Effectief religieus leiderschap draait om meer dan volle kerken
Wat maakt een religieus leider effectief in een tijd waarin kerken leeglopen, het vertrouwen in religieuze instituties afneemt en misstanden vaker aan het licht komen? Succes is niet simpelweg af te meten aan groeiende ledenaantallen blijkt uit het promotieonderzoek van theoloog Annemarie Poppen. Juist de sociale en relationele rol van religieuze leiders blijkt van grote waarde voor geloofsgemeenschappen én de samenleving daarbuiten.
Foppen onderzocht hoe de effectiviteit van religieuze leiders beter kan worden beoordeeld. Traditioneel wordt leiderschap vaak gekoppeld aan zichtbare groei: volle kerken, actieve gemeenschappen en stijgende betrokkenheid. Dat beeld is volgens haar te beperkt en doet geen recht aan de complexe werkelijkheid waarin veel religieuze leiders vandaag de dag werken, vaak in contexten van krimp en maatschappelijke druk.
Het onderzoek laat zien dat er grote verschillen bestaan in hoe religieus leiderschap wordt vormgegeven en gewaardeerd. Criteria voor ‘goed leiderschap’ blijken sterk afhankelijk van de context: de geloofstraditie, de lokale gemeenschap en de maatschappelijke omgeving spelen allemaal een rol. Een universele succesformule bestaat daarom niet. In plaats daarvan pleit Foppen voor maatwerk bij het evalueren van religieus leiderschap.
Op basis van de onderzoeksresultaten is een multidimensionaal evaluatiemodel ontwikkeld. Dit model kijkt niet alleen naar organisatorische of numerieke resultaten, maar richt zich vooral op de dynamische wisselwerking tussen religieuze leiders, individuele leden en de gemeenschap als geheel. Daarbij is expliciet aandacht voor de sociale en relationele functies van religieuze leiders, zoals het bevorderen van verbondenheid, zorg en onderlinge betrokkenheid.
Die inzichten hebben ook een bredere maatschappelijke betekenis. In een tijd van toenemende polarisatie, waarin religie regelmatig een rol speelt in ideologische tegenstellingen, onderstreept het onderzoek het belang van religieuze leiders als bruggenbouwers. Door hun positie binnen gemeenschappen kunnen zij bijdragen aan sociale cohesie en wederzijds begrip, niet alleen binnen geloofsgemeenschappen, maar idealiter ook daarbuiten.
Volgens Foppen biedt deze contextgevoelige benadering handvatten voor religieuze professionals, geloofsgemeenschappen en opleidingsinstituten om kritisch te reflecteren op leiderschap. Door effectiviteit breder te definiëren dan alleen groei, ontstaat ruimte voor gezonder, zorgvuldiger en maatschappelijk relevanter religieus leiderschap.
Meer informatie over het proefschrift