Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Criminoloog Jasper van der Kemp

‘Als je aan de grenzen van bewijs gaat morrelen, is elke grens zoek’
Van seriemisdadigers tot mogelijk onterechte veroordelingen: criminoloog Jasper van der Kemp onderzoekt aan de Vrije Universiteit Amsterdam hoe politieonderzoek beter kan worden onderbouwd en waarom bewijs niet altijd klopt. 

Tekst: Marjolein de Jong | Foto: David Meulenbeld | 3 juni 2026

Ik las bij jouw naam ergens de spannende term ‘misdaad-profiler’. Wat doe je precies? 
'Als je zegt dat je criminoloog bent, dan klinkt dat al snel heel spannend. Terwijl ik vooral onderzoek doe aan de universiteit. Maar ik werk ook veel samen met de politie en kijk mee bij concrete zaken. Nu richten we ons bijvoorbeeld op de aanpak bij explosies, en in het verleden droeg een onderzoek bij naar het opsporen van een seriemoordenaar van prostituees, die later ‘de Ripper van Rotterdam’ werd genoemd. Wat je namelijk ziet, is dat er in de praktijk van alles wordt uitgevoerd, maar dat veel aspecten van het politiewerk nog steeds matig wetenschappelijk onderbouwd zijn.' 

Kun je een voorbeeld noemen van politieonderzoek dat beter wetenschappelijk onderbouwd kan worden?
'We zien dat bij ernstige misdrijven nog niet altijd standaard wordt gekeken of een zaak onderdeel is van een serie, terwijl dit vaak wel het geval is. Er zijn relatief weinig daders, maar die hebben wel lange criminele carrières en plegen dus veel misdaden, dus we weten dat er patronen in hun misdaden bestaan. 

Handhavingsorganisaties zijn erg op losse incidenten gericht. Daar hebben ze nú mee te maken, en daar moeten ze nú iets mee doen. Maar daardoor mis je de kans om een serie te herkennen, en het onderliggende probleem op te lossen. De chronische onderbezetting bij de politie helpt ook niet mee, maar door je te richten op mogelijke series kun je dus efficiënter opsporen.'

'Wat ik heel grappig vond, was dat daders vaak een soort moreel kompas hebben ten aanzien van hun eigen criminaliteit'

Hoe spoor je een seriemisdadiger op? 
'Door alle spannende politieseries denken mensen gelijk aan DNA. Dat zou makkelijk zijn, maar in de praktijk is er niet altijd DNA, of matcht het niet altijd. Bij zedenzaken zouden we bijvoorbeeld kijken naar de manier waarop een dader een slachtoffer benadert, hoe hij overmeestert of wat hij daarbij zegt. Het is meestal een combinatie van gedragingen die heel specifiek kunnen zijn voor een dader.' 

Je onderzoekt ook hoe daders keuzes maken. Wat heeft je daarin verrast?
'In mijn promotieonderzoek heb ik interviews gehouden met inbrekers en overvallers, en wat me opviel is hoe verschillend daders komen tot een keuze voor een locatie. Sommigen zijn heel voorzichtig, en anderen zijn juist heel makkelijk. Er spelen allerlei factoren mee, bijvoorbeeld hoe druk een plek is, hoe bekend een omgeving voelt, of waar iemand denkt makkelijk weg te kunnen komen.

Wat ik heel grappig vond, was dat daders vaak een soort moreel kompas hebben ten aanzien van hun eigen criminaliteit. Zo zeiden inbrekers bijvoorbeeld dat ze vonden dat inbreken wel oké was, want mensen hadden daar niet direct last van. Iemand overvallen, vonden ze daarentegen heel erg, omdat je daarmee iemand bedreigt. Overvallers draaiden dat om en zeiden juist: een winkel overvallen kan wel, want die is verzekerd, maar inbreken in iemands huis: dat doe je toch niet? Zo rechtvaardigt iedereen zijn eigen gedrag.' 

Een belangrijk onderdeel van je werk is het project ‘Gerede Twijfel’. Wat houdt dat precies in?
'We kijken met een team naar concrete strafzaken waarbij mogelijk sprake is van een onterechte veroordeling. Dat doen we door het bewijs en de bewijswaardering te analyseren. We analyseren niet alleen bewijzen voor schuld, maar nemen ook serieus het alternatief onder de loep. In hoeverre past het bewijs in het scenario dat iemand onschuldig is? 

