingen, maar uit de manier waarop organisaties AI beheren en integreren in hun werkzaamheden.
Baer onderzocht hoe organisaties AI-systemen ontwikkelen, implementeren en afstemmen op hun doelen, werkprocessen en waarden. Daarbij maakte zij gebruik van zowel literatuuronderzoek als uitgebreid veldonderzoek binnen een publieke arbeidsbemiddelingsorganisatie.
Geen eenmalig implementatieproject
Een belangrijke conclusie is dat het managen van AI geen eenmalig implementatieproject is, maar een voortdurend proces. Organisaties moeten continu technologische mogelijkheden afwegen tegen organisatorische behoeften en maatschappelijke gevolgen. AI-systemen blijken regelmatig nieuwe kansen te creëren, maar veroorzaken ook onvoorziene effecten die pas zichtbaar worden tijdens het gebruik.
Volgens Baer is het daarom onvoldoende om vooraf een AI-strategie op te stellen en die vervolgens uit te voeren. Succes hangt af van voortdurende samenwerking tussen verschillende deskundigen, zoals managers, IT-specialisten, beleidsmakers en eindgebruikers. Daarnaast moeten organisaties bereid zijn om systemen aan te passen wanneer omstandigheden of behoeften veranderen.
Zorgvuldigheid
Nu AI steeds vaker wordt ingezet bij besluitvorming, bijvoorbeeld binnen overheidsorganisaties, arbeidsbemiddeling en dienstverlening, groeit de noodzaak om zorgvuldig om te gaan met de gevolgen van deze technologie. Baer benadrukt dat investeringen niet alleen moeten gaan naar software en algoritmen, maar ook naar training, governance en een voortdurende dialoog tussen technische experts en gebruikers.
Zonder dergelijke aandacht bestaat het risico dat AI-systemen leiden tot onduidelijkheid, nieuwe risico’s of ongewenste effecten voor werknemers en burgers. Baer pleit daarom voor een bredere benadering van AI, waarbij technologie niet los wordt gezien van de mensen, organisaties en maatschappelijke context waarin zij functioneert.
De inzichten bieden handvatten voor managers, beleidsmakers en technologieprofessionals om AI effectiever en verantwoordelijker in te zetten. Daarmee kunnen organisaties beter inspelen op de kansen van AI, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met publieke waarden, werkpraktijken en maatschappelijke belangen.
Meer informatie over het proefschrift