Waarom we verbeeldingskracht en kritische geschiedschrijving nodig hebben in de politiek
Susan Legêne, van 2008-2025 hoogleraar politieke geschiedenis, bespreekt in haar afscheidsrede hoe overal om ons heen de geschiedenis wordt aangehaald in de hedendaagse politieke debatten, herdenkingspraktijken en erfgoedinitiatieven. Geschiedenis wordt aangehaald als verklaring voor het heden, als oproep tot actie, als uiting van verlangen naar een vervlogen verleden, uit sympathie voor het autoritarisme van weleer of als waarschuwing om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.
In december 2025 verklaarde EU-voorzitter Ursula von der Leyen: ‘De vrede van gisteren is voorbij. We hebben geen tijd om ons over te geven aan nostalgie. Waar het om gaat, is hoe we het heden tegemoet treden. We kunnen het ons niet veroorloven om ons te laten definiëren door de wereldbeelden van anderen.’ Maar wat definieert ons dan, welke ontwikkelingen uit het verleden bepalen de wereld van vandaag? In Ngũgĩ wa Thiong’o’s epische gedicht De volmaakte negen drukt Gĩkũyũ, de stamvader, een kernwaarde uit die ons allemaal zou moeten definiëren: “Ieder mens is mens dankzij andere mensen.”
Beluister ook de podcast Met Groenteman in de kast