Hoogleraar Freek Colombijn was als kind dol op volkenkundige musea en Kuifje, maar ontdekte tijdens zijn studie dat antropologie niet alleen over ‘verre culturen’ ging. Waarover dan wel?
Datum: 16 september 2026
Wat is uw vakgebied, en welk aspect daarvan vindt u het leukst?
Ik ben cultureel antropoloog en historicus, al werk ik voornamelijk als antropoloog binnen de afdeling Sociale en Culturele Antropologie aan de VU. Wat ik het allerleukst vind, is veldwerk doen: met mensen praten, observeren in uiteenlopende situaties en zo proberen te begrijpen hoe zij zelf hun wereld ervaren. Dat directe contact, het meebewegen in iemands dagelijkse leven, maakt dit vak voor mij telkens weer fascinerend.
Hoe is uw interesse voor antropologie ontstaan?
Die interesse begon eigenlijk al in mijn jeugd. Ik was vaak in volkenkundige musea te vinden, en ook Kuifje speelde onverwacht een grote rol. In die verhalen stap je op pagina 2 al in een compleet andere cultuur of een ander werelddeel, dat ontdekkende en nieuwsgierige sprak me enorm aan. Vanuit die fascinatie ben ik antropologie gaan studeren. Later ontdekte ik dat antropologie niet alleen over ‘verre culturen’ gaat, maar minstens zo goed over het alledaagse leven in je eigen samenleving. Juist dat vind ik nog steeds bijzonder aantrekkelijk.
Heeft u eerder lesgegeven aan HOVO‑cursisten?
Afgelopen jaar gaf ik een cursus voor HOVO aan de VU, en ruim 25 jaar geleden ook bij HOVO Leiden, toen over de geschiedenis van Indonesië. Veel cursisten hadden zelf een Indisch verleden en kwamen met persoonlijke verhalen die de lessen verrijkten. Het was een wisselwerking: zij leerden van mij, maar ik ook van hen.
Was er een onderwerp in uw laatste cursus dat de cursisten verraste?
Veel deelnemers realiseerden zich vooraf niet wat antropologie precies inhoudt. Ze vonden het verrassend dat antropologie betekent dat je begint zonder aannames, en dat je probeert te begrijpen hoe mensen zélf betekenis geven aan hun leven. Een voorbeeld dat veel indruk maakte, ging over zogenaamde “hangjongeren”. We hebben in Nederland vaak meteen negatieve associaties bij dat woord: overlast, problemen, groepen waar ‘iets mee is’. Een antropologiestudent die voor de gemeente Amsterdam werkte, besloot echter anders te kijken. Hij ging niet uit van dat beeld, maar wilde eerst weten hoe de jongeren zélf het plein ervoeren. Hij koos ervoor om letterlijk met hen mee te hangen. Tot grote verrassing van de gemeente bleek deze groep jongeren juist een positieve werking te hebben op de buurt. Voor de cursisten was dit een eye‑opener: hoe sterk onze aannames een rol spelen, en hoe anders de werkelijkheid kan zijn als je eerst kijkt en luistert.
Wat vindt u het leukst aan lesgeven bij HOVO?
Het delen van verhalen en inzichten. Ik geloof dat de wereld beter wordt als meer mensen met een antropologische blik kijken. HOVO‑cursisten staan daar erg voor open. Ze zijn gemotiveerd, betrokken en brengen vaak rijke ervaringen mee. Ik wist dat ik het leuk zou vinden om weer HOVO‑cursussen te geven, maar ik had niet verwacht dat ik er zó veel plezier aan zou beleven. De motivatie van de cursisten is enorm: ze lezen zich uit zichzelf in, denken actief mee en brengen eigen ervaringen mee. Dat maakt het onderwijs rijk en levendig
Waar gaat de nieuwe cursus over?
Over de antropologie van de stad, een van mijn specialismen. We werken met voorbeelden uit Amsterdam, Nederland en daarbuiten. Het mooie aan dit onderwerp is dat het tegelijkertijd herkenbaar én verrassend is. Daarnaast bieden we facultatief een middag aan waarin cursisten zelf veldwerk kunnen doen. Dat kan in de metro, op straat, of op een plek die we samen kiezen. Het idee is om in het klein te ervaren hoe antropologisch onderzoek werkt.
Welke rol ziet u voor volwasseneneducatie in deze tijd?
Voor veel HOVO‑cursisten is leren vooral een vorm van plezier, nieuwsgierigheid en een zinvolle tijdsbesteding. Daarnaast zijn er ook cursisten die de opgedane kennis gebruiken in hun werk. Zo was er een huisarts in de groep die dagelijks met een multiculturele samenleving te maken heeft. Zij gaf aan dat antropologische inzichten haar echt hielpen om beter te begrijpen wat er in haar praktijk gebeurt.
Wat zou u zelf nog willen leren?
Een heleboel! Over een paar jaar wil ik zelf HOVO‑cursussen gaan volgen, maar nu heb ik daar nog geen tijd voor. Binnen mijn vakgebied lijkt het me geweldig om meer te leren over het maken van podcasts. Ik vertel graag over antropologie en zie daarin een inspirerend medium. Maar podcasts maken vraagt een andere manier van denken dan artikelen schrijven of lesgeven, dus daar zou ik graag in willen groeien.