Bijzonder hoogleraar Humanisme in Relatie tot Religie en Seculariteit Yolande Jansen doet in haar lezing verslag van haar onderzoek dat zij (samen met vele anderen, onder wie Matthea Westerduin, Anna Blijdenstein en Thijl Sunier) heeft gedaan. Zij bespreekt de begrippen religio-secularisme en ‘inquisitive racialisation’, en legt uit hoe zij in de loop van de leerstoelperiode een dekoloniaal perspectief op humanisme ontwikkelde.
Jansen betoogt dat je niet over humanisme kunt spreken zonder dehumanisering en het inhumane te adresseren, zoals Sylvia Wynter in 1992 deed in haar beroemde brief ‘No Humans Involved’. Daarin besprak ze de rol van het begrip van de Mens in de moderniteit en de manier waarop dat in het hoger onderwijs de dehumaniserende ‘inner eyes’ en 'grammatica' van de moderne kennis en wetenschap had gevormd. In aansluiting bij Wynter pleit Jansen voor een zelfkritiek van het humanisme, van ‘Europa’ en van de universiteiten. Zij doet dat vanuit een reflectie op het dieptepunt van dehumanisering waar Europa op dit moment medeplichtig aan is, de genocide in Gaza.
Jansen plaatst de genocide in de bredere context van de historische rol van Europa bij het kolonialisme en fascisme, het toenemende geweld aan de Europese grenzen, het toenemende staats- en institutionele geweld tegen legitiem verzet, en de groei van islamofobie en racisme. Zij betoogt dat dit samenhangende geheel werkt als een afscherming van dat wat daadwerkelijk nodig en mogelijk is: werken aan ‘aarde-rechtvaardigheid’ (earthy justice): rechtvaardigheid die uitgaat van de aardse kwetsbaarheid en eenmaligheid van alles wat leeft, inclusief alle mensen. Een samenspel van religieuze en seculiere bronnen kan zulke rechtvaardigheid motiveren en verdiepen.