Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerking Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

‘Wat ons kan doden, kan ons ook genezen’

Mátyás Bittenbinder is VU-wetenschapper en tv-presentator. Onlangs deed hij mee aan het televisieprogramma Expeditie Robinson, waar hij 33 dagen op een eiland zonder enig comfort leefde. Het voelde, zegt hij, 'als thuiskomen als bioloog'. In het dagelijks leven staat hij meestal in een laboratorium, waar hij onderzoek doet naar slangengif en de mogelijke medische toepassingen ervan.

Tekst: Marjolein de Jong | Foto: David Meulenbeld | 24 februari 2026

Als vijfjarige stond Mátyás al in de vijver van zijn ouders salamanders te vangen. Hij sorteerde ze op kleur en liet ze daarna weer gaan. 'Voordat ik wist wat een bioloog was, wilde ik al bioloog worden.'

Wat trok je als kind zo aan in de natuur?  
Ik was altijd buiten en in de weer met dieren: libellen, larven, stekelbaarsjes en kikkervisjes. Ook had ik een oppas die veel wist van de natuur en mij daar van alles over vertelde. Op vakantie liep ik ook altijd rond met van die gidsjes - vogelboekjes en reptielenboeken - om zelf dieren te zoeken. 

En waarom televisiebioloog?
Mijn grote helden waren Steve Irwin en David Attenborough. Wat zij deden - over de hele wereld middenin de natuur staan, dieren van dichtbij laten zien en daar met zoveel enthousiasme over vertellen - dat vond ik echt geweldig. Maar het was nooit mijn doel om op tv te komen. Het was meer dat ik elke dag met de natuur en dieren bezig wilde zijn. Het vertellen daarover is er pas later bijgekomen. 

Waarom heb je van dierengif je onderzoeksgebied gemaakt?
Gif is tegenstrijdig en dat fascineert me. Iets wat een lichaam kan verlammen of doden, kan tegelijkertijd de basis vormen voor de genezing van ziektes. Je hebt echt dodelijk giftige slangen, kikkers en spinnen. Maar aan de andere kant zit er in gif soms ook een component waar je medicijnen op kunt baseren.

Tijdens mijn studie besloot ik stage te lopen bij de professor bij wier Freek Vonk ook gepromoveerd was. Ik dacht: als ik daar zit, zit ik dicht bij het vuur. Via die stage kwam ik in Australië terecht voor onderzoek naar slangengif. Daar besloot ik: dit is zó vet, hier wil ik mijn hele leven aan wijden. 

Gif is ook een interdisciplinair onderwerp is. Ik ben niet alleen bezig met moleculaire biologie, maar ook op medisch gebied. Als je onderzoekt hoe een lichaam binnen een halfuur verlamd kan raken, bijvoorbeeld na een steek van een kubuskwal, dan moet je begrijpen wat er precies in dat lichaam gebeurt. 

Hoe werkt het precies met medicijnen gebaseerd op gif?
Gif is eigenlijk een cocktail van verschillende ingrediënten: toxines. Wij kijken naar wat die toxines precies doen in het lichaam. Welke schade veroorzaken ze? Een van de meest gebruikte bloeddrukverlagers is gebaseerd op slangengif. Het component uit gif dat bij een beet de bloeddruk gevaarlijk snel laat dalen, kan in een gecontroleerde dosis juist helpen bij mensen met een hoge bloeddruk. 

We kijken momenteel bijvoorbeeld ook naar de toepassing van gif bij kanker. Voor de groei van kanker is het bijvoorbeeld belangrijk dat er nieuwe bloedvaatjes worden aangemaakt om zo’n tumor van zuurstof te voorzien. In slangengif zitten mogelijk toxines die zulke bloedvaten kunnen beschadigen. Wij onderzoeken of er misschien specifieke toxines tussen zitten die heel selectief die bloedvaatgroei kunnen remmen. 

Jullie kijken dus naar de schadelijke en de mogelijke positieve effecten?
Precies. Het mes snijdt aan twee kanten. We onderzoeken hoe slangengif het lichaam kapot maakt en proberen daar antigif voor te ontwikkelen, maar terwijl je die negatieve effecten onderzoekt, ontdek je soms ook mogelijke medische toepassingen. 

