Tekst: Marjolein de Jong | 31 maart 2026
De Abraham Kuyper Lezing gaat dit jaar over echtheid. Wanneer voelt voor jou iets echt?
'Ik denk wanneer ik de emoties van de schrijver of maker erbij voel of me kan inleven, maar het is moeilijk om hierover in zijn algemeenheid iets te zeggen. Het is een beetje alsof je in een museum loopt, een schilderij mooi vindt en moet uitleggen waarom. Het zit in je lijf, en je vindt iets lekker, of mooi. Mijn dochter is vier en zit nu in de waarom-fase. Gister zaten we witlof te eten, en toen vroeg ze: "Waarom vind jij witlof lekker?". Ja, goede vraag, ik stop het in mijn mond en mijn lichaam zegt: jammie.'
Is de vraag of iets ‘echt’ is dan volgens jou wel de juiste vraag?
'Niet per se. Daarover nadenken vind ik typisch iets voor mensen met een bèta-achtergrond. Ik ben daar de afgelopen jaren, sinds de opkomst van ChatGPT, ook anders over gaan denken. Veel belangrijker vind ik het om het te hebben over de vraag wat AI met ons doet. Hoe het langzaam maar zeker steeds meer ons denken, schrijven en werken beïnvloedt.'
Hoe zie je die beïnvloeding terug in bijvoorbeeld taal?
'Nu herkennen mensen een door AI geschreven tekst vaak nog wel, maar wat er gaat gebeuren, is dat die AI-achtige taal ook in ons, mensen, terechtkomt. Als een soort microplastics in je hele lichaam. Je wordt eraan blootgesteld en dan ga je die taal nadoen, want dat is hoe taal werkt. Dus ik ben bang dat we die typische AI-formuleringen zelfs straks ook gaan gebruiken.'
Kun je een van de gevaren van generatieve AI noemen?
'Het probleem is dat je er allerlei belangrijke, menselijke processen mee overslaat. Als ik studenten een essay laat schrijven, is het niet mijn verwachting dat ik een goed essay krijg. Als ik een goed essay wil lezen, dan lees ik wel The New Yorker. Ik wil hún essay. Ik wil weten waar zij staan en hoe ze denken.
In het proces van het schrijven van zo’n essay gebeurt iets belangrijks. Dat je denkt dat je iets niet kunt, maar het toch doet. Daar bouw je zelfvertrouwen mee op. Als je dat gedeelte overslaat en alleen een door ChatGPT geschreven eindresultaat hebt, dan lever je misschien iets ‘goeds’ in, maar heb je er niets van geleerd.
Je ziet het ook terug in creativiteit. Ik hoorde dat een docent zijn leerlingen liet bedenken wat je allemaal met een koffiefilterzakje kunt doen. Normaal gesproken komen daar de gekste ideeën uit. Maar nu, omdat ze allemaal AI gebruikten, kwam iedereen met hetzelfde idee, namelijk een geurzakje. Het voelt misschien alsof je creatief bent, maar eigenlijk vervalt iedereen in dezelfde ideeën. Technologie beïnvloedt hoe we denken en maken, terwijl we het gevoel houden dat we zelf aan het denken zijn.'
Stel: iemand schrijft een stuk met AI. In hoeverre is diegene nog de maker?
'Dat is wat mij betreft de verkeerde vraag. Die vraag laat de mogelijkheid open dat je zegt: "Ik ben nog wel de maker, want ik zit ertussen en controleer het." Met deze vraag veronderstel je dat we dit systeem willen gebruiken. Ik zeg juist: weg met die ellende.'
Toch zeggen veel mensen dat AI niet meer weggaat en dat we ermee moeten leren omgaan. Hoe kijk jij daarnaar?
'Ik ben niet naïef en denk niet dat AI weer weggaat. Alleen: je ergens toe verhouden, kan ook betekenen dat je het niet gebruikt. Ik gebruik het zelf niet, en in principe kunnen we er allemaal voor kiezen om het niet te gebruiken. Dan zijn we er ook vanaf.
Op plekken als het onderwijs of de zorg - waar precisie en menselijkheid zo belangrijk zijn - zou je AI volgens mij niet moeten willen hebben. En dat betekent dat we kritischer moeten worden. Ook richting werkgevers, want die spelen een grote rol in het aanmoedigen van het gebruik van AI en de druk om te produceren. Die druk is onderdeel van een breder, kapitalistisch systeem. Het is de hoogste tijd om ons tegen beide te verzetten.'