Hoe zorgen we ervoor dat meer mensenbloeddonor worden?
Zonder bloed- en plasmadonaties kan de moderne gezondheidszorg niet functioneren. Toch zijn er in Nederland en de rest van Europa te weinig donoren. Uit onderzoek van socioloog Alexandra Ciaușescu blijkt dat donor worden geen plotseling besluit is. Eerder is het een complex proces dat zich stap voor stap ontwikkelt. Familie, school, sociale media en zelfs een videogame kunnen hierin een rol spelen.
Zonder bloed en plasma zouden veel medische behandelingen niet mogelijk zijn. Bloed is bijvoorbeeld nodig bij operaties, spoedgevallen en bevallingen. Plasma vormt de basis voor geneesmiddelen tegen onder meer immuunziekten en zeldzame aandoeningen. Donoren zijn dus van essentieel belang om deze zorg mogelijk te maken.
Ciaușescu onderzocht hoe mensen gedurende hun leven leren over bloed- en plasmadonatie, en welke rol familie, onderwijs, sociale media, games en informatiecampagnes spelen bij het ontstaan van bewustwording en mogelijk donorgedrag. “Dit is geen vanzelfsprekend onderwerp voor mensen om over te praten. Je kunt daardoor niet verwachten dat iemand vijf minuten nadat die voor het eerst over donatie hoort, meteen donor wordt”, zegt de onderzoeker.
Donatie via familie
Een opvallende uitkomst is dat bloeddonatie vaak een familiegeschiedenis kent. Uit een analyse onder ruim 23.000 Nederlandse bloeddonoren blijkt dat bijna 38 procent een ouder of kind heeft dat ook donor is. Kinderen van ouders die vaak doneren, worden later zelf ook vaker donor.
Maar niet iedereen groeit op in een gezin waar donatie vanzelfsprekend is. Daarom zijn ook andere plekken belangrijk waar mensen kunnen leren wat donatie betekent, stelt Ciaușescu. Zo testte ze in NEMO Science Museum een educatieve videogame over plasmadonatie bij kinderen en jongeren van 8 tot 17 jaar. Voor en na het spelen beantwoordden zij vragen over plasma. Na afloop bleek hun kennis duidelijk te zijn toegenomen.
Oproep aan scholen
In haar onderzoek pleit Ciaușescu er dan ook voor om bloed- en plasmadonatie een plek te geven in het onderwijs. In het Verenigd Koninkrijk is dit al verplicht opgenomen in het curriculum voor leerlingen van 11 tot 16 jaar. In Nederland is dat niet het geval.
Volgens Ciaușescu is dat een gemiste kans. Scholen bereiken vrijwel alle kinderen, ook kinderen die thuis niet met donatie in aanraking komen. Bovendien nemen kinderen wat ze leren vaak mee naar huis. “Onderwijs kan niet alleen toekomstige donoren bereiken, maar ook hun ouders en omgeving. We weten dat de vraag naar donoren toeneemt. Juist daarom is het belangrijk dat we via verschillende wegen nieuwe donoren weten te bereiken. Dat laat dit onderzoek zien.”
Meer informatie over het proefschrift