Wereldwijd overlijden jaarlijks ongeveer 100.000 mensen aan slangenbeten en toch krijgt dat probleem relatief weinig aandacht. De meeste slachtoffers leven in arme regio’s die weinig politieke of economische invloed hebben en daardoor staat het niet op de wereldagenda. Antigif ontwikkelen en verspreiden is bovendien ingewikkeld. Het is duur om te maken, moet vaak gekoeld bewaard worden en het moet passen bij de slangensoorten die lokaal voorkomen. Daardoor is het lastig beschikbaar te krijgen op de plekken waar het het hardst nodig is. 

Je hebt onlangs een Rubicon-beurs van de NWO ontvangen voor onderzoek naar giftige padden. Waar gaat dat over?
Ik ga kijken hoe het gif van reuzenpadden is geëvolueerd. We vergelijken padden in Zuid-Amerika, waar ze al honderdduizenden jaren voorkomen, met een populatie in Australië, die daar nog maar 100 jaar zit. Die padden zijn daar ooit uitgezet om een landbouwplaag te bestrijden, maar dat werkte niet. Alleen is hun gif wel dodelijk voor veel inheemse dieren die daar evolutionair niet op zijn ingespeeld. 

In Zuid-Amerika is over honderdduizenden jaren een evenwicht ontstaan tussen de padden en de dieren die hen eten. In Australië bestaat dat niet. Wij gaan gif verzamelen en hier bij de VU, in het lab van Jeroen Kool (universitair hoofddocent Bioanalytische Chemie, red.) analyseren om verschillen in kaart te brengen. Het kan zijn dat het gif in Australië bijvoorbeeld veel minder complex is, omdat predatoren geen weerstand hebben ontwikkeld. Of het is juist veel complexer, omdat er andere predatoren zijn.

Wat ik daar intrigerend aan vind, is dat gif altijd onderdeel is van een evolutionaire wapenwedloop. Bij slangen zie je dat heel duidelijk: een slang maakt zijn gif net iets krachtiger om een prooi te kunnen doden, maar die prooi ontwikkelt weer manieren om zich daartegen te wapenen. En zo gaat het over en weer. Het is een soort schaakspel tussen een roofdier en een prooi. 

Veel mensen zijn bang voor slangen en andere giftige dieren. Wat zegt dat over ons?
Voor een deel is die angst cultureel bepaald. Mensen denken vaak dat giftig gelijk staat aan gevaarlijk, maar dat klopt niet. Ik heb zelf thuis een paar schorpioenen, ook een paar gevaarlijke. Mensen denken dan meteen: giftig, dus gevaarlijk. Maar zo simpel is het niet. Wereldwijd zijn er honderdduizenden giftige dieren - denk aan schorpioenen, kikkers, vlinders - maar slechts een heel klein percentage daarvan is echt gevaarlijk voor mensen. 

Van spinnen zijn er bijvoorbeeld tienduizenden soorten, waarvan er maar een paar echt levensgevaarlijk zijn. Toch zijn veel mensen bang voor alle spinnen. Dat zegt volgens mij ook iets over hoe ver we van de natuur af staan. We groeien er niet meer mee op, kennen het niet en wat onbekend is, is al snel bedreigend. Misschien dat ik het daarom ook wel belangrijk vind om erover te vertellen. Kennis haalt hopelijk een deel van die angst weg. 

En het gaat verder dan angst. Als we een tropisch regenwoud platwalsen, verliezen we mogelijk ook moleculen die over vijftien jaar mensen met bijvoorbeeld kanker hadden kunnen helpen. 

Onlangs deed je mee aan Expeditie Robinson. Voelde dat als een terugkeer naar die natuur?
Absoluut. We kwamen voor het eerst aan op het eiland en er was echt niks. Geen hut, geen vuur, geen eten. We moesten alles zelf regelen. Dan zie je hoe iedereen vanzelf zijn of haar rol krijgt. Voor mij voelde het als thuiskomen als bioloog. Ik herkende planten en wist welke eetbaar waren. 

Doordat alles zo basaal is - vuur maken, water regelen, een slaapplek bouwen - verdwijnen de andere prikkels. Je hebt geen telefoon of agenda en daardoor ontstaat vanzelf ruimte om na te denken. Het heeft me laten inzien dat ik soms te weinig stil sta bij wat ik allemaal mag doen. Dat ik niet alleen maar van hoogtepunt naar hoogtepunt moet leven. Op zo’n eiland merk je hoe ver verwijderd je kunt zijn van de natuur, terwijl je er alles wat belangrijk is in kunt vinden.

'Voordat ik wist wat een bioloog was, wilde ik al bioloog worden.'

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam