Wat vond je van de opleiding?
„Het liefst zou ik teruggaan! Ik begon als alleenstaande moeder pas op mijn 27emet de master na eerst mbo, hbo en pre-master gedaan te hebben. Eerst was ik wat onzeker: kan ik dit? Maar ik zat zó mijn plek. Ik genoot van het contact met mijn medestudenten en slurpte op wat ik las over opvoeding, ontwikkeling, kinderen en onderwijs. Het grootste verschil met hoe ik eerder was opgeleid bleek het inzicht dat er geen vaststaande waarheid is. Daar kon ik me zoveel beter in vinden."
Je bent orthopedagoog. Pas je die wetenschappelijke twijfel toe in je werk?
„Continu. Ik sta er anders door in mijn werk. Er ís geen eenduidig antwoord op de vraag hoe je een kind opvoedt. Met een gezond kind is dat anders dan met een beperkt kind, om maar een voorbeeld te noemen. En ik ga er niet stellig van uit in mijn behandelingen dat wat ik nu doe dé manier is. Die twijfel biedt ruimte om open te staan voor nieuwe of andere denkwijzen."
Wat maakt jou tot een goede orthopedagoog?
„Mijn kracht ligt in de verbinding. Ouders voelen zich soms van het kastje naar de muur gestuurd. Ze hebben al zoveel advies gekregen. Door écht te luisteren neem ik stress weg. Dat levert werkelijk wat op. Ik leerde het ook ten tijde van mijn studie aan de VU: onderzoek laat zien dat de hulpverlenersrelatie voor 70% en de methodiek die je toepast voor 30% je kans van slagen bepaalt."
Onderwijs komt in je werk veel aan de orde. Leg uit!
„Ik ben momenteel werkzaam op de afdeling medische psychologie van het Franciscus Gasthuis. Wanneer ik een kind onderzoek, gebruik ik niet alleen de ouders maar ook de leerkracht als informatiebron. Op school groeit een kind immers evenzeer op."
„Daarnaast werk ik voor gezinshuizen. Vaak gaat een kind niet meer naar school, of heeft de school moeite met het gedrag van een kind. Een groot deel van mijn werk is het vertalen van het gedrag van een kind naar de leerkracht. Ik denk mee hoe een kind langzaamaan toch weer kan instromen of hoe de school aanpassingen kan maken."
Lukt dat, gezien de werkdruk in het onderwijs?
„Dat is soms lastig. Kinderen met een rugzak gaan niet langer naar het speciaal onderwijs maar naar reguliere scholen die er doorgaans niet op ingericht zijn. Leraren worden overvraagd: ze hebben een vollere klas met kinderen met vaak ingewikkelde problematiek. Zulke kinderen doen het niet zo best op de normale opvoed- en onderwijstechnieken. Ze hebben individuele begeleiding nodig. Ik gun het leerkrachten dat ze daarvoor extra hulp krijgen."
Wat is de grootste les in je carrière tot nu toe?
„Toen ik afstudeerde was er niet veel werk voor gedragswetenschappers. Mijn vak is veelzijdig, waardoor ik als zelfstandig ondernemend orthopedagoog de meest uiteenlopende dingen heb gedaan. Dat paste niet altijd even goed. De markt is er nu ook naar, dus ik word allengs selectiever. Niet per se: welke vraag ligt er, maar wat kan ik goed en wat vind ik leuk?"