Het klinkt simpel, maar het is eigenlijk een heel ander denkmodel. Je ziet in de praktijk dat in veel zaken bewijs wordt gebruikt vanuit het idee: dit bevestigt wat wij al denken, namelijk dat iemand schuldig is. In de psychologie noemen we dat confirmation bias, of, in politietermen: een tunnelvisie. Maar dat is maar het halve verhaal. Als je écht de waarheid wilt zoeken, moet je ook het alternatief toetsen en al dan niet kunnen uitsluiten dat het alternatief mogelijk is.'

'Wat bleek? Dat bloed krijg je er zo niet uit en dat vind je met standaard forensische technieken'

Kun je een voorbeeld geven van een concrete zaak waarbij het bewijs volgens jullie niet sterk genoeg was? 
'We hadden een zaak waarin het slachtoffer meerdere keren op het hoofd was geslagen, waarbij veel bloed was ontstaan. Bij de verdachte thuis werd kleding gevonden in de wasmachine, van dezelfde avond, waarvan getuigen hadden gezegd dat hij die droeg. Erg verdacht natuurlijk. Die kleding werd pas veel later uit de wasmachine gehaald: een foutje van de politie. Op die kleding werd alleen helemaal geen bloed gevonden. Toen werd geconcludeerd: logisch, dat is eruit gewassen. Maar wij dachten: kan dat eigenlijk wel? 

We zijn de situatie gaan nabootsen met de vraag of je dat bloed er dan inderdaad uitwast. We hebben vers schapenbloed gehaald, vergelijkbare kleding en wasmachine gebruikt, en hetzelfde wasmiddel gebruikt om te testen of de aanname klopte. Wat bleek? Dat bloed krijg je er zo niet uit en dat vind je met standaard forensische technieken. Het gaat er dus om dat je een aanname over bewijs ook voldoende kritisch toetst.' 

'Zo kan het zijn dat iemand het wel gedaan heeft, maar dat er niet genoeg bewijs is voor de veroordeling'

Is er een zaak die op jou grote indruk heeft gemaakt? 
'Dat is een zaak waarbij een man die sociaal moeilijk functioneerde, werd veroordeeld voor moord. Toen ik de verklaringen las, schrok ik. Ik zag een man die weinig verklaarde, niet goed wist wat hij moest en vermoedelijk op het autistische spectrum zat. Als je dan naar het bewijs kijkt, zie je dat het aan alle kanten rommelt. Dan vraag je je af: hoe heeft dit ooit tot een veroordeling geleid? Dat raakt me wel. Iemand die  niet goed voor zichzelf kan opkomen, misschien ook niet de juiste verdediging heeft gehad en waarbij te weinig kritische vragen werden gesteld. Dan zit iemand wel jarenlang vast. 

Inmiddels hebben we in 25 jaar al veel zaken gezien waarvan wij denken dat er een onterechte veroordeling is in termen van hoe weinig sterk bewijs voor schuld er eigenlijk is. Zo kan het zijn dat iemand het wel gedaan heeft, maar dat er niet genoeg bewijs is voor de veroordeling.' 

Maar stel het gaat om een heel ernstige zaak, bijvoorbeeld een zedendelict of kindermoord, en jullie analyse zou betekenen dat iemand mogelijk vrijkomt, terwijl intuïtief alles zegt dat diegene het toch gedaan heeft.
'Ik snap wat je bedoelt, maar tot nu toe sta ik steeds op het standpunt dat als we daarop uitkomen, omdat er daadwerkelijk te weinig bewijs is, dan is dat wat het is. Ik heb de stellige overtuiging dat we niet aan de grenzen van bewijs moeten morrelen. Want als je daaraan begint, is snel elke grens zoek en ga je oordelen op je gevoel bij een zaak. 

Tegelijkertijd is dat super lastig. Zeker bij heftige zaken waarbij veel op het spel staat en de emoties groot zijn. Maar juist daarom moet je strikt blijven kijken of iets wel of niet te bewijzen is. Als we die grenzen loslaten, raken we als systeem iets fundamenteels kwijt.' 

Criminoloog Jasper van der Kemp achter een bureau met een boek in zijn handen

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam