Datum: 19 augustus 2026
Wat is uw vakgebied en welk aspect van uw vakgebied vindt u het meest intrigerend en waarom?
Ik ben historicus en gespecialiseerd in de geschiedenis van Indonesië en van Indische Nederlanders. Mijn belangstelling voor dit onderwerp is niet alleen wetenschappelijk, maar ook persoonlijk: ik ben in 1952 in Indonesië geboren en ben als Indo in 1954 naar Nederland gekomen. Daardoor heb ik altijd een sterke interesse gehad in deze geschiedenis.
Wat mij vooral intrigeert, is dat mensen vanuit hun eigen achtergrond, ervaringen en positie heel verschillend naar hetzelfde verleden kunnen kijken. Juist die multiperspectiviteit maakt mijn vakgebied voor mij zo boeiend. Het laat zien dat geschiedenis niet één vaststaand verhaal is, maar iets waar steeds opnieuw betekenis aan wordt gegeven. Voor mij is dat echt de rode draad in mijn leven en mijn werk.
Hoe deelt u uw passie hiervoor met cursisten?
In mijn colleges probeer ik cursisten vooral te leren om met meerdere perspectieven naar geschiedenis te kijken. Ik laat veel afbeeldingen en filmfragmenten zien en nodig cursisten uit om die kritisch te bekijken: wie kijkt hier, vanuit welke positie, en welke betekenis wordt aan dit verleden gegeven?
Cursisten vinden mijn benadering van de koloniale geschiedenis vaak verrassend genuanceerd. Ik maak bijvoorbeeld duidelijk dat je er niet veel mee opschiet als je alleen zegt dat het Nederlandse kolonialisme goed of fout was. Veel interessanter is het om te onderzoeken hoe mensen vanuit verschillende achtergronden en omstandigheden naar dat verleden kijken.
Ook vertel ik daarbij open over mijn eigen migrantenperspectief. Soms laat ik familiefoto’s zien en leg ik uit hoe mijn eigen achtergrond invloed heeft op de manier waarop ik naar deze geschiedenis kijk. Daarmee wil ik laten zien dat niemand volledig losstaat van zijn of haar eigen perspectief – ook een docent niet. Dat verrast cursisten soms, omdat zij misschien verwachten dat ik een volledig objectief verhaal vertel, terwijl ik hen juist wil laten nadenken over hun eigen blik op het verleden.
Wat inspireert u het meest in het lesgeven aan volwassenen? Zijn er specifieke momenten of interacties met studenten die u bijblijven?
Wat mij het meest inspireert, is dat ik cursisten echt aan het denken kan zetten. Veel mensen krijgen op latere leeftijd een grote belangstelling voor geschiedenis, zeker als die raakt aan hun eigen achtergrond of familieverhaal. Onder mijn cursisten zijn veel mensen met directe of indirecte banden met Nederlands-Indië, en ik geef hen ook ruimte om die ervaringen en herinneringen te delen. Daardoor ontstaan vaak levendige gesprekken, waarin verschillende persoonlijke perspectieven samenkomen. Dat vind ik heel waardevol.
Een voorbeeld dat me is bijgebleven, is een documentairefragment dat ik liet zien waarin een Indonesisch perspectief sterk naar voren kwam. De cursisten waren daar diep van onder de indruk. Juist doordat zij werden geconfronteerd met een stem die minder vaak centraal staat in het Nederlandse verhaal, werd zichtbaar hoe verrijkend het is om geschiedenis vanuit meerdere kanten te bekijken.
Een ander bijzonder voorbeeld is een cursist die meer wilde weten over zijn Chinees-Indische familiegeschiedenis. Ik heb hem aangeraden om oudere familieleden te interviewen en oude foto’s te verzamelen. Uiteindelijk hield hij in mijn college een korte presentatie over zijn zoektocht. Dat was voor de hele groep verrassend en ontroerend. Zulke momenten laten zien hoe geschiedenis persoonlijk wordt wanneer verschillende perspectieven – ook binnen families – zichtbaar worden. Dat maakt voor mij het lesgeven bij HOVO zo bijzonder.
Welke rol ziet u weggelegd voor volwasseneneducatie in de samenleving van vandaag?
Volwasseneneducatie speelt een belangrijke rol in onze samenleving, omdat kennis mensen helpt om de wereld om hen heen beter te begrijpen. Voor geschiedenis geldt dat misschien nog wel extra sterk. Door historische kennis kunnen mensen verbanden leggen tussen het verleden, hun eigen leven en de samenleving van nu.
Ik denk dat volwasseneneducatie ook helpt om genuanceerder naar actuele maatschappelijke thema’s te kijken, zoals migratie en identiteit. Wanneer je leert dat mensen vanuit verschillende achtergronden anders naar dezelfde geschiedenis kijken, word je je ook meer bewust van de verschillende perspectieven in de samenleving van vandaag. In mijn werk als docent probeer ik daaraan bij te dragen door steeds meerdere invalshoeken naast elkaar te zetten en cursisten uit te nodigen hun eigen aannames te onderzoeken.
Wat is het onderwerp van uw volgende cursus en wat maakt dat u zich verheugt om hierover les te geven?
Mijn volgende cursus gaat over het Indonesische beeld van het verleden: hoe kijken Indonesiërs zelf naar hun geschiedenis? Dat onderwerp sluit heel direct aan bij wat mij het meest bezighoudt, namelijk de vraag hoe verschillend mensen in Nederland en Indonesië omgaan met een gedeeld verleden.
Ik verheug me erop om daarover les te geven, omdat deze cursus deelnemers uitnodigt om verder te kijken dan het Nederlandse perspectief alleen. Juist door het Indonesische perspectief centraal te stellen, wordt zichtbaar hoe geschiedenis altijd uit meerdere verhalen bestaat. Voor cursisten is dat interessant, omdat het helpt om bekender ogende historische thema’s opnieuw en met meer nuance te bekijken.
U leert mensen veel en een mens is immers nooit uitgeleerd, is er iets waar u zelf nog meer over wilt leren?
Ik ben gepensioneerd, dus ik heb gelukkig alle tijd om te blijven leren. Ik besteed veel tijd aan het bijhouden van mijn vakgebied, omdat ik het belangrijk vind om mijn cursisten goed en actueel te informeren. Daarbij volg ik niet alleen literatuur, maar ook films, toneelstukken en andere culturele uitingen over mijn onderwerp.
Wat mij vooral blijft boeien, is hoe verschillend mensen in Nederland en Indonesië met dat gezamenlijke verleden omgaan. Die verschillen in herinnering, interpretatie en betekenisgeving blijven mij inspireren. Ook de vragen van cursisten brengen mij vaak op nieuwe ideeën of inzichten. Soms krijg ik een vraag waarop ik het antwoord niet direct weet; dan zoek ik het uit en kom ik er in een volgend college op terug. Juist dat proces van samen blijven leren past heel goed bij mijn interesse in multiperspectiviteit: je ontdekt telkens opnieuw dat een onderwerp rijker en complexer is dan het op het eerste gezicht lijkt.